5331

Lage Landen (800 - 850)

 Lage Landen (768 - 800)

De lage landen behoorde sinds 734 voor het grootste deel tot het Frankische hertogdom Friesland, waaronder het hele gebied viel ten westen van Nijmegen. . In 802 stelde Karel de Grote de Lex Frisionum op, die vanaf toen gold voor elke Fries. De Friezen bleven tot ver in de Middeleeuwen wel de belangrijkste handelaars in het Noorden.

Het handelscentrum Dorestad beleefde onder Karel de Grote trouwens zijn bloeiperiode. Maar de Kromme Rijn, de rivier waaraan Dorestad gelegen was, verzandde en verlegde zich steeds meer naar het oosten, zodat men de aanlegsteigers almaar moest verlengen. Dit betekende de ondergang voor de handelsplaats. Omdat het geen omwalde stad was, konden de binnenvallende Vikingen er dus makkelijk lelijk huishouden; tussen 833 en 837 werd het jaar na jaar geplunderd. Dit stimuleerde natuurlijk de emigratie. Stilaan raakte het stadje uitgeleefd.

Omstreeks 807 verschenden de Denen voor het eerst voor de kust van de Lage landen. Omdat ze kwamen uit het noorden - uit Scandinavië, Denemarken, Zuid-Zweden en Noorwegen - werden ze ook wel Noormannen genoemd. Zichzelf noemden zij zich Vikingen. Hun koning - Gudfrid - breidde in het noorden steeds meer zijn macht uit. Steeds opnieuw doken hun lange, slanke schepen op uit de zee. 

In 807 voer hij met een vloot van 200 schepen voor de kust van Groningen en Friesland. Later verschenen zij ook voor de kust van Holland en Zeeland. De schepen voeren de rivieren op of landden op het strand. Uit de schepen sprongen grote, woest uitziende mannen. Zwaaiend met bijlen en zwaarden renden ze naar het dorp of de stad. Iedereen die ze tegen kwamen werd gedood. Huizen werden in brand gestoken en het vee werd geslacht en alles wat waarde werd meegenomen. Vooral de kerken en kloosters moesten het ontgelden, want daar was goud en zilver te vinden. (z. ook: verhaal)

Vanaf 820 deden de Denen voortdurend invallen in Vlaanderen, waarbij vele kloosters werden geplunderd en verwoest. Als bescherming tegen de Noormannen bouwden de bewoners van de kustgebieden vluchtburchten. Stenen kerken, zoals de kerk van Egmond en de kerk van de vroonhoeve in Tiel deden dienst als fort. De Friezen leverden drie grote veldslagen tegen de Denen, maar werden telkens verslagen. 

 

Tussen 834-842 werden Antwerpen, Trecht, Witla en Quentovic (Quintovic) door de Noormannen geplunderd. Quentovic, dat aan de monding lag van de Canche in Noord-Frankrijk, overleefde de Noormannenaanval van 842 niet, evenals Witla en verdwenen van de landkaart. 

Ook de Friese handelsnederzetting Dorestad (Dorestadum) - in de 9e eeuw de belangrijkste plaats aan de rivier de Rijn - werd door de Noormannen diverse keren geplunderd. Als zeehaven was het een makkelijk te bereiken doelwit en als handelsplaats was er zeker wat te halen. Er woonden veel rijke kooplieden. Ze namen alles mee wat ze konden vinden. In de jaren daarna keerden ze nog een paar keer terug. Dorestad is platgebrand. Waar het de Vikingen vooral om te doen was: het zilver. Het geld van Dorestad stond in hoog aanzien bij de Vikingen. Toen Dorestad niet langer bestond, werd het door lokale muntmeesters in Hedeby en andere Scandinavische steden gekopieerd. 

In 839 schonk keizer Lodewijk de Vrome het hertogdom Friesland en de graafschappen Hamaland, de Betuwe, Teisterband en Dorestad aan zijn zoon Karel ll de Kale (814-840).

Nadat Rorik eerst de Betuwe en gebieden aan de Rijn en de Waal had geplunderd zette hij de Lotharius voor de keus: of wij komen elk jaar weer of we mogen ons er vestigen. Pure chantage dus. Rorik werd afgekocht met Dorestad en het leenheerschap over een aanzienlijk gebied (omstreeks 834). Met enkele onderbrekingen was Rorik bijna 40 jaar lang leenman van de Duitse koningen. 
In 840 was het gehele Friese kustgebied in handen van de Deense Vikinghoofdman Rorik. In 841 schonk keizer Lothar hem Walacria (Walcheren) 

In 843 (verdrag van Verdun) kwam het gebied ten westen van de Schelde (dus het grootste deel van Vlaanderen) bij West-Frankenland (West-Francië), het rijk van Karel ll de Kale. De rest van de Lage Landen kwam bij het langgerekte Middenrijk van Lothar l, dat zich uitstrekte van Friesland tot bezuiden Rome. 

Lage landen (850 - 880)

laatst bijgewerkt: 31-10-02

colofon