3221 |
Oost-Francië (870 - 887) |
![]() |
![]() |
In 870 dwong
Nadat |
![]() |
Bij Andernach (8 oktober 876) werd Karel ll verpletterend verslagen. Lotharingen werd definitief aan Oost-Francië toegevoegd. In hetzelfde jaar (bij het begin van de veldtocht) kwam Lodewijk ll te overlijden. Hij werd begraven in de abdij van Lorsch, 10 km ten zuiden van Darmstadt.
Na de dood van Lodewijk ll (28 augustus 876) werd het Oost-Frankische Rijk verdeeld over zijn drie zoons: Links: Slag bij Andernach (8 oktober 876) |
![]() |
In 876 steunde Karel Hugo, de onwettige zoon van Links: Poortgebouw van de Abdij van Lorsch dat in de 8e eeuw in koninklijk bezit was gekomen. De Abdij van Lorsch bezat vele domeinen, o.a. in de Lage landen. Lodewijk de Duitser had de Abdij aanzienlijk laten uitbreiden (de nog resterende gebouwen dateren uit zijn tijd). |
|
|
Nadat ![]() ![]() In datzelfde jaar (880) overleed |
De Paus die nog steeds dringend in nood zat, zocht nu steun bij Karel lll in zijn strijd tegen de Saracenen. Voor zijn diensten zou hij worden beloond met de keizerskroon. Karel reisde naar Rome, ontving de kroon van Italië en werd door de Paus verheven tot keizer. Daarna vertrok hij, zonder de paus enige hulp te hebben geboden. Op 12 december 884 stierf de 16-jarige Westfrankische koning |
![]() |
De hervonden eenheid binnen het Frankische rijk zou echter niet langer dan zo'n twee jaar duren en dit had alles te maken met het gebrek aan leiderschap en politiek inzicht van Karel III. In West-Francië had niet Karel, maar een zekere hertog Hugo (Hugues) de feitelijke macht in handen. In hetzelfde jaar verloor hij Italië aan hertog Guido van Spoleto. De problemen ontstonden toen Karel 'de Dikke' uitzichtloze veldtochten naar Bohemen en Italië uitvoerde, terwijl de Noormannen ondertussen ongehinderd de Rijn, Schelde, Seine en Maas op- en afvoeren en naar hartelust moordden en plunderden. In 884 werd Karel III gedwongen een schatting van 2412 pond in goud en zilver te betalen aan de Gotfrid de Deen en Sigfrid. Op die manier hoopte hij verdere plunderingen te kunnen voorkomen. Ze kregen bovendien Friesland als "leen" maar gingen desondanks gewoon door met plunderen. In 885 ondernam Hugo, de onwettige zoon van In Noord-Frankrijk bleven de Noormannen echter actief. In 886 werd Parijs opnieuw door hen belegerd (z. West-Francië). De verdedigers van Parijs, graaf Odo (Eudes) en zijn broer Robert, deden een wanhopig beroep op keizer Karel III om hulp. Deze stuurde zijn beste generaal, maar tevergeefs. In oktober van dat jaar kwam Karel hoogstpersoonlijk met een leger naar Parijs en sloeg zijn kamp op, op de heuvel van Montmartre net buiten de stad. Na een harde slag met grote verliezen aan beide zijden wist Karel lll niets beters te bedenken dan de Noormannen af te kopen en ze toe te staan om in Bourgondië te "overwinteren" (lees: plunderen). Naast deze tegenslag had Karel 'de Dikke' te kampen met een slechte gezondheid. Hij werd geplaagd door verschrikkelijke hoofdpijnen. Na het debâcle in Parijs trok de doodzieke keizer zich op zijn landgoed terug en bracht daarmee de genadeslag toe aan de geloofwaardigheid van de Karolingische koningen. In 887 onderging hij een trepanage. Daarbij werd er een gaatje in de schedel gemaakt om de druk te verlichten. Een medische handeling die ook vandaag de dag nog als zeer risicovol wordt beschouwd!
|
![]() |
Op 13 januari 888, kort na zijn afzetting, overleed Karel III te Neudingen vlakbij Fürstenberg aan de Donau. Hij werd begraven in de abdij van Reichenau. Zijn huwelijk met Richargdis (dochter van een Elzasser graaf) was kinderloos gebleven zodat hij geen wettige erfgenaam naliet, alleen een bastaardzoon Bernard (geboren uit zijn relatie met een onbekende vrouw). Deze overleed echter al in zijn tienerjaren en kon de dynastie dus ook niet voortzetten. |
Gemaakt: 25-03-05 |