3940 |
Gaochang (Oejgoeren naam: Kharakhoja) |
![]() |
De indrukwekkende ruïnes van de stad Gaochang (Karakhoja), liggen aan de noordzijde van het Tarim bekken, zuidelijk van de 'vlammende bergen', op ongeveer 30 km Z.O. van Turpan. Voor de lokale bevolking is de stad nooit een 'verdwenen stad' geweest die ontdekt moest worden. Zij lieten er eeuwenlang hun schapen grazen en zochten er af en toe naar muurschilderingen omdat zij van mening waren dat het pigment een goede meststof was.De westerse wereld hoorde voor het eerst van Gaochang nadat in 1904 Albert von Le Coq de ruïnes bezocht had.
|
De stad beslaat een oppervlakte van ongeveer 2 km² en bestaat uit drie delen, die ieder afzonderlijk ommuurd zijn: de buitenstad, de binnenstad en de paleisstad. Deze verdeling is ook terug te vinden bij andere oude Chinese steden zoals b.v. Chang'an (Xi'an) en Dadu (Beijing). De muren van de buitenstad zijn 5.4 km lang, hebben een hoogte van 11.5 m en zijn aan de voet 12 m dik. Ze zijn gemaakt van aangestampte aarde, versterkt met stenen van in de zon gedroogde klei. De muur had 9 poorten, 3 aan de zuidzijde en 2 aan de andere zijden. In de buitenstad bevinden zich o.a. twee tempels en werkplaatsen van kunstenaars. De tempel in het zuidwesten is het beste bewaard gebleven. Mogelijk heeft Hsuan-tsang hier zijn lessen gegeven. De binnenstad is rechthoekig en heeft een omvang van 3 km. In het centrum bevindt zich een rond fort. Eerder lag op deze plaats misschien een boeddhistische tempel. De paleisstad bevat restanten van een aantal zwaar beschadigde huizen en een rechthoekige pagode, die 'keizerlijk kasteel' wordt genoemd.
De stad Gaochang moet in de 2de of 1ste eeuw v.Chr. zijn gesticht door de Yuezhi, een uit Mongolië afkomstige nomadenstam die door de Chinezen Gaoche genoemd werden, omdat zij wagens gebruikten die bijzonder hoge wielen hadden (Gaoche = hoge wagen). Al snel werd deze oasestad een belangrijke en welvarende plaats op de noordelijke zijderoute. |
In de 1ste eeuw n.Chr. had het Tarim bekken te lijden onder voortdurende invallen door uit het noorden komende nomadenstammen (Xiongnu). De Chinese legeraanvoerder Ban Chao (Pan Ch'ao) wist hier een einde aan te maken en nadat hij vervolgens in 94 n.Chr. ook nog een aantal opstandige vorsten in het Tarim bekken wist te onderwerpen, werd de stad Gaochang garnizoensstad door de legering van 500 soldaten met hun commandant.
Het einde van de Han dynastie in 220 n.Chr. zorgde voor een lange tijd van chaos in grote delen van China, doordat diverse generaals met elkaar om de macht streden. In deze periode vluchtten grote aantallen Chinezen naar het westen en vestigden zich in het Tarim bekken. Zij brachten het boeddhisme met zich mee. De Yuezhi bevolking werd door de komst van de Chinezen in Gaochang een minderheid en verdween geleidelijk. In 327 n.Chr. werd Gaochang de zetel van het districtsbestuur voor het district met dezelfde naam. |
![]() |
![]() |
In 499 stichtte Juqu Wuwei het koninkrijk Gaochang. De beroemde monnik Hsuan-tsang kwam in 629 op zijn reis naar India door Gaochang. Hij werd er door koning Qu Wentai gastvrij ontvangen en heeft vermoedelijk in de stad een maand onderwijs gegeven aan boeddhistische monniken. Het koninkrijk heeft bestaan tot 640 n.Chr. toen de stad werd veroverd door legers van keizer ![]() |
In de tweede helft van de 14de eeuw kwam het einde voor de stad. De winstgevende handel op de zijderoute was vrijwel verdwenen en toen tijdens de overgang van de Mongoolse Yuan dynastie (1206-1368) naar de Ming dynastie (1368-1644) de stad afbrandde, werd zij verlaten. Ze zou nooit meer bewoond worden.
Astana tomben |
![]() |
Tot de doden die hier werden bijgezet behoren generaal Zhang Xun, zijn vrouw en zijn zoon Zhang Huaiji. Zhang Xun werd beroemd door z'n krijgslisten. Eén daarvan was dat hij eens terwijl hij belegerd werd door z'n pijlen heen raakte. Daarop liet hij 1.000 stropoppen maken. 's Nachts in het donker begonnen zijn mannen strijdkreten te slaken terwijl ze de poppen aan touwen langs de stadsmuren langzaam naar beneden lieten zakken. De belegeraars begonnen op de poppen te schieten. Vervolgens haalden Zhang Xun's mannen de poppen die vol zaten met pijlen weer omhoog en hadden ze weer een flinke hoeveelheid pijlen. |
Daarna jouwden ze hun tegenstanders uit. Toen Zang Xun de volgende nacht hetzelfde deed reageerden de belegeraars niet. Snel liet hij toen echte soldaten met touwen naar beneden en kon zo de vijand overrompelen. Zhang Xun moet ongeveer 40 jaar oud geweest zijn toen hij stierf, zijn vrouw werd ca. 80 jaar oud. De Duitse handelsman, etnoloog en archeoloog Albert von Le Coq (1860 - 1930) leidde drie expedities naar het Tarim bekken (1904-1905, 1906-1907, en 1913-1914), waar hij Gaochang, de Astana tomben en de Bezeklik grotten onderzocht.Van deze expedities bracht hij een grote verzameling kunstschatten mee terug naar Duitsland, welke vanuit etnologisch, archeologisch, kunsthistorisch en religieus opzicht, bijzonder belangrijk waren. Hem werd verweten dat hij bij zijn archeologisch werk, zich vooral toelegde op het snel verzamelen van kunstvoorwerpen en minder op gedegen onderzoek van het vondstgebied en analyse ter plaatse.
Rechts: de Bezeklik grotten |
![]() |
|
Op 18 november 1904 bereikten Von Le Coq en zijn assistent Theodore Bartus de ruïnes van Gaochang. Hun eerste ontdekking ter plaatse was een massagraf, waarin zij ca. 100 gemummificeerde lichamen vonden. Het betrof boeddhistische monniken die op gewelddadige wijze waren omgebracht. Omdat zij geen burgerlijke gebouwen herkenden, kwamen zij tot de conclusie dat Gaochang een tempelstad moest zijn geweest. In Gaochang en de Astana tomben vond Von Le Coq behalve manuscripten, muurschilderingen en rituele voorwerpen.
Gedurende de periode van het Gaochang koninkrijk (499-640 n.Chr.) hadden de inwoners de vreemde gewoonte om hun doden te kleden met mutsen, schoenen en riemen gemaakt van papier. Omdat papier heel schaars was, gebruikten ze hier allerlei beschreven documenten voor, die ze schilderden zodat de tekst niet meer leesbaar was.
|
![]() |
Gemaakt: 28-07-05; laatst bijgewerkt: 10-08-07 |