5302

Oost-Francië (882 - 887)

Oost-Francië ( 870 - 882)

Karel lll de Dikke (Karl der Dicke) (882 - 887)

Karel lll regeerde nu als keizer over Oost-Francië, Beieren, Karinthië, Pannonië, Bohemen en Moravië.
Karel lll was in 861 of 862 getrouwd met Richardis van Zwaben, de dochter van Erchanger van Zwaben, paltsgraaf in de Noordgau (Elzas). 

In 882 bonden Karel lll en Lodewijk lll van Neustrië gezamenlijk de strijd aan tegen Bosso, de koning van Bourgondië, hertog van Italië en Provence en graaf van Vienne en Autun, die zichzelf in 881 tot zeer groot ongenoegen van beide Frankische koningen had uitgeroepen tot koning van Aquitaine. Boso werd verslagen en moest zijn gebieden, op het graafschap Vienne na, aan Karel lll afstaan. 

De Paus die nog steeds dringend in nood zat, zocht nu steun bij Karel lll in zijn strijd tegen de Saracenen. Voor zijn diensten zou hij worden beloond met de keizerskroon. Karel reisde naar Rome, ontving de kroon van Italië en werd door de Paus verheven tot keizer. Daarna vertrok hij, zonder de paus enige hulp te hebben geboden.

Op 12 december 884 stierf de 16-jarige West-Frankische koning Karloman aan een beenwond opgelopen tijdens de jacht. De West-Frankische edelen nodigden keizer Karel lll, koning van Oost-Francië en Italië ook het westen over te nemen. Hiermee werd het Karolingische Rijk weer herenigd. 

De hervonden eenheid binnen het Frankische rijk zou echter niet langer dan zo'n twee jaar duren en dit had alles te maken met het gebrek aan leiderschap en politiek inzicht van Karel III. In West-Francië had niet Karel, maar een zekere hertog Hugo (Hugues) de feitelijke macht in handen. In hetzelfde jaar verloor hij Italië aan hertog Guido van Spoleto.

De problemen ontstonden toen Karel 'de Dikke' uitzichtloze veldtochten naar Bohemen en Italië uitvoerde, terwijl de Noormannen ondertussen ongehinderd de Rijn, Schelde, Seine en Maas op- en afvoeren en naar hartelust moordden en plunderden. In 884 werd Karel III gedwongen een schatting van 2412 pond in goud en zilver te betalen aan de Gotfrid de Deen en Sigfrid. Op die manier hoopte hij verdere plunderingen te kunnen voorkomen. Ze kregen bovendien Friesland als "leen" maar gingen desondanks gewoon door met plunderen.

In 885 ondernam Hugo, de onwettige zoon van Lotharius ll (855 - 869) terwijl Karel lll in Italië verbleef, een poging,  om met steun van Gotfrid de Deen de Lotharingse kroon te veroveren. Deze poging liep op niets uit, doordat Gotfrid na een geslaagde samenzwering door  Eberhard van Hamaland uit de weg werd geruimd, waarmee de stichting van een Noormannenrijk in Friesland werd voorkomen. Hugo werd in Gondreville in een hinderlaag gelokt en gevangen genomen. Als gruwelijke straf voor zijn opstand werden zijn ogen uitgestoken en moest hij de laatste jaren van zijn levensjaren als monnik slijten in het klooster in Prüm.

In Noord-Frankrijk bleven de Noormannen echter actief. In 886 werd Parijs opnieuw door hen belegerd (z. West-Francië). De verdedigers van Parijs, graaf Odo (Eudes) en zijn broer Robert, deden een wanhopig beroep op keizer Karel III om hulp. Deze stuurde zijn beste generaal, maar tevergeefs. In oktober van dat jaar kwam Karel hoogstpersoonlijk met een leger naar Parijs en sloeg zijn kamp op, op de heuvel van Montmartre net buiten de stad. Na een harde slag met grote verliezen aan beide zijden wist Karel lll niets beters te bedenken dan de Noormannen af te kopen en ze toe te staan om in Bourgondië te "overwinteren" (lees: plunderen).

Naast deze tegenslag had Karel 'de Dikke' te kampen met een slechte gezondheid. Hij werd geplaagd door verschrikkelijke hoofdpijnen. Na het debâcle in Parijs trok de doodzieke keizer zich op zijn landgoed terug en bracht daarmee de genadeslag toe aan de geloofwaardigheid van de Karolingische koningen. In 887 onderging hij een trepanage. Daarbij werd er een gaatje in de schedel gemaakt om de druk te verlichten. Een medische handeling die ook vandaag de dag nog als zeer risicovol wordt beschouwd!

Karel lll  had bewezen geen figuur te zijn, die het belangrijke werk van Karel de Grote kon voortzetten. Zowel de Oost-Franken als de West-Franken hadden al spoedig genoeg van zijn slappe bestuur, vooral van zijn erbarmelijke toegevendheid jegens de Noormannen. De waanzinnig wordende Karel de Dikke beschuldigde zijn echtgenote Richardis van Zwaben van overspel en verstootte haar. Richardis werd evenwel vrijgesproken en haar echtgenoot opgesloten in een abdij. Richardis trachtte vervolgens nog tevergeefs regentes te worden, maar trok zich tenslotte terug in de door haar gestichte abdij van Andlau waar zij overleed in een geur van heiligheid . In het bisdom Straatsburg werd zij na haar dood als heilige vereerd. In 887 werd Karel lll gedwongen zijn keizerskroon af te zetten. Daarmee kwam er in het Oosten een eind aan de erfopvolging en deed de gekozen vorst zijn intrede. 

Op 13 januari 888, kort na zijn afzetting, overleed Karel III te Neudingen vlakbij Fürstenberg aan de Donau. Hij werd begraven in de abdij van Reichenau. Zijn huwelijk met Richargdis (dochter van een Elzasser graaf) was kinderloos gebleven zodat hij geen wettige erfgenaam naliet, alleen een bastaardzoon Bernard (geboren uit zijn relatie met een onbekende vrouw). Deze overleed echter al in zijn tienerjaren en kon de dynastie dus ook niet voortzetten.

Links: Abdij van Reichenau

Oost-Francië (887-900)

Gemaakt: 29-10-10

colofon