715 |
Meerkatachtigen (Cercopithecinae) |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
De Meerkatachtigen (Cercopithecinae = Langstaartige apen) zijn een van de twee onderfamilies uit de Familie Cercopithecidae. De andere onderfamilie wordt gevormd door de Slankapen of Bladapen (Colombinae).
|
![]() |
![]() |
Bij de Hondsapen is het neustussenschot smal en zijn de neusgaten naar beneden gericht. In elke kaakhelft komen slechts 2 voorkiezen voor, zodat het totale gebit slechts 32 tanden bedraagt. De staart is kort of zelfs tot enkele wervels gereduceerd en wordt nooit als grijpstaart gebruikt. Hondsapen komen voor in tropisch en subtropisch Azië en Afrika, verder met één soort (Macaca sylvanus of magot) in Europa op de rots van Gibraltar.
De Mandril en Dril (Mandrillus Sphinx) zijn nauw aan de Bavianen verwant, maar zijn toch zo verschillend, dat zij tot een aparte familie worden gerekend. Zij leven in de tropische wouden van Noord-West Afrika (Mandril in Kameroen, Spaans Guinea, Gabon, Kongo Brazzaville, Dril in Gabon, Kameroen, Nigeria). De Dril leeft niet alleen in het tropische regenwoud, maar ook op grote hoogten op de Mount Cameroun. |
![]() |
Mangabeys zijn verwant met de Bavianen en de Mandrils. Het zijn grote langstaartige apen, groter en sterker dan de meeste andere apen. Ze leven in bomen. Ze hebben een tamelijk lang, zwart gezicht met diep holten onder de jukbeenderen en witte bovenste oogleden. De mannetjes hebben grote eeltkussens op hun zitvlak. Ze zijn 45-60 cm lang, de wijfjes zijn kleiner dan de mannetjes. De kuifloze Mangabeys (Roodkopmantelbey, Roetmantelbey) leven in de wouden van West-Afrika. De Mangabeys met kuif (Kuifmantelbey, Mantelmangabey, Roodkuifmangabey) komen alleen voor in de hoge dichte wouden van Midden-Afrika (Kongo). |
Laatst bijgewerkt: 04-01-07 |