2922

Republiek Rome (400 - 354 v. Chr.)

Rome (500 - 400 v. Chr.); z. ook: De stad Rome (400 - 300 v. Chr.)
In 396 v. Chr. moest de stad Veii zich overgeven aan Marcus Furius Camillus, die zo de man werd die de Romeinen de weg naar buitenlandse veroveringen zou wijzen. Veii werd verwoest en haar grondgebied aan Rome toegevoegd. Door deze annexatie schond Rome wel de bepalingen van de Latijnse Bond. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Livius viel Veii door een list: de Romeinen groeven een tunnel onder de stadsmuren en vielen de verdedigers van de stad in de rug aan. "Gebouwen werden in brand gestoken, terwijl vrouwen en slaven vanaf de daken stenen wierpen naar de aanvallers. In een oogwenk werden de verdedigers van de muren geworpen en de stadspoorten geopend. Romeinse troepen stroomden binnen. Daarna brachten de overwinnaars de dag door met het doden van de vijanden en het plunderen van de eens zo rijke stad", aldus Livius.
Na de verwoesting van Veii, lag voor Rome de weg open om, gebruik makend van het uitstekende wegennet van de Etrusken, langs gewelddadige of diplomatieke weg haar gezag op te leggen aan het merendeel van de steden in Zuid-Italië. Juist toen deze periode van succesvolle expansie haar hoogtepunt had bereikt; sloegen de barbaren uit het noorden toe. 
Omstreeks 500 v. Chr. hadden enkele Gallische stammen (de Senones, Lingones en Boii zich een weg hadden gebaand door de Alpen en in de Po-vlakte en de ene Etruskische stad na de andere ingenomen (zie: Appenijns schiereiland (400-90 v. Chr.)). In 391 trokken zij over de Apennijnen om plundertochten te houden tot in het hart van Etrurië. De Etrusken vonden slechts veiligheid binnen de muren van hun steden. De Galliërs rukten steeds verder zuidwaarts en belegerden de stad Clusium (het huidige Chiusi). De Etrusken waren ten einde raad en vroegen Rome om hulp. Officieel bleef Rome neutraal, maar het stuurde wel gezanten naar Clusium. Deze namen echter deel aan de strijd en doodden zelfs een Gallische aanvoerder. Brenno (Brennus), de leider van de Gallische bende (naar het schijnt 70.000 man sterk), eiste zijn uitlevering, maar de Romeinen weigerden, waarmee de Galliërs Rome de oorlog verklaarden. Rome lag slechts 120 km. naar het zuiden - vier dagmarsen. 
Toen ze vlakbij Rome waren, trok een Romeins leger hen tegemoet. Op16 juli 390 v. Chr. kwam het bij Allia op de linkeroever van de Tiber (15 kilometer van Rome) tot een treffen. De Galliërs wierpen in een razende stormloop de Romeinse falanx onder de voet. De Romeinen die de vijand als een bende wilden beschouwden, hadden het niet nodig gevonden hun terugtocht te dekken en konden zich enkel in veiligheid brengen door zich terug te trekken in de ruïnes van Veii. 

links: Falanx

De Galliërs bevonden zich nu tussen Rome en het verslagen leger en konden ongestoord naar Rome trekken. Drie dagen later stroomden ze via de open poorten de stad binnen. De weerloze massa was intussen de stad ontvlucht. De overgebleven weerbare mannen hadden zich verschanst op de Capitolijnse heuvel. De Galliërs staken Rome in brand (waarbij de tempel van Apollo op de Campus Martius werd verwoest) en legden een belegeringsgordel rond de steile rots. Volgens de legende werden de belegerden op een donkere nacht van een overrompeling gered doordat de heilige ganzen van het Capitool aan het snateren sloegen en zo het garnizoen wekten. Voor de Kelten was een belegeringsoorlog niet het sterkste punt. Bovendien werden zij geplaagd door ziekten en voedselgebrek. Na een beleg van zeven maanden hielden zij het voor bekeken en namen het voor de aftocht beloofde losgeld aan. 

Na het ontvangen van een enorme afkoopsom door de Romeinen trokken de Galliërs terug naar Noord-Italië. Daar vestigden zij zich in de Po-vlakte. De relatie tussen hen en de Romeinen bleef overigens slecht. In de derde eeuw v. Chr. zouden nog talloze oorlogen gevoerd tussen de Boii en de Romeinen en toen Hannibal Italië binnenviel (218 v. Chr.) kwamen de Boii hem te hulp. In 191 v. Chr. werden de Boii definitief verslagen door P. Cornelius Scipio Nasica en verloren zij een groot gedeelte van hun grondgebied.

Na de aftocht van de Galliërs keerde de gevluchte bevolking terug en toen ze de stad overzagen, bedacht een aantal onder hen dat het beter zou zijn om de stad opnieuw op te bouwen op de plaats van het verwoestte Veii dat op een goed verdedigbaar plateau lag. Camillus, de overwinnar van Veii, kon dankzij zijn welsprekendheid de Romeinen ervan overtuigen in Rome te blijven en werd begroet als de "nieuwe Romulus", de tweede stichter van Rome. Onder leiderschap van Camillus herwon Rome al het verloren terrein en behield het Veii. Spoedig werd begonnen aan de herbouw van de stad. 

Een belangrijk gevolg van de inval van de Galliërs was de volledige verwoesting van de Romeinse archieven. Hierdoor begint de geschiedschrijving van het Romeinse rijk pas in 390 v.Chr. en moesten alle voorafgaande gebeurtenissen worden afgeleid uit de legenden, zoals later is opgetekend door latere geschiedschrijvers.

In 367 werden de Galliërs verslagen toen zij opnieuw het zuiden onder de voet wilden lopen.  Een aanzienlijk aantal Kelten bleef echter in de Po-vlakte achter, want het was een vruchtbaar gebied met een redelijk klimaat. Zij zouden twee eeuwen lang voor de Romeinen een permanente bedreiging blijven vormen. 

Listig, stap voor stap wisten de Romeinen met hun beruchte verdeel-en-heerspolitiek vanaf de vierde eeuw de Etruskische steden aan zich te binden en, als het niet goedschiks ging, met geweld in te nemen.

Rome (354 - 340 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 02-04-03

colofon