7246 Milaan (Mediolanum) (400 v. Chr. - 1277)
Gallia Cisalpina; Romeinse steden; Steden in de Middeleeuwen

Milaan (Milano) dankt zijn bloeiend bestaan aan een gunstige ligging midden in de vlakte van Padana, in een vruchtbare streek en op het kruispunt van wegen naar het Alpengebied en de Middellandse Zee. 

Milaan wordt verondersteld rond 600 (volgens andere bronnen ca. 400) v.Chr. gesticht te zijn door de Gallische stam de Insubri (Insubres) op de ruïnes van de Etruskische nederzetting Melpum, dat zij omdoopten tot Mediolanum (“in het midden van de vlakte”) en tot hun hoofdstad maakten. In 222 v.Chr. werd de stad door de Romeinen veroverd en was toen na Verona de belangrijkste stad van Noord-ltalië. 

Boven: Milaan in de Romeinse tijd, met forum, thermen, keizerlijk paleis, circus, theater, arena (buiten de stadsmuren) en basilica di san Lorenzo (eveneens buiten de stadsmuren)

In de 4de eeuw werd Milaan de residentie van de West-Romeinse keizers. In 313 verkondigde keizer Constantijn (313 - 337) er het Edict van Milaan, dat de Christenen godsdienstvrijheid verzekerde en waarmee het Christendom wettelijk werd erkend als volledig gelijk gerechtigd met de oude Romeinse godsdienst en er een eind kwam aan de toestand van rechteloosheid, waarin de Christenen eeuwenlang hadden geleefd. 

Onder de Romeinse keizer Theodosius I (379 - 395) was Milaan enige tijd hoofdstad van het Romeinse Rijk. Aan het eind van de 4e eeuw ontpopte Milaan ontpopte zich als een toonaangevend religieus centrum. Bisschop Sant’ Ambrogio liet maar liefst vier basilieken bouwen.

In enkele kerken, zoals de basilica San Lorenzo en de basilica Sant Ambrogio, treft men nog architectuur aan uit oudchristelijke en vroeg-christelijke tijd.

De basilica Sant'Ambrogio werd oorspronkelijk door bisschop Ambrosius gebouwd op een voormalige vroegchristelijke begraafplaats tussen het jaar 379 en 386. De Heilige Ambrosius was een fel voorvechter van het orthodoxe christendom en was tegen het arianisme. Toen hij stierf, werd de kerk aan hem gewijd. Ook werd hij de beschermheilige van de stad Milaan. Tegenwoordig bewaart de basiliek nog steeds de stoffelijke resten van de Heilige Ambrosius. Onder de achthoekige koepel van de basiliek staat het zogeheten ciborium, het baldakijn voor het Gouden Altaar, dat stamt uit de 10e eeuw. Het rust op vier Romeinse zuilen van porfier en is versierd met stucwerk. Het Gouden Altaar werd gemaakt als schrijn voor de resten van de H. Ambrosius en stamt uit de 9e eeuw 
In 452 werd Milaan door Attila en zijn Hunnen geplunderd. Eind 5e eeuw stichtten de binnengevallen Ostrogoten hun rijk in de regio. In 568 deden de Longobarden hetzelfde. Eeuwenlang stond de stad in de schaduw van Pavia, dat de hoofdstad van het koninkrijk Lombardije was geworden.

Uiteindelijk was het Karel de Grote die paus Leo lll (795 - 816) te hulp kwam de Longobarden uit Italië verdreef (z. Italië (744 - 855). In 774 bezette hij de stad en voegde haar bij het Frankische rijk. 
Nadat Karel de Grote een aartsbisschop had aangesteld, werd Milaan in de 9e eeuw de hoofdstad van een kerkelijk vorstendom dat een deel van de Povlakte en de bovenloop van de Ticino omvatte.

z. ook: Italië (855 - 901) - Italië (901 - 1002)

In de 11e eeuw leidde Milaan andere steden tot semi-onafhankelijkheid van het Heilige Roomse Rijk. z. ook: Italië (1002 - 1100)

Aan het einde van de 12e eeuw was de vrijstad Milaan een van de machtigste steden van de regio Lombardije.
Als hoofdstad van de Lombardische Stedenbond nam Milaan de strijd op tegen de Hohentaufen, waarbij de stad in 1162 door
Frederik Barbarossa (1152 - 1190) werd verwoest. Reeds in 1167 werd zij weer herbouwd. De voortdurende twisten tussen adel en volk leidden in 1277 tot de heerschappij van de familie Visconti, afkomstig uit Pisa. De heerschappij van deze familie was voor de geschiedenis van Lombardije van doorslaggevend belang en werd gekenmerkt door een expansionistisch beleid dat tot de totstandkoming van een machtige staat leidde. 

Ottone Visconti (1207 - 1295), de grondlegger van de heerschappij van dit huis in Milaan en Lombardije werd in 1262 door paus Urbanus IV benoemd tot aartsbisschop van Milaan. Tot 1276 leverde hij strijd met de Torriani om de wereldlijke macht over de stad. Op hoge leeftijd trok hij zich terug in de abdij van Clairvaux en liet het hertogdom over aan zijn neef Matteo I Visconti  

Milaan (1287 - 1800)

Gemaakt: 03-01-08

colofon