246 |
Wormsalamanders (Apoda of Gymnophiona) |
![]() |
![]() |
Wormsalamanders (Apoda of Gymnophiona) zijn pootloze amfibieën. Ze lijken op een soort kruising van wormen en slangen. Hun voorouders hebben wel poten gehad, maar deze zijn in de loop van de evolutie verdwenen. De huid is meestal dun, nooit bedekt met schubben of haren, en bevat vele klieren. Slijmklieren houden de huid vochtig. Gifklieren produceren zwakke tot zeer sterke vergiften als afweermiddel. In een vochtige omgeving neemt de huid steeds water op. De dieren "drinken" door de huid. Een dunne huid met vele bloedvaten maakt ademhaling via de huid mogelijk. Bij de longloze salamanders is dit zelfs de enige wijze van ademhalen. Na hun gedaanteverwisseling vervellen amfibieën na verloop van tijd.
Links: Wormsalamander |
Wormsalamanders bezitten nauwelijks ontwikkelde ogen en leven vooral onder de grond of op de bodem van (zoet) water. Ze lijken inderdaad op wormen (vooral de geringde soorten), soms op alen, maar verwarring met wormhagedissen ligt nog het meest voor de hand. Zoals alle amfibieën hebben de wormsalamanders echter geen schubben.
Wormsalamanders vinden hun prooi vooral op de geur. Uniek voor deze diergroep is een geur/smaak-zintuig in de vorm van een tentakel aan de buitenkant van de bovenlip onder elk oog. De meeste wormsalamanders zijn levendbarend: de jongen worden in de eileider gevoed en komen volledig ontwikkeld ter wereld. wormsalamanders amfibieën - Dierenbibliotheek Wereld Natuur Fonds |
![]() |
Gemaakt: 07-12-06 |