5731

Denemarken (800 - 820)

Scandinavië (400 - 800)
 

Gudfred (Godfred, Godfrid) (804 - 810)

Aan het begin van de 9e eeuw werd Danevirke geregeerd door koning Gudfred. Hij  was de jongste zoon van Sigfrid.

In die tijd vestigden zich de eerste Noren op IJsland. 

 

Gudfred liet omstreeks 804 van de oostkust naar de westkust van Jutland een 30 km. lange aarden wal met palissaden aanleggen: de Danevirke, ter  verdediging van zijn rijk tegen een mogelijke inval van de Franken.

Omstreeks 807 voerden de Noormannen hun eerste aanval uit op Ierland. In hetzelfde jaar werden ook aanvallen uitgevoerd op de kustgebieden van de Lage landen

Mogelijk was Halvdan een oudere broer van Gudfred. Deze werd graaf van enkele rijke handelssteden ten zuiden van de rivier de Eider (Noord-Duitsland). Deze weigerde Gudfrid belasting te betalen en zwoer in 807 trouw aan de Karel de Grote om zijn steun te verwerven. Gudfrid mobiliseerde daarop een leger en passeerde de verdedigingslinie die dwars door Jutland liep.

Rechts: de Danevirke zoals die er nu uit ziet.

Gudfred raakte ook in strijd met de Obotrites (Obroditen), een tot de Slaven behorend volk, die tevens bondgenoten waren van de Franken. Keizer Karel de Grote erkende de leider van de Obroditen, Drazko (Drozko), in 804 als koning. In 808 versloeg Gudfred, samen met de Wilzen (een ander Slavisch volk), de Obroditen. Gudfred veroverde en liet de handelsnederzetting Reric platbranden en koning Drazko ter dood brengen. Daarop bracht de kooplieden van Reric naar zijn eigen handelsstad Haithabu aan de Schlei, de diepe inham in de Kleine Belt.

In 810 plunderde Gudfred de kustgebieden van de Lage Landen, doch in de zomer van dat jaar werd hij gedood door één van zijn lijfwachten, volgens Notker van St. Gallen was dit één van zijn zonen.

In het begin van de 9e eeuw, maar mogelijk wel veel eerder, staken de Noormannen de Oostzee over op zoek naar handelsmogelijkheden. In Russische bronnen worden zij Varjagen (Varangians) genoemd, overeenkomstig met het Noorse Vaeringjar en het Angelsaksische waerens, "zwervers". ( Oost-Europa 800-900)

De Reichsannalen uit het beging van de negende eeuw over de laatste twee decennia van de 8e eeuw vermelden dat Drazko "de hertog van de Obroditen" bij de  verovering van Reric "door Gottrics mensen arglistig werd omgebracht."  In 810 werd Gudfred vermoord. Volgens de legende was Holger Danske een zoon van Gudfred.

Hemming (810 - 811)

In 811 streden de legers van de Deense koning Hemming, de neef en opvolger van Gudfred tegen de Franken. De rivier Eider werd de grens tussen het rijk der Franken en Danevirke. Haihabu werd door de Denen heroverd en groeide snel uit tot een van de belangrijkste Vikingnederzettingen langs de Oostzee. Vermoedelijk was die snelle expansie te danken aan de uitschakeling van de concurrent Reric, dat permanent door de Obroditen werd bedreigd. 

Het wegvallen van de belastinginkomsten voor de Deense Vikingkoning werd waarschijnlijk goedgemaakt door de activiteiten van de kooplui die Gottrik meenam naar zijn "dorp in de heide": Haithabu. Ongeveer tezelfdertijd vestigden zich Slaven in Alt-Lübeck, dat eveneens tot een belangrijke handelsstad uitgroeide. Mogelijk regeerde deze Deense koning in die tijd ook over het zuiden van Noorwegen.

Anulo, Harald Klak Halvdansson, Reginfrid (811 - 815)

Na de dood van Hemming in 811 ontstond er een langdurige troonstrijd tussen de zonen van Gudfred en hun neven, de zonen van Halvdan, in het bijzonder met Harald Klak Halvdansson, zijn broer Anulo en Reginfrid

In de lijst van koningen van Denemarken worden ook nog vermeld Erik de Oude (815 - 854) en Erik het Kind (854 - 873), een neef van Erik de Oude.

Harald Klak (Harald l) regeerde in verschillende perioden tussen 811 en 827. Zoals zijn vader Halvdan hoorde Harald tot de Frankisch-gezinde partij in Denemarken. Hij werd in 813 verjaagd door de zonen van Gudfred, en zocht in 814 toevlucht bij Lodewijk de Vrome. In 819 liet Lodewijk de Saksen Denemarken binnenvallen. Twee van Gudfreds zonen accepteerden Harald als mederegent, de twee andere zonen niet. In 816 liet Harald zich in Mainz dopen, samen met zijn vrouw en zijn zoon Godfred. Daarna keerde Harald terug naar Denemarken.

rechts: doop van Harald Klak

Denemarken (820 - 850)

laatst bijgewerkt: 12-12-07

colofon