713 |
Smalneusapen (Catarrhini) |
![]() ![]() ![]() ![]() |
Klik Hier voor de framepagina |
De Smalneusapen (Catarrhini) vormen een clade binnen de infraorde Simiiformes (Apen). Tot de smalneusapen behoren alle niet-Amerikaanse apen, waaronder de makaken, bavianen, meerkatten, bladapen, mensapen en de mens. De meeste soorten leven in Afrika ten zuiden van de Sahara en Zuid-Azië. De naam "smalneusaap" beschrijft het belangrijkste verschil met de Zuid-Amerikaanse breedneusaap. De smalneusapen hebben smalle, naar beneden gerichte neusvleugels, die dicht bij elkaar staan, de breedneusapen hebben grote, openstaande neusvleugels die ver uit elkaar staan. Geen enkele smalneusaap heeft een grijpstaart, in tegenstelling tot enkele grotere breedneusapen. De meeste soorten zijn herbivore of omnivore dieren, die sociale groepen in tropische regenwouden en andere bossen leven. Er bestaan echter ook meer solitaire of paarsgewijs levende soorten, en een groot aantal soorten leeft ook in meer open gebieden. Ze verschillen in grootte van de 37 centimeter grote en 1,4 kilogram zware dwergmeerkatten (Miopithecus) tot de berggorilla (Gorilla beringei beringei), die gemiddeld 180 centimeter lang en 227 kilogram zwaar kan worden. |
![]() |
De oudste fossielen van de eerste Smalneusapen dateren uit het Laat-Eoceen (ca. 40 miljoen jaar geleden), hoewel over de juiste positie van deze fossielen nog twijfel bestaat. |
Orde Primaten
|
Fossielen van Smalneusapen worden in latere tijden talrijker. Tijdens het Mioceen (25 - 6 miljoen jaar geleden) kenden de Smalneusapen een sterke bloei. Ook in Europa kwamen zij voor. Een der noordelijkste vindplaatsen is Tegelen, waar in het Tiglien (EersteTussentijd;2 - 1,8 miljoen jaar geleden), dus in het begin van het Kwartair, een Makaak-aap leefde die nauw verwant was met de huidige staartloze Magot, Macaca sylvana (Inuus ecaudatus) op de rots van Gibraltar. De Makaken, die miljoenen jaren geleden zijn ontstaan uit primitieve insecteneters, hebben uit die tijd nog een aantal "primitieve resten" overgehouden. Zo hebben ze nog steeds vijf vingers aan elke poot en is de tandopbouw vrij simpel gebleven vergeleken met bijvoorbeeld de tanden van de planteneters. De ontwikkeling die zij hebben doorgemaakt is gericht geweest op aanpassingen aan hun leven in de bomen. Veel Apen van de Oude Wereld, d.w.z. Europa, Afrika en Azië, brengen - hoewel ze bijna allemaal goed kunnen klimmen, bijna allemaal minstens een deel van hun tijd door op de grond. Over het algemeen zijn ze groter dan de apen van de Nieuwe Wereld en allemaal hebben ze platte nagels aan vingers en tenen. Grijpstaarten hebben ze niet. De geschiedenis van de Apen van de Oude Wereld is na te gaan tot in het Oligoceen (34 - 23 mjg) In het Onder-Oligoceen, scheidden zich ca. 25 mjg. de Superfamilie Mensachtigen (Hominoidea) af van de Smalneusapen De andere tak ging verder als Superfamilie Cercopithecoidea (Apen van de Oude Wereld) waartoe o.a. de Bavianen en Makaken behoren.
|
Superfamilies van de Infraorde Smalneusapen (Catarrhini) (Harrison 2005)
|
De Propliopithecus was een kleine fruitetende aap die ongeveer 33 miljoen jaar geleden (Onder Oligoceen) leefde in Egypte. Hij zag er ongeveer uit als een hedendaagse lemuur, had 32 gebitselementen en de mannetjes hadden lange hoektanden. Aegyptopithecus, ook wel de 'Dageraadaap' genoemd. (bron: Wikipedia) De Propliopithecus haeckeli, die eveneens leefde in het Onder-Oligoceen, is reeds duidelijk gibbonachtig. Sommigen zien hem dan ook als de gemeenschappelijke voorvader van de Gibbons en de Hominidae. Rechts: reconstructie van een Propliopithecus. |
![]() |
![]() |
Links: De Fayoum |
![]() |
Laatst bijgewerkt: 08-12-09 |