1101

Mesopotamië (2110 - 2000 v. Chr.)

Soemerië (2200 - 2210 v. Chr.)

Vanuit hun stamland, de Syrische steppe bij de Midden-Eufraat, drongen kort voor 2000 v.Chr. de Amorieten door in Mesopotamië door, waar zij zich eerst vestigden als huursoldaten en kooplieden. In de jaren daarna vestigden zij zich in steden als Mari, Assur en Babylon en werden na verloop van tijd de overheersende bevolkingsgroep in een groot deel van Soemerië.

Shumuabi (2049-2039 v. Chr.) 

Shumulailu (2038 - 2002 v. Chr.) 

Tijdens het bewind van Ibi-Sin (Ibbisin) (2029-2004), de laatste koning van de Derde dynastie van Ur, pleegde Shumulailu op het moment dat het land in grote wanorde verkeerde en er een burgeroorlog was uitgebroken een invasie in de oostelijke provincies van zijn rijk  Overal richten de Amorieten verwoestingen aan en het scheen zelfs dat Ibi-Sin lange tijd in zijn eigen hoofdstad opgesloten heeft gezeten. Ongeveer tegelijkertijd deden de Elamieten een aanval op de stad Ur, de hoofdstad van het Soemerische rijk. Als sprinkhanen zwermden de woeste bergvolkeren door de bergpassen en dalen massaal al brandstichtend en plunderend af naar de rijke steden. Het ene fort na het andere werd door hen ingenomen. Arak en Uruk werden geplunderd en verwoest en de stad Agade verdween zelfs geheel van de aardbodem en de ruïnes ervan zijn nimmer teruggevonden. 

De bewoners van Uruk, die niet bij machte waren de stad te verdedigen, openden de poort, waarna de Elamieten de stad plunderden en   Ibi-sin gevangen werd genomen. Aan het 1500 jaar durende Soemerische oppergezag in het land van de twee rivieren was een eind gekomen. De Elamieten vestigden in Ur een garnizoen.

 

Na de val van Ur (2004 v. Chr.) verdreven de Amorieten de Elamieten uit Zuid-Soemerië en veroverden zij in korte tijd het hele halvemaanvormige gebied tussen de Middellandse Zee in het westen (Kanaän), de Zuid-Turkse en het Zagros Gebergte in het oosten. In het noorden en de woestijnen in het zuiden. In het oosten werden zij tot staan gehouden door het koninkrijk Elam, in het westen door het rijk Egypte.

Mesopotamië viel in vele stadsstaten uiteen. Tegen het eind van de 19e eeuw v. Chr. traden enkele krachtige heersers en dominerende staten naar voren als Larsa, Isin, Esjnoenna, Assoer (Oud-Assyrische Rijk), Mari en Babylon.

De stadsstaat Assoer (Ashur) werd geregeerd door Shamshi-Adad l (1813 - 1781 of 1810-1771), een uitgeweken lid van de koninklijke familie Terqa. Dit rijk staat bekend als het Oud-Assyrische Rijk

Ten westen van Assoer lag gelegen aan de Eufraat) de belangrijke Amoritische handelsstadsstaat Mari  

In het zuiden van Mesopotamië ontstonden de Amoritische stadsstaten Isin en Larsa

 

    
In de bergen van Armenië werd omstreeks 2100 jaar v. Chr. het smelten van ijzer uitgevonden. Gezien de aanvankelijke moeilijkheden bij de productie werd ijzer als zeer kostbaar materiaal beschouwd en alleen gebruikt voor het maken van statusvoorwerpen en niet voor gebruiksvoorwerpen. 

Mesopotamië (2000 - 1792 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 12-02-07

colofon