112 |
Fungi (Schimmels, gisten en zwammen) |
Schimmels (latijn: fungi) en gisten zijn Eukaryoten waardoor ze zich onderscheiden van de Bacteriën. Ze vormen een van de vijf koninkrijken in de traditionele biologische taxonomie. Het onderzoek naar schimmels heet mycologie en de wetenschappers in dat onderzoeksgebied heten mycologen.
Er zijn eencellige schimmels, maar ook veelcellige soorten. Schimmels hebben duidelijke celkernen. In veel opzichten lijken schimmels op planten, maar ze onderscheiden zich door de afwezigheid van bladgroen, hierdoor is ook hun voedingswijze anders. Groene planten en enkele soorten bacteriën maken zelf organische stoffen met bladgroen en licht. De meeste bacteriën en alle schimmels kunnen zelf geen organische stoffen maken, maar nemen ze op uit dode of levende organismen. Ze zijn (net als dieren) heterotroof: het zijn organisen die voor hun voeding van andere organismen afhankelijk zijn. Bacteriën, schimmels, planten en dieren die van grotere levende wezens leven noemt men parasieten. Indien zij leven van dode organismen heten zij saprobionten. Aangezien ze in het bezit zijn van een celwand kunnen schimmels zich niet voeden met behulp van fagocytose (omcirkeling van een voedseldeeltje). Hun voedingswijze bestaat uit absorptie: Ze scheiden verteringsenzymen (eiwitten) af op de voedselpartikels en absorberen de uiteengevallen stukjes, de macromoleculen.
Parasitisme= Als twee soorten samenleven en de ene soort heeft voordeel en de andere nadeel.
Schimmels planten zich over het algemeen voort door sporen, zeer kleine cellen die door de wind kan worden verspreid en kan uitgroeien tot een nieuwe schimmeldraad. Deze sporen ontstaan aan de uiteinden van de schimmeldraden, die omhoog groeien. Er zijn ook schimmelsoorten waar de sporen ontstaan in speciale organen (de vruchtlichamen). Bacteriën kunnen als ze uitdrogen via de lucht overal naartoe en in een vochtige omgeving zich weer voortplanten door deling. Schimmels maken stoffen waarmee ze bacteriën in hun buurt kunnen doden. (Bacteriën en schimmels leven dikwijls van hetzelfde voedsel) Stoffen uit schimmels die bacteriën kunnen doden kunnen soms gebruikt worden als geneesmiddel tegen bacterieinfecties. Men noemt ze dan antibiotica. Schimmels onderscheiden van de dieren door de aanwezigheid van een celwand (bestaande uit chitine). Schimmels zijn aëroob, maar zelfs bij zeer lage zuurstofconcentraties is groei mogelijk. |
Bouw van een schimmel Behalve paddestoelen zijn er ook andere structuren die een schimmel kan vormen. Haustoria zijn de structuren die parasitaire schimmels gebruiken om organische stoffen van de gastheer te stelen. Rhizomorfen zijn een soort dikkere hyfen en zijn vergelijkbaar met de wortels van planten. Sclerotia en stromata zijn grote structuren die een schimmel vormt om de winter te overleven. Schimmelcellen hebben een celwand gemaakt van chitine en hebben net als planten een vacuole, een met vocht gevuld blaasje dat omgeven is door een vacuolemembraan en zich in het cytoplasma van een cel bevindt.. De meeste schimmelcellen zijn door septae verdeeld in compartimenten. Schimmels zijn heterotroof en maken gebruikt van extracellulaire vetering. |
Grootte
De honingzwam (Armillaria ostoyae) in de Amerikaanse staat Oregon is naar schatting 2400 jaar oud en heeft een ondergronds mycelium met een omvang van 890 hectare. Daarmee is deze schimmel het grootste levende organisme ter wereld. Ook in Zwitserland in het Nationaal Park in de streek Engadin komt deze schimmel met een grootte omvang voor. Hier is de schimmel ongeveer duizend jaar oud en ongeveer 800 meter lang en 500 meter breed. Stammen in het rijk der schimmelsHet rijk der schimmels kan ingedeeld worden in verschillende stammen. De indeling is gebaseerd op de manier waarop geslachtelijke voortplanting plaatsvindt. De indeling is als volgt:
Van veel schimmels is de geslachtelijke voortplanting niet bekend. Ze zijn ingedeeld in een 'restgroep' (incertae sedis). Vaak blijkt bij nader onderzoek dat ze bij de ascomycota horen. Dit nader onderzoek kan bijvoorbeeld DNA onderzoek zijn. rechts: Grauwe schimmel op een tomatenplant. |
![]() |
De (eencellige) gisten worden ook bij de schimmels ingedeeld. Gisten zijn micro-organismen, die biochemisch het best te beschouwen zijn als eencellige schimmels. Er zijn zelfs veel schimmels die behalve als een mycelium ook als eencellige kunnen groeien. Gisten onderscheiden zich van bacteriën door het bezit van een celkern en zijn ook belangrijk groter. Gisten behoren tot de klasse Saccharomycetes (stam Ascomycota) |
![]() |
De Geweizwam (Xylaria hypoxylon) is een voorbeeld van de Zakjeszwammen (Ascomycetes), dat grillige vormen aan kan nemen. Het is een kleine, knotsvormige of plat cylindrische zwam tot 6 cm hoog. Aan de bovenkant komen vaak vertakkingen voor, waardoor de gelijkenis met een gewei ontstaat. In hun jeugd zijn ze bedekt met een wit poeder. Dit zijn de sporen die in de ongeslachtelijke fase worden voortgebracht (conidiën). Later in het najaar gaan ze over tot de geslachtelijke fase. De kleur verandert dan naar zwart en de sporen zitten niet meer aan de buitenkant. |
De meeste Paddestoelen behoren tot de Steeltjeszwammen (Basiodiomycetes), een klasse binnen de stam Basidiomycota. | ![]() |
![]() |
|
Groei en vermeerdering Uiterlijk en herkenning Lagere Zwammen Zakjeszwammen Steeltjeszwammen
vliegezwam aardappelbovist de plaatjes de buisjes Laatst bijgewerkt: 06-12-06 |