2080

Anatolië (1200 - 900 v. Chr.)

Anatolië (1300 - 1200 v. Chr.)

Suppiluliuma ll (1207 - 1178)

Suppiluliuma II was de laatst bekende koning van het Hittitisch rijk. Hij is bekend van inscripties in hiëroglifisch Luwisch. Deze verhalen van zijn oorlogen tegen de voormalige vazalstaat Tarhuntassa en tegen Alashia in Cyprus. Zijn koninkrijk werd vernietigd door invallen van de Zeevolkeren en zijn lot is onbekend. 
Suppiluliuma II - Wikipedia

Als gevolg van de Egeïsche volksverhuizing, die ± 1220 v. Chr. was begonnen, ontstond er in het Hittitische rijk een grote verwarring door invallen van allerlei volkeren. De in 1150 v. Chr. door de Doriërs verdreven Achaiers (Plehti) (oorspronkelijk afkomstig uit het Egeïsche gebied en nauw verwant met de Myceners) staken samen met de Krehti (oorspronkelijk afkomstig uit Kreta) de Bosporus over en vielen het grote Hittietenrijk binnen. De koning kreeg steeds minder greep op zijn onderkoningen. In sommige provincies kwamen zijn vazallen in opstand. Het strijdwagencorps bestond voor het grootste deel uit buitenlandse huurlingen. Een sterke vloot had de koning niet. Vijandelijke legers, mogelijk Assyriërs, Filistijnen of van volkeren van het Griekse vasteland (Phrygiërs en Dardaniërs), trokken ± 1200 het Hittitische rijk binnen. Hattusas en andere steden werden verwoest of in brand gestoken. Enkel in Syrië konden enkele Hittitische provincies zich handhaven. Ze bleven nog 500 jaar bestaan voor ze in de 8e eeuw v. Chr. ten prooi vielen aan de Assyriërs. 

Rechts: reliëf in Hattusa  van Suppilulium ll

De hongerige Kaskiërs konden zich aansluiten bij Hayasa-Azzi en de Isuwa in het oosten en samen met andere vijanden van de Hittieten verwoestten ze de hoofdstad Hattusa. Waarschijnlijk hebben ze ook de tweede stad van de Hettieten, Sapinuwa geplunderd. Suppiluliuma's kleinzoon Hattusili III (ca. 1267-ca. 1237) schreef in de 13e eeuw v.Chr. over de tijd voor Tudhaliya. Hij vertelt dat de "Kaska van Nenassa hun grens gemaakt hadden" en dat de Hayasa-Azzi hetzelfde gedaan hadden met Samuha.

Het Hittitische koninkrijk ging ten onder in de algemene chaos van rond 1200 v.Chr. De Assyrische koning Tiglat-Pileser I (1115-1077) doet verslag van activiteiten van de Kaskiërs en hun Mushki bondgenoten in het voormalige Hatti kerngebied. Tiglath-Pileser versloeg hen en de Kaskiërs verdwenen vervolgens voorgoed uit alle historische bronnen. De zuidelijke kustlijn van de Zwarte Zee verschijnt pas weer in de historie bij de kolonisatie door Armeniërs in de 10e eeuw n. Chr., echter vele malen nadat zij onder de voet waren gelopen door Iraanse volkeren (Meden en Perzen) en de Kimmeriërs

Na de val van Hattusas en de ineenstorting van het Hittitische rijk. werden Noord- en West-Anatolië gaandeweg bezet door verschillende volkeren uit de zuidelijke Balkan: de Phrygiërs en Dardaniërs. In zuid en zuidoost Anatolië werden verschillende steden die onder Hittitisch bestuur hadden gestaan, kleine zelfstandige stadsstaten, zoals Meliddu (Malatya), Kummug, Gurgum (Maras), Hatti (Charchemisch), Tabal (Kayseri, Nigde), Ain Dara, Gunzana (Tell Halaf) en Sama'al (Zincirli). Zij werden bewoond door een smeltkroes van volkeren, de Syro-Hittieten genaamd. Verschillende Hittitsiche cultuurtrekken bleven in deze tijd bestaan, zoals het gebruik van het hiëroglyfenschrift (vandaar de aanduiding Neo-Hittitische stadsstaten). Gaandeweg kwamen zij steeds meer onder de artistieke invloed van de Assyriërs en de Arameeërs. 

Troje Vllb werd ± 1100 v. Chr. door brand verwoest, waarna de heuvel Hissarlik de eerstkomende 400 jaar onbewoond zou blijven. 

Anatolië (950 - 128 v. Chr.)

Laatst bijgewerkt: 09-01-03

colofon