2111

Minoïsche beschaving (1700 - 1450 v. Chr.)

Kreta - Midden-Minoïsche periode 1 (2000 - 1700 v. Chr.)
Na de zeer zware aardbeving, die de paleizen van Kreta ± 1700 v. Chr. had verwoest,  werden deze "paleizen" nog groter en luxueuzer dan zij al waren herbouwd. De Minoïsche beschaving bereikte haar grootste bloeitijd. 

Kreta werd rijk door het drijven van handel tussen Egypte (dat sinds 1633 werd overheerst door de Aziatische vorsten), de Egeïsche gebieden en Klein-Azië. 

Kretenzische schepen voeren zelfs naar Spanje, waar tin werd gevonden. Toen de tinmijnen in Spanje uitgeput raakten, trotseerden de Kretenzische zeelieden de gevaren van de Atlantische Oceaan om in Zuid-Engeland dit metaal te bemachtigen. Gournia en Kato Zakro waren in die tijd steden van betekenis. 

Het Kretenzische rijk strekte zich mogelijk zelfs uit tot het Griekse vasteland, dat sinds ca. 1900 v. Chr. werd bewoond door de Myceners en Klein Azië (Samos en Milete). 

Er is wel eens geopperd dat de Aziatische vorsten, die in 1633 Egypte veroverden, (deels) van Kreta kwamen, nadat hun eiland door de natuurramp,die ca. 1700 de oude paleizen had verwoest, getroffen waren.

Het Lineair A-schrift dat te vinden is op de Diskus van Phaistos (Phaestos) die dateert uit ± 1700 v. Chr., kort voor de aardbeving waarbij de paleizen van Kreta werden verwoest, bleek na de ontcijfering door de Noorse geleerde Kjell Aartun in 1990 het schrift te zijn van een Semitische taal. Als de tekst op deze schijf geen import is, maar een lokaal product, dan zou dat dus betekenen dat de Minoërs van Semitische afkomst zijn. 

Omstreeks 1628 v. Chr. ontplofte de vulkaan op het eiland Thera (nu Santorini). De kustgebieden van Kreta werden getroffen door een enorme allesverwoestende vloedgolf (tsunami). De meeste, zo niet alle schepen in de havens rond het eiland werden door deze vloedgolf tot zinken gebracht, waardoor de verdediging verlamd raakte. De overzeese handel kwam nagenoeg stil te liggen en door de rampzalige regen van as en zwaveldioxide die het oostelijke deel van Kreta bedekte, werd de landbouwbasis van het eiland zeer zwaar getroffen. De uitbarsting schijnt zelfs nog veel heftiger te zijn geweest dan men aanvankelijk veronderstelde en geleid hebben tot een wereldwijde klimaatsverandering, gedurende de jaren erna!

De vulkanische gebeurtenissen op Santorini vormde het begin van een neerwaartse beweging van de economie en als indirect gevolg van die gebeurtenissen stortte tenslotte de gehele sociale structuur ineen. Deze ineenstorting kan veroorzaakt zijn door middel van binnenlands geweld, via verovering van overzee, via een oorzaak die we nog niet kennen, wellicht door een combinatie van al deze verschillende krachten. Het schijnt er naar uit te zien, dat de feitelijke verwoesting van de paleizen en villa's op Kreta uiteindelijk niet het werk waren van vulkanen, maar van mensen. Er is een theorie die zegt dat door de immense vulkaanuitbarsting en de daaruit voortkomende verwoestingen de Kretenzers hun geloof en vertrouwen verloren in de priester-koningen die pretendeerden hen tegen alle natuurrampen te beschermen. 

Na de ineenstorting van de Minoïsche maatschappij, die in de periode daarna plaatsvond (1628 - ca.1450 v. Chr.), bleven er Minoërs wonen op het eiland Kreta. Zij bleven hun boerderijen verzorgen en bleven dorpen bewonen, maar waarschijnlijk in sterk verminderde aantallen. Er waren daklozen die nu en dan in enkele van de paleizen woonden, maar de paleizen waren al paleizen verlaten en werden nimmer herbouwd. De enige uitzondering vormde Knossos, dat op de een of andere wijze was ontkomen aan de algemene verwoesting. 

De Minoïsche en de Myceense beschaving hadden steeds nauwe culturele en commerciële contacten onderhouden. Van de Minoërs hadden de Myceners, die van oorsprong echte landrotten waren, geleerd schepen te bevaren en handel te drijven. Tijdens de ineenstorting van de Minoïsche maatschappij namen de Myceners in de periode 1628 - 1500 v. Chr. hun positie als grootste handeldrijvende natie in het Egeïsche gebied over. Hun handelscontacten reikten in het westen tot Italië, Sardinië en Corsica; in het oosten tot de Levant en in het zuidoosten tot diep in Egypte. De voorspoed werd gespendeerd aan de paleizen, die de centra waren van de Myceense economie en aan de graven van de elite. ( Mycene (1600 - 1300 v. Chr.))

Omstreeks 1578 v. Chr. (zo'n 50 jaar na de fatale vulkaanuitbarsting) was de Minoïsche maatschappij blijkbaar dermate verzwakt, dat de Myceners hun kans schoon zagen om de heerschappij op het eiland over te nemen. Knossos werd het bestuurscentrum, van waaruit zij hun heerschappij over het eiland uitoefenden. De Myceense machtsovername schijnt vreedzaam verlopen te zijn, daar het paleis daarbij niet werd beschadigd.

Omstreeks 1450 v. Chr. werden de kleinere paleizen op Kreta verwoest, mogelijk door aanvallen van Myceners. In Knossos vestigde zich een nieuwe Myceense dynastie. 

Dat het Grieken (Myceners) waren die zich vanaf 1500 v. Chr. vestigden op Kreta, bleek na de ontcijfering van het Lineair-B schrift door Michael Ventris, die zich in de Tweede Wereldoorlog had gespecialiseerd in het ontcijferen van gecodeerde boodschappen. Tot de verrassing van heel de wetenschappelijke wereld bleek het Lineair-B schrift bij transcriptie in onze letters de Griekse taal te bevatten. Hiermee was bewezen dat de Grieken Kreta hadden ingenomen en vanuit de paleizen van Kreta over de Middellandse Zee hadden geregeerd. De handel die zij vanuit deze paleizen hadden gedreven legden zij in hu  eigen taal vast op de nu ontcijferde kleitabletten: in het Grieks.

Het zou omstreeks die tijd kunnen zijn geweest dat Zeus (mogelijk een Myceense koning van Kreta of aanvoerder van een bende Myceense zeepiraten) in de gedaante van een stier (z. ook: stierencultus op Kreta) prinses  Europa, de dochter van koning Agenor en koningin Thelephassa van Tyrus en Sidon, schaakte, naar het eiland voerde en met haar in het huwelijk trad.

Kreta - Laat-Minoïsche periode (1450 - ca. 1100 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 31-01-04

colofon