110

Eukaryoten

Bacteria Eukaryoten

Klik hier voor het frame van deze pagina

 

Tegen 2200 miljoen jaar geleden, aan het eind van het Hurorian (2450 - 2200 miljoen jaar geleden), ontstonden de eerste Eukaryotische levensvormen (Protozoa). 

Bij sommige Bacteria ontstond de mogelijkheid om het erfelijke materiaal (DNA) van het organisme dat eerder "los" in de cel rondzwierf in een van membraan voorziene kern op te bergen, zodat het werd afgescheiden van de rest van de cel en daardoor beter beschermd was tegen ultraviolette straling en andere schadelijke factoren. We staan dan op de overgang van Bacteria en Archaea (eencellige organismen zonder kern) naar Eukaryoten (eencellige organismen met kern en mitochondriën). ('eu' = goed, wel; 'karyon' = kern)

Links: de drie domeinen van Woese (1990)

Archeaea, Bacteria (bacteriën met mitochondriën en chloroplasten) en Eukaryota (organismen met celkern)

Sommige cellen werd omringd door zweepachtige trilharen (flagellen).waarmee de cellen zich door het water konden voortbewegen. 

Hieruit ontstonden eukaryoten met een complexe zweephaar, ontstaan uit een verlenging van de celwand. Deze Eukaryoten worden aangeduid met type B. Men denkt dat de eerste eencellige met complexe zweephaar of flagel is ontstaan uit een eerdere endosymbiose, waarbij een bacterie die een spiraalbacterie in zijn cel had opgenomen. De spiraalbacterie zou als een complexe - d.w.z uit 9+2 microdraden opgebouwde - zweephaar ofwel undulipodium uit de gastheercel hangen, waardoor voortbeweging mogelijk was. Eencelligen met zo'n undulipodium staan aan de basis van de ontwikkeling van alle andere eukaryoten ofwel één- of meercellige organismen met celkern. Daarom wordt een undulipodium ook wel 'eukaryotenzweephaar' of 'eukaryotenflagel' genoemd.

Eencellige met undulipodium, kern en mitochondrie

Haeckel (1894)
Drie rijken
Whittaker (1959)
Vijf rijken
Woese (1977)
Zes rijken
Woese (1990)
Drie superrijken (domeinen)
Protista Prokaryoten (Eubacteriën) Eubacteriën Bacteria
Archaebacteriën Archaea
Protista Protista Eukaryoten
Planten Schimmels Schimmels
Planten Planten
Dieren Dieren Dieren
Aanvankelijk werd het domein Eukaryoten onderverdeeld in vier rijken: Protista, Schimmels, Planten en Metazoa (Dieren). Binnen de Protista onderscheidde men de zich door fotosynthese voedende Protista (Wieren) en de zich niet door fotosynthese voedende Protista: de Protozoa (Flagellates, Ciliata, Rhizopoda en Sporozoa of sporendiertjes 

Tegenwoordig is er een andere indeling in de maak. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen Amitochondriale en Mitochondriale Eukaryoten. De eerste groep omvat alle eukaryoten zonder mitochondriën (en die ook nooit in hun wordingsgeschiedenis mitochondriën hebben gehad). Hiertoe behoorden waarschijnlijk de eerste eukaryoten die aanleiding gaven tot heel wat diverse takken aan de stamboom van het leven. Vele uitlopers van deze takken worden ingenomen door diverse Amoeben (Rhizopoda) en Flagellates.

Binnen de Mitochondriale Eukaryoten worden onderscheiden: de Alveolates (Dinoflagellates, Sporozoa (Sporediertjes), Ciliaten (Infosoriën, Wimper- Trilhaar of Afgietseldiertjes) en Stramenopiles (Bruinwieren, Diatomeeën, Chrysofyten, Oömyceten, enz.). Waarschijnlijk zullen deze laatste twee taxa wel enkele vraagtekens oproepen. Zij werden ingevoerd door zgn. 'structuralisten' : deze biologen splitsten de mitochondriale protisten op in twee groepen, hierbij onder meer steunend op het uitzicht van de mitochondriale cristae. Zo groepeerden ze de planten, dieren en zwammen in één groep, omdat hun mitochondriën afgeplatte cistae vertonen, terwijl de resterende organismen met buisvormige cristae ondergebracht werden in de tweede groep.

De Alveolates vormen een relatief recent taxon (1991 - Gajadhar e.a.) dat naast de vermelde vorm van de cristae gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van een reeks blaasjes (alveoli) onder het celoppervlak. De Straminopiles hebben ook tubulaire cristae en ze danken hun naam aan de aanwezigheid van een structuur met een speciaal type haartjes. Van sommige vertegenwoordigers is geweten (diatomeeën) of denkt men (opalinen), dat ze deze structuur in de evolutie zijn kwijtgespeeld. Het creëren van deze groep was het gevolg van moleculaire studies, die aantoonden dat een reeks wieren (de Chrysophyta) verwant waren met andere organismen zoals de oömyceten en bepaalde heterotrofe flagellaten. Bron: systematiek

Tot de Mitochondriale Eukaryoten behoren verder de Rhodophyta, (Roodwieren), Ramicristates (Slijmzwammen), Viridaeplantae (Groenwieren en Planten), Opisthokonts (Chytrids Fungi, Microsporidia, Choanoflagellates, Metazoa (Dieren), de Parazoa (Sponsachtigen), de Mesozoa

Laatst bijgewerkt: 26-01-07