2849

Galba (68 - 69)

  Nero (54 - 68 n. Chr.)

In het jaar 69 na Chr. volgden de coups en tegencoups elkaar in sneltreinvaart op in de hoofdstad van het Romeinse Rijk. De na een samenzwering vermoorde schandaalkeizer Het jaar 69 wordt ook wel het vierkeizerjaar genoemd, omdat er in dat jaar vier keizers aan de macht kwamen: Servius Sulpicius Galba, Marcus Salvius Otho, Aulus  Vitellius en Titus Flavius Vespasianus

De 70-jarige Servius Sulpicius Galba.was van 61 tot 68 gouverneur van Hispania Tarraconensis (het noorden en oosten van Spanje). In april 68 verklaarde hij zich als "legatus van de Senaat en het Romeinse volk" tegen Nero, de toenmalige keizer. 

Er heerste op dat moment grote onvrede over het bewind van Nero die de schatkist uitputte en de provincies zware belastingen oplegde om zijn buitensporige levenswandel te financieren. Vooral in de Romeinse provincies was de weerstand tegen Nero groot.

In maart 68 n.Chr. was Gaius Julius Vindex in Gallië in opstand gekomen tegen Nero. Hij vond grote steun onder de lokale bevolking die zich onderdrukt voelde. Hij wist een legermacht van ongeveer 100.000 man op te bouwen, maar Vindex besefte dat hij geen kans had om ooit zelf als keizer van Rome geaccepteerd te worden. Daarom vroeg hij de steun van Galba die door de Praetoriaanse garde (de keizerlijke lijfwacht) naar voren was geschoven omdat de commandant, Nymphidius Sabinus, meende hem wel onder de duim te kunnen houden.

Sabinus zou het niet zelf kunnen ondervinden, want kort daarna werd hij zelf vermoord. Galba accepteerde na enig twijfelen, waarna Vindex' leger oprukte en Lugdunum (Lyon) innam. Vervolgens rukte Vindex met zijn leger op in de richting van Vesontio (Besançon). Het nieuws van het enorme leger van Vindex bereikte Rome en veroorzaakte grote paniek. Nero's steun in Rome brokkelde snel af.

Otho sloot zich al snel aan bij de opstand van Vindex en Galba. Omdat Nero hem zijn vrouw Sabina Poppaea had afgenomen, koesterde hij wrok tegen de keizer. Bovendien ging hij ervan uit dat Galba hem zou benoemen tot zijn opvolger. Gezien de gevorderde leeftijd van Galba zou dit betekenen dat hij binnen afzienbare tijd keizer kon worden. Door de gebeurtenissen in het noorden, durfde ook Clodius Macer, de gouverneur van Noord-Afrika tegen Nero in opstand te komen. Hij weigerde echter de verzoeken van Galba zich bij hem aan te sluiten omdat hij zelf keizer hoopte te kunnen worden. Hij zou later Carthago in handen krijgen, de haven die voor de toevoer van graan uit Noord Afrika voor Rome van levensbelang was.

In mei van het jaar 68 werd Vindex' leger bij Vesontio geconfronteerd met de legioenen van Lucius Verginius Rufus, de gouverneur van Germania Superior, die oorspronkelijk trouw aan Nero was gebleven en was opgerukt om de opstand te onderdrukken. Na mislukte onderhandelingen tussen Vindex en Rufus, werd Vindex' leger verslagen. Vindex sneuvelde in deze veldslag. Rufus' troepen wilden hem uitroepen tot keizer, maar Rufus weigerde en sloot zich bij Galba aan. Het is niet verwonderlijk dat Galba bijzonder argwanend zou blijven ten opzichte van Rufus.

In Rome werd de Pretaoriaanse Garde, de lijfwacht van de keizer, voor Galba gewonnen en de Senaat erkende hem op 8 juni 68 als keizer, waarop Nero onder grote druk zelfmoord pleegde. Galba, toen nog in zijn gebied, kwam pas in oktober 68 in Rome aan.
Galba kreeg de titel Augustus en werd keizer van Rome. Galba was de eerste keizer die niet verwant was aan het huis van Augustus en zijn vrouw Livia. Daarmee stak voor het eerst een probleem de kop op dat de Romeinen nog lang zou plagen, namelijk de vraag wie nu feitelijk de rechtmatige opvolger is. Omdat er op het koningschap nog altijd een taboe rustte, bleef het antwoord op die vraag lange tijd onduidelijk wat leidde tot veel instabiliteit en bloedvergieten. Galba zou daarvan al snel het slachtoffer worden. Galba was een eerlijk en zuinig man en, hoewel er na Nero's wanbeleid alle reden was om de schatkist te ontzien, maakte Galba bij de verwende kliek aan het hof al snel veel vijanden. Ook zijn weigering om de Praetoriaanse garde te belonen voor hun rol bij de opstand, zette kwaad bloed.
Toen Galba in oktober 68 in Rome arriveerde liet hij Clodius Macer nog diezelfde maand vermoorden. Hij zette Rufus als gouverneur van Germanië Superior af en benoemde in zijn plaats Fonteius Capito. Deze werd echter al snel vermoord door de soldaat Fabius Valens. 

Begin december 68 benoemde hij Aulus Vitellius tot commandant van de legioenen in Germanië Inferior en Vitellius reisde af naar Keulen. Vitellius was de zoon van een succesvol politicus. Gedurende de regering van de Julisch-Claudische dynastie was hij driemaal consul. Vitellius, ooit de favoriete schandknaap van keizer Tiberius - bewoog zich met opmerkelijk gemak in aristocratische kringen. Door zijn politieke vaardigheden en vooral door veel gevlei, wist hij de aandacht te krijgen van achtereenvolgens Caligula, Claudius en Nero. Vitellius deed zich voor als een groot bewonderaar van Nero, en vergezelde hem regelmatig op zijn "zangtournees". Als dank benoemde Nero hem hem tot gouverneur van Afrika (van 55 tot 57). Later, eind 68, benoemde Galba hem tot gouverneur van Germania Inferior 

Galba mocht echter niet lang van zijn triomf genieten. Op 1 januari 69 brak er muiterij uit in Moguntiacum (de huidige stad Mainz). De legioenen weigerden de eed aan Galba af te leggen en kwamen in opstand. De dag erna riepen zij de stadhouder van Germania Inferior, Aulus Vitellius, die nauwelijks een maand eerder was aangesteld, tot keizer uit en begon de opmars naar Italië. De legioenen van Germania Inferior onder leiding van Fabius Valens sloten zich aan bij Vitellius aan en het gigantische leger rukte op naar Rome. Vitellius bleef achter en wist steun te krijgen van de legioenen van Gallië en Brittannië.

 

Links: Aulus Vitellius

De 73-jarige Galba voelde zich bedreigd en omdat hij zelf geen zonen had, adopteerde op 10 januari Marcus Piso Licinianus als zijn toekomstige opvolger. Piso was een jonge aristocraat zonder administratieve of militaire ervaring. Dit alles maakte weinig indruk, noch op de senaat noch op de legioenen. Otho, die er vast op gerekend had om zelf tot opvolger benoemd te worden, voelde zich gepasseerd en kocht de ontevreden Praetoriaanse Garde om. Hij beloofde 15.000 denarii aan elk van de twaalf sleutelfiguren van de garde als zij hun keizer vermoordden. Diezelfde dag bereikte Rome het nieuws van de opstand van Vitellius in neder Germania en de oprukkende legioenen. Vijf dagen later, op 15 januari 69 werd Galba door zijn eigen lijfwachten op een marktplein vermoord. Ook Piso werd vermoord, tegelijk met vele anderen.  Geconfronteerd met de moorden en de dreiging van Vitellius riep de wanhopige senaat Marcus Salvius Otho uit tot keizer van Rome. 

Otho - Vitellius (69 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 25-01-06

Colofon