184

Ringwormen (Annelida)

Bilateria Schizocoela (Oermondigen) Lophotrochozoa Ringwormen (Annelida)

Ringwormen (Annelida) vormen in de nieuwe systematiek van het Dierenrijk een afzonderlijke stam, die zich ontwikkeld heeft uit de Schizocoela, een onderafdeling van de Bilateria.

Ze worden ingedeeld bij de onderafdeling Lophotrochozoa  

 

Ringwormen zijn wormen met een langgerekt lichaam dat samengesteld is uit meerdere segmenten in de vorm van ringen. De grootte varieert van enkele mm tot zelfs een meter. In de met vocht gevulde lichaamsholte bevindt zich een min of meer rechte darm met aan de voorzijde een mond, en aan de achterzijde een anus. Ringwormen zijn in staat deze lichaamsholte te gebruiken als hydrostatisch skelet, waaromheen de lichaamswand kan verkorten of verlengen.  

rechts: Ringworm

Een voorbeeld van ringwormen is de regenworm. Bij het kruipen over de grond veranderen de ringen van vorm, borsteltjes zorgen ervoor dat de worm niet terugglijdt.

Aan de buitenkant van elke ring staan twee uitsteeksels of parapodia dat hoornachtige borstels draagt. De parapodia zijn sterk met bloed bevloeid zodat ze dienst doen als kieuw  

Algemene kenmerken

  1. Segmenten of ringen

Elke ringworm is opgebouwd uit segmenten die sterk op elkaar gelijken (zowel uit- als inwendig). Ieder segment bezit namelijk een uitscheidingsopening, een zenuwknoop, een stukje darm, bloedvaten en lengtespier.

  1. Parapodia aan weerskanten van de segmenten

Overzicht van de stam Ringwormen

Binnen deze stam wordt een onderverdeling gemaakt in drie klassen:

  • Borstelwormen Polychaeta)

Borstelwormen zijn ringwormen met lichaamssegmenten, meestal met een duidelijke kop met tentakels. Ze bewegen zich voort door middel van borstels op beweegbare uitstulpingen (parapodia) langs het lichaam. Vaak fungeren de borstels ook als kieuwen (ademhaling). In tegenstelling tot de Regenwormachtigen (Oligochaeta) zijn de Borstelwormen van gescheiden geslacht en worden hun geslachtscellen in vele segmenten gevormd.
De meeste soorten Borstelwormen leven op of in de zeebodem (o.a. Kokerwormen, Zeeduizendpoten ofwel Zagers, en Zeepieren), maar er zijn ook parasieten en commensalen (dieren die profiteren van hun gastheer, zonder dat deze er last of gemak van heeft).

Borstelwormen zijn overwegend vleesetende roofdieren die zich voeden met dode of levende dieren. Bekende vrijlevende borstelwormen zijn o.a. de zeemuis de zeepier en de vuurworm. De zeemuis is ovaal van vorm en heeft grijze of bruine borstels op de rug zodat ze wel wat gelijkt op een muis. De zeemuis vindt men terug op zand en slijkbodems waar ze leeft van kleine diertjes die in het sediment leven. De vuurworm is een bekende in de koraalriffen waar hij een spoor van dood koraal achterlaat. Hij eet elk poliepje dat hij tegen komt en maakt zo plaats voor nieuwe bewoners van het rif.  

Borstelwormen zijn ontstaan uit de Oerplatwormen.

Tot de Borstelwormen behoren de Kokerwormen. Dit zijn geen roofdieren maar leven van zwevende deeltjes in het water ( plankton ). Dikwijls hebben ze een grote pluim op hun kop waarmee ze het water filteren. Op die pluim staan rijen trilharen waarmee de zwevende deeltjes die aan de pluim blijven kleven naar de mond worden gebracht. Ze leven in een koker die ze opgebouwd hebben met slijm, vermengd met zand of schelpjes naargelang de soort. Sommige kokerwormen scheiden zelfs kalk af waardoor ze een stevige kalkkoker bekomen: dit zijn de kalkkokerwormen. We zien die kalkkokers dikwijls als witte strengen op voorwerpen die uit de zee komen zoals stenen of mosselschalen.
Tot de Borstelwormen behoren verder de Zeepieren en Zeeduizendpoten
  • Regenwormachtigen (ook wel Slingerwormen, Aardwormen genoemd) (Oligochaeta)

Regenwormachtigen zijn ringwormen met lichaamssegmenten. Aan de voorzijde van het lichaam zit een klierrijk 'zadel' voor de vorming van eicocons. De kop draagt geen tentakels. Langs het lichaam zitten borstels die, anders dan bij de Borstelwormen (Polychaeta), niet op huiduitstulpingen zijn geplaatst. Een ander verschil ten opzichte van de Borstelwormen is, dat Regenwormachtigen hermafrodiet (tweeslachtig) zijn.
Regenwormachtigen (o.a. Regenwormen en Tubifex) leven in zoet water of in de bodem. Het zijn belangrijke grondverbeteraars.

Regenwormachtigen zijn ontstaan uit de Borstelwormen

  • Bloedzuigers (Hirudinea)

Alle ringwormen die voor de duikers belangrijk zijn, behoren tot de borstelwormen. Bij de borstelwormen onderscheiden we nog de vrijlevende en de vastzittende, sessiele of kokerwormen. Van de oligochaeta is de regenworm de bekendste. Alle oligochaeta zijn hermafrodiete wormen, dit in tegenstelling tot de andere ringwormen die van gescheiden geslacht zijn. Bloedzuigers komen in onze streken niet of zelden voor.

Laatst bijgewerkt: 15-03-08

colofon