2957

Vespasianus (69 - 79)

  Otho - Vitellius (69)

Titus Flavius Vespasianus werd geboren bij Reate in het jaar 9 n.C. Hij was Romeins keizer van 69 tot 79, begon zijn loopbaan als magistraat in 38. Hij kreeg in 44 een onderscheiding voor zijn diensten in Britannia en vergezelde in 66 keizer Nero op diens tocht naar Griekenland, maar viel in ongenade. Later in het jaar werd hij alsnog aangewezen om de opstand van de joden te onderdrukken.  Vespasianus was de eerste keizer die niet uit de oude Romeinse aristocratie stamde; hij was afkomstig van het platteland van Midden-Italië. Door deze omstandigheid en door zijn neiging tot autocratie stuitte hij op weerstand in de Senaat. Vespasianus zag zich gedwongen de oppositieleider Helvidius Priscus en enkele anderen ter dood te brengen. Buiten de Senaat werd zijn bestuur algemeen gewaardeerd.
Nadat de Romeinse troepen aan de Donaugrens, die voor Vespasianus hadden gekozen, diens concurrent Vitellius hadden uitgeschakeld (eind 69), werd deze situatie door de Senaat bekrachtigd. 
Vespasianus pakte de wederopbouw met energie aan en liet zich daarbij leiden door pragmatisme. Zijn oudste zoon, Titus, werd in het oosten gelaten om door de verovering van Jeruzalem de joodse oorlog te beëindigen en de generaals Gallus en Cerialis onderdrukten de Germaanse opstand van Julius Civilis, die het jaar tevoren aan de Beneden-Rijn was uitgebroken. 

Eind 70 heerste aan alle grenzen vrede en in 71 werd de tempel van Janus officieel gesloten. Hij saneerde de na Nero's wanbeheer en de burgeroorlog van 68–69 ontredderde financiën door een strak belastingsysteem en grote zuinigheid. De door oorlog en vervolging gedunde Senaat werd aangevuld uit Italië en de provincies. 
De steden van Spanje kregen uitgebreider rechten en tal van coloniae werden in de verst gelegen provincies gesticht, waardoor Vespasianus de romanisering bevorderde. In zijn buitenlandse politiek streefde hij naar consolidatie en versterking van de grenzen. In 72 werden de koninkrijken Commagene en Armenia Minor geannexeerd. In zijn bestuurstaak werd de keizer bijgestaan door Titus, die ook het bevel voerde over de pretorianen en die door hem duidelijk als opvolger bestemd werd. 

Ook in Rome nam Vespasianus de teugels stevig in handen. Hij startte in de stad een ambitieus bouwprogramma. Het werk aan Nero's Gouden Huis werd stopgezet. Hij had er geen behoefte aan om voor zichzelf op de halve stad beslag te leggen. Op de plaats van Nero's park liet hij een enorm amfitheater bouwen, het Colosseum
In plaats van graanuitdelingen aan de armen zorgde hij ervoor dat de werklozen van Rome aan werk kwamen. 
In 79 stierf de keizer na een diarreeaanval. "Ik geloof dat ik een god wordt." waren zijn laatste woorden.

Titus - Dominitianus - Nerva (79-98 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 21-04-03

Colofon