3042 Gallia Cisalpina

Ca. 534 v. Chr. stichtten de Etrusken de nederzetting Felsina (huidige stad Bologna) in het gebied dat daarvoor bewoond was door de Villanovias, een volk van schaapsherders en landbouwers. In de tijd van de Etrusken groeide de stad uit rond een begraafplaats op een heuvel welke omgeven was door een necropolis. In de vierde eeuw v. Chr. werd de stam veroverd door de Boii, een Gallische stam. Ook de nederzetting Verona stond onder Etruskische invloed. 

In 391 v. Chr. trok een coalitie van Gallische stammen, bestaande uit Boii, Senones, Insubres en Lingones, onder aanvoering van hun leider Brenno (Brennus) de Apennijnen over om het zuiden (het gebied van de Etrusken) te plunderen. Zij namen de ene Etruskische stad na de andere in. 

De Boii hadden hun oorsprong waarschijnlijk in het huidige Midden-Europa. Veel is er over deze stam niet bekend. Ze duiken op verschillende momenten in de geschiedenis op en niet iedereen is het er over eens dat steeds dezelfde stam bedoeld wordt. Boii is ook de naam van de stam die zich rond 200 v. Chr. vestigde in Beieren en waarschijnlijk hun naam hebben verbonden aan de naam Bohemen.

Omstreeks 400 v. Chr. vestigden de Senones zich in het gebied ten noordoosten van de Apennijnen (door de Romeinen aangeduid als Ager Gallicus (= Gallische land). Dit gebied komt ongeveer overeenkomt met de huidige Italiaanse regio Le Marche, tussen Rimini en Ancona). 

 

Tot in de derde eeuw v. Chr. zouden zij in het noorden van Italië de dienst uitmaken. In 283 v. Chr. trokken de Senones vanuit hun woonplaats opnieuw op tegen de Etrusken. Bij Telamon (in het huidige Etrurië) kwam het tot een veldslag (slag bij Telamon). De Senones werden verpletterend verslagen, waarna hun gebied  door de Romeinen werd geannexeerd. De Romeinen stichtten in het voormalige woongebied van de Senones vervolgens (in 284 v. Chr.) de stad Sena Gallica, thans Senigallia geheten. In de middeleeuwen was het het belangrijkste handscentrum van het hertogdom Urbino.

De Gallische stammen in de Po-vlakte (zoals de Insubres en de Lingones), bleven nog tientallen jaren een grote bedreiging voor de Romeinen vormen. De definitieve Romeinse afrekening met het Frankrijk achtergebleven deel van de Senones volgde pas in de eerste eeuw v. Chr.

Aan het eind van de 3e eeuw v. Chr. vonden er nog enkele oorlogen plaats tussen Rome en de Insubres. In 222 v. Chr. werden de Insubres door Rome verslagen en hun aanvoerder Vertomarus gedood. De hoofdstad van het rijk van de Insubres werd ingenomen en herdoopt tot Mediolanum (Milaan). 

Het gebied tussen Alpen en de Apennijnen (regio's Lombardije, Emilia Romagna, Piemonte, Trentino, Veneto, Valle d'Aosta, Ligurië, Friuli-Venezia Giulia) werd nu de derde Romeinse provincie, na Sicilië en Sardinië & Corsica (dat toen nog één provincie was). Deze provincie, werd door de Romeinen Gallia Cisalpina genoemd. De zuidgrens werd gevormd door de rivier de Rubicon. In deze nieuwe provincie stichtten de Romeinen in 218 v. Chr. de steden Placentia (Piacenza) en Cremona.

Op 18 december 218 v. Chr. vond nabij Placentia de Slag bij Trebia plaats tussen de Romeinen en het leger van Hannibal

In 42 v. Chr, werd Galia Cisalpina na Octavianus' poging tot 'Italianisering' tijdens het Tweede Triumviraat samengevoegd met de rest van Italië.Hierna werd het moerassige land gecultiveerd en kwam de handel op gang. Placentia groeide uit tot een belangrijke Romeinse stad mede dankzij de haven aan de Po. 

In 69 n. Chr. werd de stad Cremona verwoest en weer opgebouwd door Vespasianus (69 - 79), waarbij ze veel van haar welvaart verloor. Daarna werd de stad meerdere malen opnieuw verwoest en weer opgebouwd.

De Romeinen gebruikten de stad Verona als uitvalsbasis voor hun veldtochten naar het noorden, over de Alpen. Na Rome heeft Verona de meeste bouwwerken uit de Romeinse periode. 

In 253 n. Chr. wisten de Alamannen tijdens een inval in Noord-Italië binnen Milaan te bereiken. In 258 wist Gallienus bij Milaan op hen een klinkende overwinning te behalen.

In 271 werd bij Piacenza opnieuw strijd geleverd tegen Alamannen.

In 286 vestigde augustus Maximinianus van Italië; Spanje en Africa zich in Milaan (Mediolanum). Met het oog op de verdediging van de grens tegen de Germanen, verplaatste hij in 293 de hoofdstad van Rome naar Milaan. Onder de na hem regerende West-Romeinse keizers Constantinus (313 - 337), Constantius ll (353 - 361); Julianus (361-363); Jovianus (363 - 364); Valentianus (364-375); Gratianus (375-384); Theodosius l (392 - 395) en Honorius (395 - 423) was Milaan hoofdstad van het West-Romeinse Rijk totdat in 404 Honorius zijn residentie veiligheidshalve naar Ravenna verplaatste.

Alleen Magnus Maximus (384-388) regeerde over de westelijke provincies vanuit Trier

In de herfst van 403 vond de Slag bij Verona plaats tussen het West-Romeinse leger en het Visigotische leger van Alarik. Het Romeinse leger stond onder bevel van de Vandaalse generaal Stilicho.

Na de Slag op de Catalaunische Velden, (451) leidde Attila zijn horden over de Alpen naar de West-Romeinse hoofdstad en plunderde hij in heel Noord-Italië.

Eind 5e eeuw stichtten de binnengevallen Ostrogoten hun rijk in deze regio. In 568 deden de Longobarden hetzelfde.   Milaan

gemaakt 18-05-07

colofon