718

Slankapen (Colobinae)

Primaten Halfapen Echte Apen Smalneusapen (Catarrhini) Apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae) Slankapen

De slankapen of bladapen (Colobinae) zijn een van de twee onderfamilies uit de familie der Apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae), de andere onderfamilie zijn de Meerkatachtigen (Cercopithecinae). Soms wordt deze onderfamilie als een aparte familie beschouwd, de Colobidae. De slankapen worden in twee groepen verdeeld, de Afrikaanse franjeapen (Colobini) en de Aziatische langoeren (Presbytini), waartoe ook onder andere de neusaap, de doeks en de stompneusapen behoren.

Slankapen zijn over het algemeen bladetende boombewoners, die voornamelijk in bossen en bosgalerijen leven. Sommige soorten (bijvoorbeeld de gewone hoelman) leven ook in landbouw- en stedelijke gebieden.

De grootste diversiteit is te vinden in Zuid- en Zuidoost-Azië, waar zeven geslachten leven, van Pakistan en India tot Zuid-China, de Filipijnen, Celebes en Lombok. Op het eiland Borneo leven zo'n zes verschillende soorten. 

Tot de onderfamilie der Slankapen (Colobinae) rekent men de geslachten

  • Franjeapen of Colobusapen (Colobini)
    • Geslacht Zwart-witte Franjeapen (Colobus)
    • Geslacht Rode Franjeapen (Piliocolobus)
    • Geslacht Groene Franjeapen (Procolobus)
  • Neusapen (Nasalis)
  • Langoeren (Presbytis)
  • Doeks  (Pygathrix)
  • Stompneusapen (Rhinopithecus)
  • Hoelmans of Grijze Langoeren of Hanuman Langoeren (Semnopithecus)
  • Simias
  • Puiklangoeren (Trachypithecus)
Franjeapen (Guereza's) (Colobini) 

De Afrikaanse Franjeapen zijn minder divers dan de Aziatische slankapen en worden verdeeld in twee à drie geslachten, en leven in de regenwouden van Oost- tot West-Afrika. De meeste fossielen worden gevonden in geheel Afrika, maar ook worden er fossiele slankapen gevonden in Azië en Europa. Een fossiele soort was zo groot als een hedendaagse mensaap.
Oostelijke Franjeaap (Colobus abyssinicus) Zuidelijke Franjeaap (Colobus Angolensis)
Langoeren (Presbytis). Deze dieren leven in India en Zuid-Oost Azië. Kleurige apen met een een kuifje op de kop en een met contrasterende plekken naakte huid. Een paar van de 20 soorten zijn wat saaier van kleur. De meeste zijn slank gebouwd, 60 cm. lang en hebben een staart van 75 cm. Ze bezitten lange vingers en tenen. Hun sociale leven is over het algemeen gemoedelijk, zonder het gekwetter en geruzie, dat bij de meerkat en de makaak zo veelvuldig voorkomt. Troepen Langoeren hebben een territorium met een centrumgebied waarin andere troepen niet worden toegelaten. Binnen dit territorium bevindt zich een aantal favoriete slaapbomen van de troep. Het leidende mannetje produceert een een diepe, resonerende roep, die bedoeld is om de troepen op een veilige afstand te houden, hoewel er geen vijandelijkheden plaatsvinden als twee troepen elkaar ontmoeten. Het aantal dieren per troep varieert van 2 tot 60. Bij de Hoelman kan dit oplopen tot 100 per km² in de bossen. 
Hoelmans of Grijze Langoeren of Hanuman Langoeren (Semnopithecus) komen voor in India en Ceylon. Ze zijn grijs, vermengd met bruingeel en zilver, vaak met een witte kop, maar met een zwart gezicht. In de Himalaya leeft een grotere soort. De Hoelman is de enige Langoer die niet voortdurend in de bomen leeft. 50 tot 80% van de dag brengt hij door op de grond. 

Rechts: Zwartvoethoelman (Semnopithecus hypoleucos)

Puiklangoeren (Trachypithecus)
  • De Witbaardlangoer (Presbytis senex) leeft in Zuid-West India en op het eiland Sri Lanka (Ceylon). Hij is zwart met verwarde manen. Hij is kleiner dan de Hoelman. 
  • De Brillangoer (Presbytis obscurus) van Thailand en Birma is blauwgrijs met witte ringen rond de ogen en witte of vleeskleurige lippen. 
  • Gouden (kuif)langoer (P. geei), Witkoplangoer (P. leucocephalus)
Echte Langoeren (Presbytis)

De Rode Langoeren (Kalakie) (Presbytis rubicunda) van Kalimantan (Borneo) is helder rood en heeft een blauwe snuit en een kuif op het achterhoofd. Hij behoort tot een groep soorten, die alle klein zijn en 5,5 tot 7 kg wegen en een kleine snuit bezitten. De Kalakie leeft in troepen van 5 - 8 met gewoonlijk één mannetje in elke troep.

Stompneuachtigen (Pygatrichini)

Stompneusapen (Rhinopithecus)

De Gouden stompneusaap of Goudaap (Rhinopithecus roxellanae) komt voor in bamboewouden hoog in de bergen van Szetsjwan in Zuid-China. Van onderen is hij goudkleurig en van boven zwart-bruin met hier en daar lange, gouden haren. De bovenzijde van de snuit is blauw. Verwante vormen komen voor in Midden-China en Vietnam. 

De Pageh-Stompneusaap (Simias larvatus) heeft een bruinzwarte vacht en een bijna naakte, korte gekrulde staart, die in het geheel niet lijkt op die van de andere Langoeren. Hij komt alleen voor op de Mentawai-eilanden ten westen van Sumatra.

 

Doeks (Pygatrix)
De zeer opvallende Roodscheendoek (Pygathrix nemaeus) van Zuid-Vietnam en Laos is blauwgrijs gespikkeld en heeft witte onderarmen, zwarte dijen en kastanjebruine schenen, zwarte handen en een witte staart. op de keel heeft hij een helderrode kraag die aan de achterzijde wordt omgeven door zwart, terwijl de rest van de keel, evenals de wangen, wit is. Er bevindt zich een rode band op het voorhoofd, met zwart er omheen. De huid van de snuit is geel. De ogen staan  scheef en de neus heeft een merkwaardige huidflap, die boven beide neusgaten hangt. In het zuidelijke deel van zijn verspreidingsgebied is hij minder fel gekleurd. 
De rest van de Langoeren hebben merkwaardige wipneuzen, soms met huidflappen, zoals de Doek. 
Neusapen (Nasalis)

De Neusaap (Nasalis larvatus) leeft in de vochtige wouden en mangrovebossen van het Indonesische eiland Kalimantan (Borneo) is steenrood van kleur. Bij het mannetje buigt de lange, afgeplatte neus naar beneden en bij oude mannetjes hangt hij over de mond. Als hij zijn alarmroep laat horen, stekt hij zich naar voren. Neusapen leven in troepen van ongeveer 20 dieren met verscheidene mannetjes. 's nachts zoeken de neusapen hogere bomen op. Ze zwemmen graag en dikwijls.

 

Simias
  • Varkesstaartlangoer (Simias concolor)

Laatst bijgewerkt: 30-11-09

colofon