- Ciliaten bestaan uit maar èèn enkele cel, praktisch onzichtbaar voor het blote oog. De grootte van Ciliaten verschilt enorm per soort, van maar 10 micron tot heel groot, wel 3 mm. Ook bij dezelfde soort kan de grootte heel verschillend zijn.
- Naast lange uitgestrekte vormen, zijn er ook die duidelijk zo plat als een dubbeltje zijn
zoals de Euplotes- en Stylonychia-soorten
- Het oppervlak is bij vele soorten bezet met trilharen, die voor de voortbeweging en het eten zorgen.
- Ze zijn onder de Eencelligen het meest ontwikkeld.
- De vorm is vaak rond, en soms wat gedraaid, met een mond die vaak aan de buikzijde is te vinden. Daardoor kennen we een ventrale ( buikzijde ) en dorsale ( rugzijde ) kant
- Ze zijn in het bezit van 2 kernen, de Makronucleus (grote kern) en de Mikronucleus (kleine kern)
- Ze kunnen zich vermeerderen door zich in 2 delen te splitsen.
- Er is ook een geslachtelijk samengaan, waarbij de 2 kernen gegevens uitwisselen ("conjugatie")
- Bij veel soorten liggen er een soort pijltjes tussen de trilharen waarmee ze zich kunnen verdedigen, die noemen ze Trichocysten.
- Het kan ook een heus pantser vormen zoals bij Coleps-soorten, die dankzij hun pantser veel aan Raderdieren ontkomen, want deze zijn dol op hapklare brokjes

|