170

Bilateria

Metazoa

Klik hier voor het openen van het frame van deze pagina

 

Metazoa (Meercelligen)

 Radiata

Bilateria

Acoelomata Pseudocoelamata Eucoelomata
Platyhelminthes (Platwormen)   Rotifera (Raderdieren) 

Acanthocephala

Nematoda (Rondwormen)

Enterocoela (Nieuwmondigen)   Schizocoela (Oermondigen)

De Bilateria vormen een onderrijk (superstam) van de Echte Meercelligen (Eumetazoa) Ze waren bilateraal (tweezijdig) symmetrisch gebouwd. De voorouder van de Bilateria (een meercellige) is waarschijnlijk gaan kruipen over de ondergrond, waardoor een buik- en een rugzijde ontstonden, terwijl op het voorste gedeelte zintuigen tot ontwikkeling kwamen. 

Algemeen wordt aangenomen dat de vele stammen die tot de Bilateria behoren terug te voeren zijn tot de vrij levende Platwormen (Platyhelminthes). De Bilateria bezitten tussen het ecto- en entoderm nog een derde kiemblad: het mesoderm. De Kimberella een weekdierachtig wezen dat ca 555 mjg leefde tijdens het Vendian), en de Vernanimalcula behoren tot de oudste Bilateria.

Tot de Bilateria behoren bijna alle overige dieren. Bilateria zijn bijna altijd tweezijdig symmetrisch, met als uitzondering de Stekelhuidigen (zeesterren etc) die radiaal symmetrisch zijn, als larve zijn ze echter tweezijdig symmetrisch. De lichamen van de Bilateria ontwikkelen zich uit drie kiembladen: het endoderm, mesoderm en het ectoderm. 

Op enkele primitieve uitzonderingen na hebben alle Bilateria een volledig darmkanaal. De meeste Bilateria hebben ook een lichaamsholte (coelom) dat in het mesoderm ligt, de overigen hebben een pseudocoelom, zoals bijvoorbeeld de Raderdieren (Rotifera) en de Nematoda

Onderafdelingen van de Bilateria
Acoelomata

Dieren zonder lichaamsholte en zonder coeloom. Het ontbreken van een lichaamsholte blijkt bij deze groepen echter een secundaire ontwikkeling te zijn. In de lichaamsholte liggen de organen.

Platyhelminthes (Platwormen)

Pseudocoelamata

Dieren met een lichaamsholte maar geen echt coeloom

In tegenstelling tot de Acoelomata, waar het verteringskanaal bestaat uit een uitholling in een min of meer stevig weefsel, ligt het verteringskanaal bij de pseudocoelomata in een lichaamsholte (buis-in-buis organisatie). De lichaamsholte bevat ook nog andere organen en is gevuld met een vloeistof die verschillende losse celtypes bevat. Er zijn twee soorten lichaamsholten: het coeloom en het pseudocoeloom. Een pseudocoeloom is een inwendige ruimte die zich niet heeft ontwikkelt uit een door mesoderm omgeven ruimte.De meeste dieren, waaronder wijzelf, beschikken over een coeloom, dat per definitie gevormd wordt binnen het mesoderm en door een cellulaire membraan, het peritoneum, omgeven is. Tot de Pseudocoelomata behoren:

Rotifera (Raderdieren)

Acanthocephala (Haakwormen of Stekelsnuitwormen)

Cycliophora

Gastrotricha (Buikharigen)*

Kinorhyncha (Stekelwormen)*

Loricephera*

Micrognathozoa

Aschelminthes (stam) -  Nematoda (Rondwormen) (klasse)* en Nematomorpha (Snaarwormen)*

* Ook wel ingedeeld bij de Schizocoela (Oermondigen)

Eucoelomata
In de dieren ontstond in het mesoderm (middelste cellaag) een holte die een coeloom wordt genoemd. Nadat deze lichaamsholte zich had vergroot ontwikkelden zich uit het endoderm (de binnenste cellaag) de darm, de overige spijsverteringsorganen en de reproductieve organen.

Uit het mesoderm ontwikkelden zich de spieren en het skelet en vanuit het ectoderm het zenuwstelsel en de huid. Voor dieren behorende tot de phyla Priapulida (Peniswormen) en Gastrotricha (Buikharigen), is de aard van de lichaamsholte controversieel. Alleen embryologisch onderzoek, tot nu toe niet verricht, kan uitsluitsel geven over de oorsprong van de lichaamsholte.

Binnen de Eucolomata ontstonden twee lijnen in de evolutie: de Schizocoela (Oermondigen) en de Enterocoela (Nieuwmondigen).

Tot de Oermondigen, behoren o.a. de Geleedpotigen, Ringwormen en Weekdieren.

De Nieuwmondigen omvat o.a. de Stekelhuidigen, de Hemichordata en de Chordata

Tussen beide groepen bestaan een aantal verschillen. De belangrijkste daarvan is dat bij de Oermondigen de eerste opening in de embryo de mond wordt, en bij de Nieuwmondigen wordt de eerste opening de anus. De splitsing tussen beide groepen moet van minstens 570 miljoen jaar geleden dateren, omdat in het Cambrium zowel Protostomen als Deuterostomen voorkomen.

Bron: Bilateria - Wikipedia

laatst gewijzigd: 14-03-08

colofon