4840 Turpan - Jiaohe

Ongeveer 2.000 jaar geleden moet de omgeving van de huidige stad Turpan (ook geschreven als: Turfan, Chin. Tulufan) al bewoond geweest zijn. In Chinese documenten betreffende de administratieve indeling van het Han keizerrijk uit de eerste eeuwen van onze jaartelling wordt af en toe Turpan genoemd. Daarbij is echter lang niet altijd duidelijk welke plaats daarmee bedoeld wordt, want ook in de omgeving gelegen plaatsen als Gaochang en Jiaohe werden soms Turpan genoemd en bovendien was er ook af en toe sprake van een district met de naam Turpan.

Turpan was een belangrijke halteplaats aan de Zijderoute; hier gingen de zuidelijke en de noordelijke routes uiteen. Ten oosten van Turpan strekken de Vlammende Bergen zich 100 km uit. De diep-roodbruine zandstenen heuvels lijken in de middagzon inderdaad in vuur en vlam te staan. 

Zeker is dat het een aantrekkelijk gebied moet zijn geweest voor woestijnreizigers langs de Zijderoute, want door z'n lage ligging (diepste punt 154 meter beneden de zeespiegel) was hier altijd water te vinden. Tegelijkertijd had dit tot gevolg dat het gebied vele malen te lijden heeft gehad van veroveringstochten door uit het noorden afkomstige nomaden en daarna weer heroveringen door legers van de Chinese keizers.

Turpan ligt in het Turpanbekken, dat 50.000 vierkante kilometer groot is, of bijna tweemaal ons land. De stad telt 20.000 bewoners, onder wie 12.000 Uygur en 3.000 Han-Chinezen. Zij ligt bij het zoutmeer van Aydingkol, dat zich 154 meter onder de zeespiegel bevindt en dat na de Dode Zee het tweede laagste punt op aarde is. Turpan is een oase op de Zijderoute, op 200 kilometer ten zuiden van Ürümqi.
De oases in het bekken zijn omgeven door steen- en gruiswoestijnen. In dit gebied heersen extreme klimatologische omstandigheden. In de zomer is het er dikwijls warmer dan 40 graden (ooit beleefde men hier zelfs een snikhete 49,6 graden!). Windstormen kunnen bijzonder lelijk doen en dan ziet men geen hand meer voor de ogen. Tijdens de winter kan het hard vriezen. Deze klimaatextremen in Turpan en de droge lucht waren ideaal om oude kunstvoorwerpen en documenten goed te bewaren.

De nederzettingen in de oases worden al tweeduizend jaar in leven gehouden door een bijzonder irrigatiesysteem. Aan de voet van de Tianshan keten wordt het bronwater opgevangen. Van daar loopt het ondergronds naar de oasen en velden. Dit systeem heet karez of foggara. Een andere waterbron vormt de Murtuq rivier. De oase van Turpan is 10.300 vierkante kilometer groot, één derde van België.
Zij was al bevolkt tijdens de eerste eeuw voor onze tijdrekening en bleef in de geschiedenis een centrum waar culturen uit Iran, India en China elkaar troffen. In 52 voor onze jaartelling namen de handelaars van de Zijderoute hier al rust. Dijk, kanaal en dam zijn de bestanddelen van de karez. Zij vormen een ondergronds irrigatiesysteem dat niet minder dan 2000 jaar oud is. Elk kanaal meet drie tot dertig meter. In de provincie zijn er 1.600 stuks, waarvan 1.000 in Kashgar. De kanaaltjes verbinden de waterputten en irrigeren de hele omgeving over een lengte van drieduizend kilometer.

Landbouw is het belangrijkste bestaansmiddel van de bevolking. Van hier komen honingmeloenen en de pitloze wijndruiven, die vooral gedroogd worden tot rozijnen. Het drogen gebeurt in lemen gebouwen met luchtgaten. Dank zij een ondergronds kanalennet (de karez) waarmee gesmolten sneeuw van de dichtbij gelegen Tian-bergen naar de laagvlakte wordt getransporteerd kunnen er hier in de woestijn druiven en meloenen groeien. Tot het eind van de 8e eeuw behoorde het tot het rijk van de Chinese Rijk.

 Even ten westen van Turpan ligt Jiaohe, een ruïne van een oude citadel uit de Han-dynastie, die werd gebruikt om de uiterste grens van het Chinese rijk te verdedigen. Jiaohe was tussen de 2e en 5e eeuw de hoofdstad van het koninkrijk Che Si Qian. Jiaohe betekent "samenloop van twee rivieren": de stad is gebouwd op een eiland tussen twee riviertjes in. De bevolking woonde in het oosten en westen van de stad in huizen die waren uitgehouwen in de rotsen of gebouwd met modder. Ten noorden van de stad lag een grote boeddhistische tempel met daarachter stupa's waar de as van overleden hoge monniken werd bewaard. In het zuiden lag een groot regeringsgebouw van drie verdiepingen.
Na 790 werd Turpan ingepalmd door de Tibetanen. De Oejgoeren daagden op in de 9de eeuw. Ze konden zich ook tijdens de Yuan-dynastie handhaven omdat ze met de Mongoolse heersers samenwerkten. Ze verloren wel hun koninkrijken toen Djenghiz Khan de macht veroverde, en de stad Turpan volledig verwoestten, maar behielden hun cultuur.
Pas in de 14de eeuw bekeerden de Uygur van Turpan zich tot de Islam. Alle heiligdommen van het boeddhisme, dat eveneens langs Turpan in China was binnengestapt, werden toen vernietigd. 
Ongeveer 30 km. ten zuidoosten van Turpan liggen de indrukwekkende ruïnes van de stad Gaochang, aan de noordzijde van het Tarim bekken, zuidelijk van de 'vlammende bergen'.

Gemaakt: 01-08-05

colofon