5163 |
Frankische rijk (830 - 843) |
![]() |
Lodewijks echtgenote Judith van Beieren had Lothar en Pippijn rukten met hun legers op tegen hun vader, die de steun kreeg van zijn zoon Lodewijk de Duitser. De keizer won en en Lothar was medekeizer af. Hij bleef wel koning van Italië. In 830 brak er een oproer uit tegen het keizerlijke paar. Het was vooral de kerk die zich verzette tegen de al te grote invloed van keizerin Lothar beperkte Lodewijks bewegingvrijheid en omringde hem met monniken die hem moesten voorbereiden om intrede te doen in een klooster. Een heerszuchtige en harteloze egoïst als Lotharius was er echter de man niet naar om zich de sympathie van zijn onderdanen of zijn broers (Pippijn en Lodewijk de Duitser) te verwerven. De stemming sloeg plotseling om ten gunste van de oude keizer. De zonen geraakten met elkaar in oorlog en binnen een half jaar had de Rijksdag de kroon aan Lodewijk terug gegeven. Spoedig daarna herkreeg keizerin In 833 stonden vader en zonen bij Colmar in de Elzas met een legermacht tegenover elkaar. Door beloften en bedreigingen wisten de zonen het grootste deel van Lodewijks troepen naar zich te doen overlopen. Toen gaf de keizer de strijd op en was al blij dat Judith en Karel er het leven afbrachten. De plaats van deze gebeurtenis werd later het Lügenfeld genoemd, niet van leugen, maar van lueg - hinderlaag - nl. deze die de drie zoons hun vader hier gespannen hadden door zijn soldaten om te kopen.
Nadat de Rijksdag de afzetting van In 837 werd begonnen met onderhandelingen om het rijksgebied in drie zelfstandige koninkrijken op te delen. West-Francië, Oost-Francië en het Middenrijk. In 838 stierf Pippijn l van Aquitaine. Zijn beide zoons erfden niets. Het koninkrijk van Lodewijk ll de Duitser werd ingekrompen tot Beieren. De rest van het Frankische Rijk werd verdeeld tussen Lothar l en Karel ll. |
![]() |
In 839 schonk Lodewijk het hertogdom Friesland en de graafschappen Hamaland, de Betuwe, Teisterband en Dorestad in de Lage Landen aan zijn zoon Karel ll de Kale. links: Karel ll de Kale Zodra |
Toen trachtten Lodewijk de Vrome en Judith Lothar voor zich te winnen, hoewel hij degene was die zijn vader het diepst vernederd had. Vader en zoon verzoenden zich met elkaar, op voorwaarde dat, dat het rijk na de dood van Lodewijk de Vrome in twee even grote delen zou worden verdeeld tussen Lothar en Karel. Een klein gebied (Beieren) zou genadig aan Lodewijk de Duitser worden afgestaan. Deze fraaie beslissing werd afgesloten met ontroerende taferelen; de oude keizer omarmde en kuste "zijn verloren, maar nu teruggekeerde zoon". De naakte waarheid achter deze stichtelijke frasen was dat Lodewijk de Vrome met behulp van de schuldigste van zijn kinderen trachtte de zoon te onterven, die in een kritieke situatie zijn partij gekozen had. Maar terwijl men nog bezig was met de voorbereidingen voor deze overeenkomst werd de oude keizer getroffen door een ziekte. In 840 stierf hij. |
Zonder zich te bekommeren om de beloften, die hij zijn vader voor diens dood ten behoeve van zijn lievelingszoon gegeven had, wierp rechts: Fontenay-en Puysaye |
![]() |
Lodewijk ll de Duitser wist na deze slag zijn gebied uit te breiden met Saksen, Oost-Franken, Alamannië en Thuringen. Een enorme gebiedstoename. Hiermee was de strijd echter nog niet beslist. Lotharius was een meester in listen en lagen. Hij wist te Saksen op te ruien tot een opstand tegen Lodewijk de Duitser en om ook Karel in moeilijkheden te brengen aarzelde Lotharius niet steun te zoeken bij de Noormannen en een anti-Frankische beweging in Saksen. In het besef dat hun samenwerking nu meer dan ooit nodig was, ontmoetten Lodewijk de Duitser en Karel elkaar in 842 in Straatsburg, waar zij hun verbond met plechtige eden bekrachtigden. Deze overeenkomst was voor Lothar gevaarlijk genoeg om ook hem naar de onderhandelingstafel te brengen. Bovendien verlangde het volk naar het einde van de afschuwelijke oorlogen. De besprekingen over de verdeling, die maanden in beslag namen, resulteerden uiteindelijk in een driedeling van het rijk, waarbij alle broers de onafhankelijke status van koning kregen en Lotharius als oudste de ceremoniële keizerstitel mocht dragen (het Verdag van Verdun, 843) Lodewijk kreeg de landen ten oosten van de Rijn (met de Lage Landen en het gebied tussen Schelde en Maas) en de Wezer (Oost-Francië). Karel de Kale kreeg de landen ten westen van de Rhône, de Saône, de Maas en de Schelde (West-Francië). Lothar kreeg het hiertussen gelegen gebied, van Italië in het zuiden tot Friesland in het noorden (Midden-Francië). Dit gebied bevatte veel "koningsgoederen" zoals de Ardennen, de palts in Nijmegen en de keizerlijke residentie te Aken waar hij zijn intrek nam. Het rijk van Lothar was een merkwaardig langgerekt gebied, waarvan het noorden en zuiden weinig met elkaar gemeen hadden. laatst bijgewerkt: 13-12-07 |