2202 |
Mycene (1600 - 1500 v. Chr.) |
In de Late-Bronstijd ontstonden op de Peloponnesus bloeiende Myceense nederzettingen, in het oostelijke deel van Griekenland, aan de westkust van Anatolië, op de Cycladen-eilanden, op Rhodos en bovendien op Kreta. In de 16e eeuw v. Chr. kwam de handel tot grote bloei. De handelscontacten reikten in het westen tot Italië, Sardinië en Corsica; in het oosten tot de Levant en in het zuidoosten tot diep in Egypte. De voorspoed werd gespendeerd aan de paleizen, (Pylos, Mycene, Argos, Corynthe) die de centra waren van de Myceense economie en aan de graven van de elite. rechts: Myceense gouden beker (16e eeuw v. Chr.) |
![]() |
![]() |
Een Myceens paleis bestond uit een groot aantal megara, vierkante of rechthoekige ruimtes.
|
Rechts: Reconstructie van de burcht Mycene | ![]() |
Centraal lag een grote zaal. met in het midden tussen vier grote zuilen een grote ronde open haard met daarboven een opening om de rook te kunnen laten wegtrekken. De voornaamste burchten (Mycene, Tyrins en Argos) lagen in de provincie Argolis. Meestal lagen ze op een hoogte om aan de omwonenden bescherming te bieden tegen land- en zeerovers. | ![]() |
![]() |
![]() |
![]() Laatst bijgewerkt: 06-03-03 |