5162 |
Frankische rijk (820 - 830) |
![]() |
In Bretagne brak een opstand uit, die door Lothar (Lotharius) l, de oudste zoon van Lodewijk l de Vrome, die sinds 817 regeerde als medekeizer, bestuurde vanaf de herfst 822 Italië en regelde onder meer het bestuur van de Kerkelijke Staat via de Constitutio Romana. In 823 werd hij (als "Festkrönung") in Rome nogmaals tot keizer gekroond door paus |
|
De vele interne strubbelingen maakten het rijk kwetsbaar voor invallen. Regelmatig voerden zij plunderingen uit tot ver in het binnenland, op zoek naar kostbaarheden. Omstreeks 820 voerden de Denen aanvallen uit op de gebieden aan de monding van de Seine. Deze bevonden zich vooral in de kloosters, die dan ook dikwijls het slachtoffer waren. De regelmaat en de kracht van de invallen waren desastreus voor de stabiliteit binnen het Frankische rijk. |
|
![]() |
|
Een krachtige leider als Karel de Grote had in 800 al maatregelen getroffen om de Noormannen te bestrijden. De intensiteit van de aanvallen nam na zijn dood echter alsmaar toe, waardoor het moeizaam opgebouwde handelsnetwerk in West-Europa geleidelijk aan ontwrichtte. Door de verzwakking van het centrale gezag kwam de verdediging te rusten op de schouders van de locale graven (leenmannen). Zij bouwden versterkingen - burchten - en ommuurden de nederzettingen. In ruil voor bescherming konden de locale machthebbers de vrijheden van hun onderdanen inperken en konden zij meer en meer onafhankelijk van de vorst hun macht uitoefenen. Zij werkten zich op tot locale landsheren, die door een feodale eed van trouw echter wel aan de vorst verboden bleven. |
![]() |
Omstreeks 825 liet Lodewijk aan de noordoostgrens een kleine vesting bouwen: de "Hammaburg". |
laatst bijgewerkt: 13-12-07 |