247

Kikvorsachtigen (Anura)

Amfibieën
De orde kikvorsachtigen (Anura) omvat alle kikkers en padden. De wetenschappelijke naam Anura betekent letterlijk zonder (an) staart (ura), en dit is het grootste verschil met alle andere amfibieën zoals salamanders. Kikvorsachtigen ontwikkelen wel een staart maar deze gaat weer verloren bij de metamorfose. Er zijn meer dan 5200 kikkers en padden bekend, de kleinste soorten blijven rond de centimeter, de grootste kunnen 25 cm bereiken.

Kikvorsachtigen komen wereldwijd voor, in Europa leven bijna 50 soorten, maar niet in heel koele streken omdat ze net als alle amfibieën koudbloedig zijn, en bij lagere temperaturen steeds trager gaan bewegen. De Nederlandse en Belgische kikkers en padden houden daarom een winterslaap. Naast de koude temperatuur is er bovendien geen voedsel voor kikkers te vinden in de winter. Ze liggen dan maandenlang in de modderbodem van een sloot of overwinteren op het land in kleine holletjes of tussen boomstronken. Hierdoor ontwikkelen ze zich relatief veel minder snel dan veel tropische soorten, die soms het hele jaar door eitjes produceren. In sommige streken kennen kikkers en padden ook een rustperiode die beter als zomerslaap omschreven kan worden. Deze soorten leven op plaatsen waar het aanhoudend warm en droog is, en de dieren graven zich voor langere tijd in, wachtend op regen.

De meeste kikvorsachtigen leven op het land, enkele zijn zeer sterk aan water gebonden en komen er nooit uit. Landbewonende soorten worden qua levenswijze wel verdeeld in boombewoners, bodembewoners en ingegraven levend, al heeft deze verdeling geen wetenschappelijke basis, zo zijn er bijvoorbeeld boomkikkers die op de bodem leven.

Kikvorsachtigen - Wikipedia

De oudste amfibieën ontstonden tijdens het laat-Devoon. De oudst bekende vorm van een op een kikker gelijkend amfibie is de soort Triadobatrachus massinoti die komt uit het vroege Trias en is gevonden op het Afrikaanse eiland Madagaskar. Deze soort is ongeveer 250 miljoen jaar oud en had nog niet alle kenmerken die tegenwoordig aan kikkers worden toegeschreven. Zo leek de schedel al wel op die van een kikker, breed en met grote oogopeningen, maar had het dier ook kenmerken die niet gevonden worden bij de moderne amfibieën. Zo was het lichaam langer, en had meer wervels, en losse staartwervels in tegenstelling tot die van moderne kikkers die versmolten zijn. Ook waren scheen- en kuitbeen nog niet versmolten wat doet vermoeden dat Triadobatrachus geen beste springer was. 

Een andere fossiele kikker van ongeveer dezelfde leeftijd is Prosalirus bitis, welke werd ontdekt in 1985 in Arizona. Net zoals Triadobatrachus had ook deze soort geen sterk vergrote achterpoten maar bezat al wel het typische, gevorkte bekken dat uit drie delen bestond net als moderne soorten.

Triadobatrachus massinoti, ill. van Pavel

De oudste soort die echt tot de kikkers mag worden gerekend is Vieraella herbsti uit het Jura, en had een leeftijd van 188 tot 213 miljoen jaar. De soort is echter alleen bekend als een afdruk van de rug- en de buikzijde, beide van hetzelfde exemplaar dat ongeveer 33 millimeter lang was. Notobatrachus degiustoi is met een leeftijd van 155 tot 170 miljoen jaar iets jonger. De ontwikkeling van de moderne kikvorsachtigen lijkt in de Jura te hebben plaatsgevonden, de belangrijkste veranderingen die de Anura hebben ondergaan is het korter worden van het lichaam en het verliezen van de staart. Fossiele kikvorsachtigen zijn over de hele wereld gevonden, inclusief Antarctica, het enige continent waar de Anura tegenwoordig niet voorkomen.

Kikvorsachtigen - Wikipedia

 

De huidige kikkers en padden zijn verdeeld over drie onderordes en dertig families.
  • Onderorde Archaeobatrachia (Oerkikkers) - 4 families, 6 geslachten, 20 soorten
  • Onderorde Mesobatrachia - 6 families, ongeveer 20 geslachten, ongeveer 170 soorten
  • Onderorde Neobatrachia - 20 families, 310 geslachten, 4686 soorten

Links: Pelobates fuscus, Onderorde Mesobatrachia

Kikvorsachtigen - Wikipedia

De uitgestorven Familie Rheobatrachidae bestond uit twee soorten. Dat is biologisch gezien een groot verlies, want beide soorten kenden een unieke manier van voortplanting, die lijkt op die van de sterk bedreigde familie van bekbroeders (Rhinodermatidae), die waarschijnlijk eveneens niet lang niet meer zullen rondkruipen. De mannelijke bekbroeders nemen de eitjes op in een keelzak waarin ze zich ontwikkelen. De Rheobatrachidae kunnen beter omschreven worden als maagbroeders, want ze slikten de eitjes door, om de kikkervisjes in de maag te laten ontwikkelen. Alleen vrouwtjes deden dit, en het aantal geboren kikkertjes bleek altijd lager dan het aantal bevruchte eitjes, het is echter niet duidelijk hoe dat komt, de larven leefden van hun dooier en waarschijnlijk niet van elkaar. Door het 'uitbroeden' in de maag werd het nageslacht beschermd tegen uitdroging, beschimmeling en predatie, maar bovenal waren de kikkers voor de voortplanting niet meer afhankelijk van oppervlaktewater, wat een grote voorsprong is op vrijwel alle andere soorten kikkers en padden.

De Rheobatrachidae leefden in Australië in de provincie Queensland. De familie werd vroeger wel tot de familie Myobatrachidae gerekend.

Rheobatrachidae - Wikipedia

Rheobatrachidae - Wikipedia

Rechts In 2008 werden in het noordwesten van het eiland Madagaskar door Amerikaanse wetenschappers de fossielen van een reuzenkikker gevonden, die de naam kreeg Beelzebufo. Dit dier leefde ca. 70 mjg. Het dier woog ca. 4,5 kg. en was ca. 40 cm. lang. Opvallend is dat het kikkerfossiel helemaal niet lijkt op de kikkersoorten die tegenwoordig nog te vinden zijn op Madagaskar. Opmerkelijk is dat het amfibie behoort tot de zogenaamde 'Ceratophrys'-familie (Hoornkikkers) (Onderorde Neobatrachia, superfamilie Hyloidea, Familie: Leptodactylidae), een soort die alleen maar voorkomt in Zuid-Amerika. 

Hoe het komt dat het dier toen rondhuppelde op het Afrikaans eiland, aan de andere kant van de wereld, is niet bekend. De vondst bevestigt eerdere vermoedens dat in de Late Krijttijd Zuid-Amerika, Madagascar en het Indische subcontinent met elkaar verbonden waren. Het zou ook betekenen dat de verspreiding van zulke beesten veel vroeger begon dan eerder gedacht. Als Beelzebufo, of 'kikker uit de hel', hetzelfde karakter en een gelijkaardige aanvalstactiek had als zijn Zuid-Amerikaanse broertjes, dan kon hij met gemak pasgeboren dinosaurussen verorberen. Ook hagedissen en kleine kikkers zouden tot zijn favorieten hebben behoord. 

Gemaakt: 07-12-06; laatst bijgewerkt: 19-02-08

colofon