136 Bruinwieren (Phaeophycota, Phaeophyta, Phaeophyceae)
Eukaryoten Wieren (Algen) Bruinwieren

In het Ordovicium ontwikkelden zich uit de eerste Eukaryoten de Bruinwieren. Het zijn meercellige, bruingekleurde wieren met een ingewikkelde bouw. Ze zijn vaak vertakt, met blad- en stengelvormige structuren. Bruinwieren komen vrijwel uitsluitend voor in zee. Tot deze groep behoren de grootste zeewieren op aarde: het reusachtige kelp (Laminaria) kan tot 70 meter lang worden! Verschillende soorten bruinwieren vormen aan de Europese kust een opvallende zonering in de getijdenzone.

Bruinwieren zijn gekenmerkt door de kleurstoffen in de cellen, t.w. chlorofyl a en c, carotenen, alsmede enkele xanthofylsoorten, waarvan fucoxanthine meestal in overmaat aanwezig is en de wieren samen met de andere pigmenten de typische bruine kleur geeft. In de celwand bevindt zich algine. De voortplantingscellen zijn dikwijls beweeglijk door middel van twee ongelijke flagellen. Het thallus is altijd meercellig, met soms complexe, op weefsels lijkende structuren. De groep telt ca. 1500 soorten, verdeeld over 240 geslachten. Met uitzondering van een paar soorten komen de Bruinwieren in zee voor, met de grootste soortenrijkdom in de koudere zeeën. De meeste leven vastgehecht in of nabij de getijdenzone. Enkele vormen, zoals Sargassum, worden drijvend in zee aangetroffen.

Links: Blaaswier 
De Blaaswier valt onder de bruinwieren. Blaaswier heeft een lange thallus (plantlichaam) waarin enkele drijfblazen zitten. Hierdoor blijft de plant opgericht in het water en kan hij horizontaal uitbreiden. Aan de zij uiteinden van de takken zitten kleine opgezwollen bolletjes, dit zijn voortplantingsorganen.

Rechts: gezaagde Zee-eik

De Gezaagde zee-eik valt onder de bruinwieren. De lengte is maximaal 60 cm. De Gezaagde zee-eik is bruin groenig.

Laatst bijgewerkt: 16-03-08

colofon