5301 | Italië (774 - 855) |
![]() |
![]() |
![]() In het zuiden van Italië behielden de Longobarden nog enige bezittingen. Toen |
![]() |
Zeer kort daarop overleed Arichis. Zijn zoon Grimoald lll, gegijzeld door de Franken, werd in 788 door Karel de Grote als wettig opvolger aangewezen op voorwaarde dat hij Karel als soeverein erkende en zichzelf als diens vazal. Hij werd verplicht Karels naam op charters en munten aan te brengen een jaarlijks een retributie van 7000 soldi af te dragen. Formeel waren de Franken ook in Benevento de baas maar het lukte hun niet in dat verre zuiden hun gezag blijvend te vestigen, en dus bleef Benevento als vorstendom bestaan. Het viel in de 9e eeuw wel uiteen in drie vorstendommen: Benevento (Molise en het grootste deel van Apulië), Salerno en Capua. In de kerstnacht van het jaar 800 kroonde paus |
De opvolger van Karel de Grote, zijn zoon ![]() ![]() |
Invallen van de Saracenen Intussen werd de dreiging van de Saracenen steeds groter. Sommige Longobardische vorsten probeerden gemene zaak te maken met de Arabieren om hen zo tegen hun eigen vijanden te kunnen gebruiken maar uiteindelijk bleef niemand gespaard voor de Arabische aanvallen. De Longobardische vorsten moesten steeds weer gebied prijsgeven. Ook de Franken, de pauselijke troepen en de Byzantijnen streden tegen de Arabieren in Zuid Italië, maar zij konden niet voorkomen dat Sicilië en delen van Zuid-Italië werden ingenomen Ontstaan van burchtstadjes Noord-Italië had in de tijd van de Saraceense aanvallen ook te lijden van de plundertochten van de Magyaren (een aan de Hunnen verwant steppenvolk) en van de aanvallen van Dalmatische zeerovers. Om niet om de haverklap te worden verjaagd of weerloos te worden afgeslacht door piraten of plunderende bendes, trokken de bewoners van de dalen en de kustgebieden naar plaatsen die moeilijk toegankelijk waren en waar de natuurlijke omstandigheden hun bescherming boden. Dat was bijna altijd op een hoogte. Uit deze vestigingen, castelli kwamen tal van dorpen voort. In de 9e en 10e eeuw kwam het tot een begin van stedelijk leven en tot onderlinge handel. De wegen werden hersteld en grote landgoederen werden opgedeeld in kleinere stukken, podere, die bebouwd werden door pachters, mezzadri. Ze bewerkten het land voor de helft van de opbrengst |
![]() |
Anticoli Corrado, het burchtstadje is al tientallen jaren zeer in trek bij kunstenaars. |
In de meeste gevallen bouwden eerst de heren op de meest strategische en best verdedigbare plaatsen hun versterkte woonhuizen of kastelen. Daarna volgden de boeren, die hun huisjes van hout en leem in de nabijheid van het kasteel van hun heer opgetrokken. De heer kon hun dan veiligheid bieden. Hiermee werd de ontwikkeling in gang gezet die zou leiden tot de karakteristieke vorm van de Italiaanse burchtstadjes: de twee-eenheid van dorp en kasteel met een gezamenlijke verdediging. De eerste castelli waren van hout maar in de twaalfde eeuw verschenen de stenen kastelen en werden de dorpen opgenomen in het verdedigingssysteem dat bij het kasteel hoorde. Het fortificeren beperkte zich niet tot kastelen en stadjes. Ook kloosters, bruggen, herenboerderijen antieke bouwsels werden voorzien van verdedigingswerken. De laagvlakten langs de kust raakten ontvolkt en werden verwaarloosd waardoor moerassige gebieden ontstonden (zoals de 'Maremme Toscane'). De malariamug voelde zich daar uitstekend thuis maar de mensen werden er ziek. Omdat zij dachten dat de ziekte werd veroorzaakt door de slechte lucht noemde zij die ook zo: mal(=slecht)-aria (=lucht). De malaria heeft de bergbewoners er tot ver in de twintigste eeuw van weerhouden de vruchtbare kuststrook weer in gebruik te nemen. Gemaakt: 20-06-04; laatst gewijzigd: 14-07-05 |