240 |
Amfibieën (Amphibia) |
![]() ![]() Klik hier voor het frame van de pagina |
Aan het begin van het Devoon, meer dan 400 miljoen jaar geleden ontwikkelden zich uit Rhipidistia Oerkwastvinnigen), een suborde van de Kwastvinnige vissen, die zich hadden gewaagd op het land de oudste Tetrapoden (= vierpotigen). Zij leefden in plassen die 's zomers vaak droogvielen. Misschien probeerden zij om zo van de ene plas naar de andere te komen. Hun nakomelingen leerden buiten water in leven te blijven en kregen longen om mee te ademen en poten om zich te verplaatsen. Zij leefden van de insecten die vaak in enorme zwermen bij het water te vinden waren. Zij moesten wel dicht in de buurt van water blijven om daarin hun eieren te kunnen leggen. Hieruit ontstonden aan het eind van het Devoon de Tetrapoden. In de 50-100 miljoen jaar daarna verspreidden de Amfibieën in vele soorten zich over de wereld. | ![]() |
rechts: De ontwikkeling van de Amfibieën schematisch in een cladogram weergegeven. "basal tetrapods"= oudste Tetrapoden (Tetrapodomorpha), Caudata = Salamanderachtigen, Gymnophiona = Wormsalamanders, Anura = Kikvorsachtigen. |
![]() |
Tiktaalik roseae wordt door sommige wetenschappers gezien als de schakel tussen de vissen en de gewervelde landdieren. Andere wetenschappers zijn van mening dat het hier niet kan gaan om een overgangsvorm. Dit dier leefde 383 miljoen jaar geleden tijdens het Devoon-tijdperk in de moerassen van wat nu Canada is. | ![]() |
![]() |
Omstreeks 364 miljoen jaar geleden veroverden op (in principe) vier poten lopende dieren het land. De meest aan de xogeheten tetrapoden verwante bekende fossiele vis is Panderichthys. Deze soort kan daarom informatie verschaffen over de evolutie van de vinnen naar poten. Over de evolutie van borstvin naar voorpoot (met alles wat daarmee te maken heeft, zoals de ontwikkeling van een schoudergordel) was op basis van fossiele vondsten al het een en ander bekend (de borstvinnen en schoudergordel van Panderichthys zijn typisch tussenvormen tussen die van vissen en tetrapoden), maar voor de ontwikkeling van de aarsvin naar de achterpoot gold dat niet, wegens gebrek aan fossiel materiaal. Analyse van een exemplaar van Panderichthys rhomolepis dat in 1972 werd ontdekt in Letland heeft ook daarin nu meer licht gebracht.Juist de overgang van aarsvinnen naar achterpoten is echter van groot belang voor het inzicht in de evolutie van de voortbeweging op poten, want alle huidige tetrapoden hebben als het ware achterpootaandrijving: de achterpoten verschaffen het overgrote deel van de kracht om te lopen of te rennen. Daarom werd tot nu toe gedacht dat dit ook bij de vroegste tetrapoden het geval was. Dat blijkt nu niet het geval te zijn. |
Rhipidistia Oerkwastvinnigen) |
Tetrapodomorpha |
= |
Labyrinthodontia |
=
|
Ichthyostegalia De oudste amfibieën (Oeramfibieën), bekend uit het Laat-Devoon op Groenland, behoren tot de orde Ichthyostegalia, die tezamen met andere groepen viervoetige amfibieën tezamen zijn gebracht in de subklasse Labyrinthodontia. |
![]() |
|
=
|
Rechts: Acanthostega (onder) en Ichthyostega (aan de oever). Illustratie van Alfred Kamajian. |
=
|
Temnospondyli (Reuzenamfibieën) Een andere orde binnen de Labyrinthodontia waren de Reuzenamfibieën (wetenschappelijke naam: Temnospondyli. Zij leefden gedurende het Carboon tot en met het Vroeg-Krijt (ca. 360-100 miljoen jaar geleden). Ze werden gekenmerkt door de bouw van de wervels en de schedel. Het waren vrij grote dieren (tot 4 meter lang), die zowel op het land als in het water leefden. De Temnospondyli waren de directe voorouders van de Reptilomorpha Alle hedendaagse amfibieën (Kikkers, Salamanders en Wormsalamanders) stammen van de Reuzenamfibieën af. Bron: Natuurinformatie - Reuzenamfibieën |
= |
Tot de Temnospondyli behoorde de Eryops (z. afb. rechts), die leefde tijdens het Vroeg-Perm. Dit dier kon een lengte bereiken van ca. 2 meter. | ![]() |
Tot de Temnospondyli behoorde de Platyhystrix
Bron: Reptiles |
![]() |
Ook tot de Temnospondyli behoorde de Cacops uit het Vroeg-Perm (ca. 290 miljoen jaar geleden). Het dier was ca. 40 cm. lang | ![]() |
De eieren van de Amfibieën moesten buiten het lichaam van het vrouwtje in het water bevrucht worden en in het water worden gelegd om uitdroging te voorkomen. In het Boven-Carboon ontwikkelden zich dieren waarbij de eieren in het lichaam van het vrouwtje werden bevrucht en het embryo zich in een membraam ontwikkelden (het amnion genoemd). Hiermee was er een nieuwe diergroep ontstaan: de Amnioten. Deze groep omvat de Reptielen, Vogels en Zoogdieren. |
Miljoen jaar geleden | Tijdvak |
|
||
200 |
|
Kikvors- achtigen (Anura) |
Salamanders (Urodela |
|
248 | ||||
260 | ||||
290 | Vroeg-Perm | Cacops | Eryops | |
360 | Anthracosauroidea (Roofsalamanders) | Cotylosauria | ||
Temnispondyli (Reuzenamfibieën)
Platyhystrix |
||||
380 |
|
Panderichthys
Labyrinthodontia of Stegocephalia (subklasse) Ichthyostegalia (orde) Oeramfibieën |
![]() |
Lepospondyli
Batracchiomorpha Hynerpeton bassetti Eogyrinus Diplovertebron |
Acanthostega | ||||
409 |
Rhipidistia (Oerkwastvinnigen) (suborde van de Kwastvinnige vissen)
Uit sommige Rhipidistia, die zich hadden gewaagd op het land ontwikkelden zich meer dan 400 miljoen jaar geleden (tijdens het Devoon) de oudste tetrapoden (= vierpotigen): de amfibieën. laatst bijgewerkt: 04-02-03 |
De meest typische eigenschap van de Amfibieën (amphi = naar weerszijden), bios = leven), is dat zij alle een pootloos visachtige larvestadium doormaken als waterdier, waarna een gedaanteverwisseling volgt tot landdier, meestal met ledematen. De thans levende amfibieën worden onderverdeeld in drie orden:
Laatst bijgewerkt: 07-12-06 |