3353 Tempel van Apollo Sosianus
Apollo
In 431 v. Chr. werd de tempel van Apollo, op de Campus Martius (het Marsveld) ingewijd op of bij de oudste cultusplaats voor Apollo in Rome, het zogenaamde Apollinar. De bouw volgde na een gelofte die twee jaar eerder was gedaan, toen de hulp van Apollo was ingeroepen om een vreselijke pestepidemie te stoppen. De tempel werd buiten Rome gebouwd, omdat Apollo een niet-Romeinse god was, die binnen de heilige grens die door Romulus zou zijn getrokken met een ploeg, niet vereerd mocht worden.

Deze tempel werd vernield bij de Gallische invasie in 387 v. Chr. en werd in 353 v. Chr. gerestaureerd.In 179 v. Chr. liet M. Aemilius Lepidus de tempel geheel herbouwen en opnemen in een gezamenlijke constructie met een theater en een proskenion.

De succesvolle generaal Gaius Sosius mocht in 34 v. Chr. een triomftocht houden na overwinningen in het oosten. Uit dank gaf hij opdracht om de Tempel van Apollo Medicus (de Genezer) te herbouwen. Dit was opmerkelijk omdat ongeveer tegelijkertijd Octavianus de nieuwe grote tempel van Apollo op de Palatijnse heuvel (tempel van Apollo Palatinus) liet bouwen. Sosius was als aanhanger van Marcus Antonius een tegenstander van Octavianus en mogelijk probeerden zij elkaar zo te overtroeven. Toen er in 32 v. Chr. een burgeroorlog uitbrak tussen Octavianus en Antonius, werd Sosius gedwongen Rome te ontvluchten. Nadat Antonius verslagen was, werd Sosius vergeven en mocht hij terugkeren naar de hoofdstad, waar hij zijn tempel liet afbouwen. Vermoedelijk liet hij de tempel in Augustus' naam inwijden, maar deze stond sindsdien wel bekend als de Tempel van Apollo Sosianus.

De tempel had zes zuilen aan de voorkant. Het gedeelte achter de pronaos (het voorportaal) was niet voorzien van hele zuilen, maar van pilasters (halfzuilen). Het podium (het massieve metselwerk waarop de templ stond) was 13 m. lang en ruim 4 m. hoog.

De pronaos (voorkamer) had 6 x 3 marmeren zuilen, voorzien van Corinthische kapitelen. De cella, waarin het cultusbeeld van Apollo stond, was zeer rijk versierd. Vermoedelijk stonden aan weerszijden in de cella rijen zuilen in twee verdiepingen. De onderste rij waren vrijstaande zuilen met Corinthische kapitelen en de zuilen daarboven waren pilasters met eveneens Corinthische kapitelen. Tussen de onderste zuilen stonden aedicula’s (nissen) met afwisselend een driehoekig en een halfrond fronton (één zo’n aedicula is te zien in het museum Centrale Montemartini).

Binnen in de tempel stonden kunstwerken die waarschijnlijk door Sosius zelf naar Rome waren gehaald: schilderijen van Aristides van Thebe, verscheidene standbeelden van Philiscus van Rhodos, een citerspelende Apollo van Timarchides, een standbeeld van Apollo van cederhout uit Seleucia en de beroemde Niobidengroep waarvan ook in de oudheid al niet meer bekend was of hij moest worden toegeschreven aan Praxiteles of Scopas.

Aan de buitenkant rustte op de zuilen een architraaf waarboven zich een rijk versierd fries bevond. Een deel hiervan is weer opgericht. Te zien zijn bucrania (runderschedels) en kandelabers waartussen slingers hangen van lauriertakken (de laurier was aan Apollo gewijd).

Een reconstructie van de frontonsculpturen is te zien in het Museo Centrale Montemartini. De beeldengroep stelt een Amazonomachie voor, een gevecht tussen Grieken en Amazonen. Waarschijnlijk gaat het hier om het 9e werk van Heracles, waarbij hij de gordel van Hippolyte, de koningin van de Amazonen, moest halen. De beelden waren oorspronkelijk beschilderd. Op het hoofd van Nikè zijn nog resten van deze beschildering te zien. Zo is te zien dat de pupillen in haar ogen waren geschilderd.

Op grond van stilistische kenmerken kan de beeldengroep in 450-425 v. Chr. worden gedateerd. De beelden zijn Grieks. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig van de tempel van Apollo Daphnephoros (‘de Laurierdrager’) in Eretria. Daar werd een nieuwe tempel opgericht nadat de oorspronkelijke tempel was verwoest door de Perzen in 490 v. Chr.. De prominente plaats van de godin Athene in de beeldengroep wijst erop dat hij uit een stad komt die nauw verbonden was met de stad Athene – en Eretria was zo’n stad. De beeldhouwwerken zijn door de Romeinen, misschien door Gaius Sosius zelf, naar Rome gehaald.

Waarschijnlijk is de tempel in de late oudheid door een aardbeving of een vergelijkbare ramp getroffen en ingestort, waarna hij onder andere bebouwing is verdwenen.

Tijdens opgravingen bij het naastgelegen Theater van Marcellus in 1926-1932 werden architectonische fragmenten van de tempel gevonden. In 1937 werd het podium opgegraven en geïdentificeerd. De opgraving werd in 1940 afgesloten. In 1947 werden, in het jaar van de herdenking van de stichting van Rome, drie zuilen heropgericht, samen met een gedeelte van architraaf, fries en daklijst. De zuilen werden echter opgericht aan de kant van het podium tegenover de kant waar ze oorspronkelijk hadden gestaan, zodat ze vanaf de Via del Teatro di Marcello beter te zien waren.

Tempel van Apollo Sosianus - Wikipedia

Gemaakt: 06-05-07

colofon