117 Ciliata (Ciliaten, Wimperdiertjes)
Eukaryoten Protozoa Ciliata
Ciliata bezitten cilia of trilhaartjes over het lichaamsoppervlak verdeeld of beperkt tot een bepaald deel. Deze haartjes worden gebruikt voor het voortbewegen en voor het voedsel verzamelen.
Paramecium (pantoffeldiertje) is een voorbeeld van een vrijlevende ciliaat. 
  1. Ciliaten bestaan uit maar èèn enkele cel, praktisch onzichtbaar voor het blote oog. De grootte van Ciliaten verschilt enorm per soort, van maar 10 micron tot heel groot, wel 3 mm. Ook bij dezelfde soort kan de grootte heel verschillend zijn.
  2. Naast lange uitgestrekte vormen, zijn er ook die duidelijk zo plat als een dubbeltje zijn
    zoals de Euplotes- en Stylonychia-soorten
  3. Het oppervlak is bij vele soorten bezet met trilharen, die voor de voortbeweging en het eten zorgen.
  4. Ze zijn onder de Eencelligen het meest ontwikkeld.
  5. De vorm is vaak rond, en soms wat gedraaid, met een mond die vaak aan de buikzijde is te vinden. Daardoor kennen we een ventrale ( buikzijde ) en dorsale ( rugzijde ) kant
  6. Ze zijn in het bezit van 2 kernen, de Makronucleus (grote kern) en de Mikronucleus (kleine kern)
  7. Ze kunnen zich vermeerderen door zich in 2 delen te splitsen.
  8. Er is ook een geslachtelijk samengaan, waarbij de 2 kernen gegevens uitwisselen ("conjugatie")
  9. Bij veel soorten liggen er een soort pijltjes tussen de trilharen waarmee ze zich kunnen verdedigen, die noemen ze Trichocysten.
  10. Het kan ook een heus pantser vormen zoals bij Coleps-soorten, die dankzij hun pantser veel aan Raderdieren ontkomen, want deze zijn dol op  hapklare brokjes

Tot de stam Ciliaten behoort o.a. het Pantoffeldiertje. Dit diertje kan zich voortbewegen en voedsel transporteren naar de celslokdarm door middel van trilhaartjes. Het kan zich ongeslachtelijk voortplanten. Pantoffeldiertjes voeden zich met rottingsbacteriën en eencellige wieren. Op de bodem van de celslokdarm wordt in hele kleine blaasjes het voedsel verzameld. Deze blaasje bewegen zich door de cel om verteringsproducten aan het cytoplasma af te geven. De onverteerde stoffen worden door de celanus uitgescheiden. De celanus is een blaasje waar onverteerde resten vanuit een voedselblaasje uit de cel wordt gestoten.

Laatst bijgewerkt: 23-11-06

colofon