3656 |
Carië (400 - 300 v. Chr.) |
![]() |
Aan het begin van de 4e eeuw v. Chr. verkregen de Cariërs van de Perzen grotere zelfstandigheid en werd Carië geregeerd door satrapen van Carische afkomst. De eerste was Hecatomnus (Hekatomnos) van Mylasa (het huidige Milas) (391-377), de zoon van Hyssaldomus van Mylasa. In 392 or 391, benoemde de Perzische koning ![]() Zijn opvolger Mausolus II (377-353 c. Chr.) (satraap (gouverneur, bestuurder van een provincie) van Carië van 377 tot 353 v. Chr.) verplaatste zijn zetel van Mylasa naar Halicarnassos (het huidige Bodrum) (ca. 370 - 365 v. Chr.). Na de vrede van Antalcidas) breidde hij zijn macht sterk uit en kreeg zelfs na de opstand tegen ![]() |
Satrapen van Carië (Hecatoniden) |
|
Hecatomnus | 391-377 | |
Mausolus ll | 377 - 353 | |
Artemisia | 353 - 351 | |
Idrieus | 351 - 344 | |
Ada | 344 – 340 | |
Pixodarus | 340 - 334 | |
Orontobates | 334 | |
Ada | 334 - 326? |
![]() |
Mausolus probeerde zijn nieuwe hoofdstad Halicarnassos grote bekendheid te geven en deze door verfraaiingen tot de prachtigste stad van Carië te maken. De bouw van de geweldige 7 km lange stadsmuur was ook één van zijn werken. Van deze stadsmuur is alleen Myndos-poort overgebleven. Om de bevolking te laten groeien dwong hij de bewoners van de zes binnenlandse nederzettingen, ''Euralion, Medmasa, Pedasos, Sibde, Telmessos en Theangela'', tot verhuizing naar Halicarnassos. Zo raakte ook Myndos, dat 22 km. in westelijke richting aan de kust lag ontvolkt.
Links: de Myndos-poort in Halicarnassos. |
Tijdens zijn bewind ging het met het Achaemenidische rijk flink bergafwaarts, maar Mausolos bleef de Perzische koning trouw. Intussen knoopte Mausolos nauwe banden aan met de Griekse wereld en probeerde hij onder het juk van de Perzen uit te komen.
Zo streed hij voor de Grote Koning tegen de opstandige satraap Ariobarzanes in 365 v. Chr. Maar onmiddellijk na deze oorlog sloot hij zich aan bij de Grote Satrapenopstand (366 - 360 v. Chr.) va. o.a. Autophradates van Lydië, Orontes ll van Armenië en Datames van Capadocië tegen de Perzische heerser In 357 steunde hij Athene, waarna ook Kos en Rhodos naar hem overliepen. Rechts: plattegrond van de stad Halicarnassos tijdens het beleg van 334 v. Chr. |
![]() |
De opstand verliep echter minder voorspoedig. Door sommige opstandige satrapen handig tegen elkaar uit te spelen wist ![]() Ondanks de mislukte opstand moest Een van de opmerkelijkste aspecten van zijn bewind is het strikt handhaven van de Carische godsdienstige cultus. In 357steunde hij de Atheense bondgenoten die tegen Athene in opstand waren gekomen. Enkele van deze geallieerden - Chios, Kos, Rhodos and Byzantium - werden bondgenoten van Mausolos. Zijn politieke strategie was: hij heerste over Carië, had bondgenoten daarbuiten en liet de steden in zijn land min of meer onafhankelijk. Op het hoogtepunt van zijn macht begon Mausolos met de bouw van zijn voor die tijd reusachtige mausoleum van 50 meter hoog. dat alles overtrof wat er tot dan toe ten noorden van Egypte was gebouwd. Mausolos financierde het onder andere door het heffen van een speciale belasting op het dragen van lang haar, destijds de gebruikelijke haardracht van mannen. Het bouwwerk, ontworpen door Pytheos, had een rechthoekige vorm. Boven op het bouwsel stond een strijdwagen, getrokken door paarden die leken op te stijgen. In de wagen waren de satraap en zijn echtgenote afgebeeld. Voor het beeldhouwwerk werden de vier grootste beeldhouwers uit die tijd ingeschakeld: Skopas, Bryaxis, Leochares en Timotheos. |
![]() |
Op het fries was de strijd afgebeeld van de Ioniër Theseus en de Doriër Heracles tegen de Amazonen die volgens de overlevering de oorspronkelijke bewoners waren van Klein Azië. Met dit fries wilde Mausolos uiting geven aan zijn wens om de macht over te nemen over het door de Ioniërs bewoonde noorden van Anatolië (Milete en Ephese) en het gebied dat werd bewoond door de Doriërs in het zuiden.
Aan het begin van de 15e eeuw werd de rest van het gebouwd door de Johannieters gebruikt om er een fort van te bouwen. In 1522 ontdekten ze de eigenlijke tombe van koning Mausolus, maar de schatten die daar in stonden, werden al gauw geroofd. In de 16e eeuw werd het bouwwerk door een aardbeving verwoest. Het enig wat nu nog te zien is, is de fundering van het gebouw. Overblijfselen zijn te bezichtigen in het British Museum in Londen
Nadat Mausolus in het jaar 353 v. Chr. was overleden, werd zijn zuster en vrouw Artemisia II zijn opvolgster. Hoewel zij maar drie jaar lang regeerde, maakte zij zich in deze korte tijd zeer verdienstelijk. Haar eerste daad was de bouw van een grafmonument voor haar echtgenoot, het beroemde mausoleum, dat tot de zeven wonderen van de oude wereld behoorde. Haar tweede daad was de verijdeling van een Rhodische aanval op Halikarnassos en de daaropvolgende slimme verovering van Rhodos. Rchts: portret van Artemisia ll
|
![]() |
Na de dood van Artemisia II in 351 v. Chr. werd haar broer Idreus haar opvolger
Na de dood van Idraeus in het jaar 344 volgd zijn zuster en weduwe Ada hem op.
Pixodaros, de broer en echtgenoot van Ada, nam in het jaar 340 met uitzondering van de stad Alinda het rijk in. In het fort van Alinda wachtte de uit Halicarnassos verbannen Ada op betere tijden. In 334 stierf Pixodarus en de Perzische koning
De positie van Orontobates was niet sterk. Zo kon hij geen troepen zenden om het Perzische leger te steunen tegen de oprukkende Macedoniërs onder Parmenion. In het voorjaar van 334 versloeg Parmenion met steun van Alexander de Perzen bij Granicus en rukte verder op naar het zuiden. Sardis en Miletus werden veroverd. Oprukkend naar Carië zocht hij naar een bondgenootschap met Ada, die het fort Alinda aan hem overdroeg. Zij adopteerde de jonge Macedoniër als haar zoon en hij stelde haar aan als satraap. |
De hoofdstad Halicarnassos was echer nog niet in Macedonische handen en die stad was door de sterke verdedigingsmuren die Mausolos had laten bouwen en gebouwd waren om een aanval met katapulten te weren, niet gemakkelijk in te nemen. Bovendien beschikte Orontobates over Griekse huurlingen onder het commando van Memnon van Rhodos. Het lukte Alexander de buitenwijken van Halicarnassos in te nemen en liet een garnizoen achter om de citadel te belegeren. Pas na een jaar gaf Memnon zich over. Memnon stierf een natuurlijke dood. Van het lot van Orontobates weten we verder niets. Het schijnt dat Ada aanbleef als satraap tot 326 v. Chr. Turkse archeologen beweren haar graftombe te hebben gevonden. Haar resten werden overgebracht naar het Archeologisch Museum in Bodrum. rechts: hoofdsieraad van Ada, gevonden in haar graftombe. |
![]() |
Na de dood van Alexander in 323 v. Chr. kwam Halicarnassos onder de macht van Ptolemaios II Philadelphos van Egypte (285-256 v. Chr.). In het jaar 196 v. Chr. probeerde Antiochos II van Syrië de stad in zijn bezit te krijgen, wat hem echter niet lukte. Pas na aansluiting, in het jaar 133 n. Chr. bij het Romeinse rijk, kon Halicarnassos als vrije stad bestaan. Later in het jaar 395 n. Chr. behoorde deze stad tot het Byzantijnse rijk, totdat zij in 1402 door de ridders van de orde van de Johannieters van Rhodos werd veroverd. Deze ridders hebben uit de bouwmaterialen van het mausoleum één van de sterkste burchten van de Johannieters opgericht en deze onder de bescherming van de heilige Petrus geplaatst. Men veronderstelt, dat vanuit het Latijnse petrus/petrum de naam Bodrum ontstaan kon zijn. Tijdens de Osmaanse overheersing vanaf 1522 werd de burcht als gevangenis gebruikt. Tegenwoordig bevindt zich daarin één van de belangrijkste musea van de onderwaterarcheologie van de wereld. Zoals alle sinds de oudheid bevolkte steden moest ook Bodrum dit met het verlies van een groot gedeelte van de ruïnes van het antieke Halicarnassos betalen. |
Gemaakt: 13-09-08 |