3303

De stad Rome in de eerste eeuw na Chr.

 

In de stad Rome leefden ongeveer een miljoen mensen. Overal in de stad stonden prachtige gebouwen, standbeelden en gebeeldhouwde zuilen. Tien grote aquaducten leidden helder bronwater vanuit de bergen naar de stad. 

In het hart van de stad lag het Forum Romanum, het oude marktplein,  dat werd overheerst door de Tempel van Jupiter en de keizerlijke paleizen van Augustus (Domus Augustana), Tiberius en Caligilula

Tempel van Caesara; Meta Sudans; Colossus van Nero; Thermen van Titus (61); Vespasianus Forum (75); Amphitheatrum Flavium (Colosseum) (80); Tempel van Vespasianus en Titus (81) aan het Forum Romanum; Boog van Titus (81), gebouwd ter nagedachtenis aan de overwinning op de Joden en de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. ; Ludus Magnus (96); Nerva's Forum of Forum Transitorium (97). 
De paleisgebouwen op de Palatijn stonden temidden van schitterende tuinen en parken met vijvers. Overal stonden kopieën van beroemde Griekse en Egyptische beelden. Er was zelfs een kanaal dat voor de Nijl van Egypte moest doorgaan. 

Tijdens het "vierkeizersjaar" (69 n. Chr.) werd de tempel van Jupiter op de Capitolijnse heuvel door aanhangers van Vitellius het Capitool bin brand gestoken. Na zijn overwinning op Vitellius liet de nieuwe keizer Vespasianus de tempel weer herbouwen. De nieuwe Tempel voor Jupiter werd ook deze keer op de fundamenten van de oude gebouwd en wederom weer hoger dan zijn voorganger. Munten uit deze tijd laten de tempel zien met zuilen in de Corinthische orde en standbeelden van Jupiter, Juno en Minerva hiertussen. Deze tempel heeft niet lang mogen bestaan. Bij de grote brand van 80 ging ook dit grote gebouw in de vlammenzee verloren.

Domitianus (81 - 96) iet de tempel weer herbouwen. Deze nieuwe tempel overtrof wederom zijn voorgangers in grootsheid en rijkheid. Volgens de overlevering gebruikte Domitians maar liefst 12.000 Talenten alleen om de bronzen dakpannen te laten vergulden, maar ook de deuren werden verguld. In het fronton (driehoekige bekroning op de gevel) werd weer een groot reliëf geplaatst waarop Jupiter samen met Juno en Minerva stonden afgebeeld. Op de beide hoeken kroonlijst stonden beelden van Mars en Venus. Deze tempel is grotendeels intact gebleven tot de vijfde eeuw. Nadat in 380 het Christendom tot de Romeinse staatsgodsdienst werd uitgeroepen, werd in 392 de oude heidense godenverering verboden. Hierop werden de oude tempels niet meer onderhouden en langzaam afgebroken zodat hun stenen, marmer en standbeelden konden worden gebruikt voor de nieuwbouw van kerken en paleizen. Flavius Stilicho liet aan het begin van de vijfde eeuw al de gouden platen van de deuren van de tempel slopen en in 455 volgde de Vandaalse leider Geiserik, die de helft van de gouden dakpannen meenam. In de zesde eeuw liet de Byzantijnse generaal Narses een groot aantal beelden uit de tempel weghalen. Hierna begonnen de middeleeuwen in Rome en is er eeuwenlang van het verdere verval van de oude tempel weinig bekend. De 15e-eeuwse humanist Poggio Bracciolini ziet tijdens zijn tocht door Rome in 1447 nog grote delen van de tempel overeind staan, maar in de eeuwen daarna lieten de pausen de laatste bovengrondse restanten verwijderen om te gebruiken in hun nieuwe kerken en paleizen. Het fundament van de Tempel van Jupiter Optimus Maximus is tegenwoordig nog te zien in de Capitolijnse musea.

Tempel van Jupiter Optimus Maximus - Wikipedia

 

Aan de oever van de Tiber woonden de armen, opeen gepakt in krotten of in flatgebouwen (insulae) van vijf tot tien verdiepingen hoog.  Op veel plaatsen in de stad kon je winkelen in grote overdekte markthallen en in ontelbare kleine winkeltjes langs de nauwe straatjes,  veelal gedreven door slaven of vrijgelatenen. 

De meeste ambachtslieden, zoals de smid, de koperslager, de bakker en de wijnverkoper oefenden hun beroep uit op straat. Bijna alle werkplaatsen en winkels waren aan de straatkant open, zodat iedereen kon zien wat er gebeurde. Het lawaai in de straten was meestal ondraaglijk. Doordat de handelswaren soms her en der op de trottoirs verspreid lagen, was er soms geen doorkomen aan. Om het lawaai van de stad te ontvluchten, lieten rijke Romeinen hun villa's liever zo ver mogelijk buiten de stad bouwen. Ver buiten Rome liet de keizer een enorm zomerverblijf bouwen met bibliotheken, theaters en baden.  

Tijdens de regering van keizer Nero (54-69) werd Rome getroffen door een enorme brand die een groot deel van de stad in de as legde. Na deze brand (64 n. Chr.) liet Nero voor zichzelf op één van de zeven heuvels van de stad een enorm nieuw paleis bouwen: Nero's Gouden Huis

Stad Rome (100 - 200 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 23-02-03

Colofon