4231

Friesland en de Lage landen (700 - 734)

Friesland en de Lage landen 689 - 700; Frankische Rijk (486 - 814)

Het grootste deel van de westelijke lage landen was nog steeds onbegaanbaar moerasland met talrijke meren en riviertjes en uitgestrekte rietvelden langs de oevers. Alleen een smalle strook achter de duinen en de kleibanken langs de rivieren kwamen voor bewoning in aanmerking. In het gebied wat meer landinwaarts groeien bomen en struiken. Aan de rand van dit moerasbos ontstonden kleine gehuchten, zoals Zuiderwoude en Schellingwoude. De oevers en eilanden van het Flevomeer waren in de loop der eeuwen steeds verder afgekalfd. 
In de vroege Middeleeuwen veranderde het klimaat. Dit zorgde voor de vorming van een nieuw duincomplex: de jonge duinen. Het klimaat in de Middeleeuwen was guur. De temperatuur was erg laag en er waren veel stormen. Door de stormen werden veel van de strandwallen afgebroken. Het zand kwam weer in zee terecht. Na een tijdje spoelde dit zand weer aan land en werd door de harde wind omhoog geblazen. Er ontstonden hoge duintjes. Deze duintjes groeiden met behulp van de helmplanten langzaam uit tot grote duinruggen. Door de wind aangedreven, bewogen ze als loopduinen over de oude duinen naar het oosten. Door de sterke winden veranderden deze duinen voortdurend van plaats. Aan de windzijde van het duin stoof het zand op en werd het over de top gegooid. Het zand daalde aan de andere kant weer neer. De vegetatie van de oude duinen werd bedekt met zand. De planten waren dood toen ze weer te voorschijn kwamen. Dit proces van jonge duinvorming ging door tot ongeveer de 12e eeuw. Het klimaat werd geleidelijk aan milder en het duingebied raakte begroeid met honderden verschillende plantensoorten.

In Friesland waren door het water, dat het Flevomeer bij eb en vloed uit- en instroomde, grote stukken land weggespoeld en was de zee er met lange armen tot diep in het binnenland doorgedrongen. Deze zee noemen we nu de Waddenzee. Zeeland was, evenals de kust van Vlaanderen, veranderd in een waddengebied. De bevolking in de lage landen nam enigszins toe. Er ontstonden verschillende nieuwe nederzettingen. Doordat er een nieuw soort ploeg werd gebruikt - de ploegschaar, voortgetrokken door ossen of paarden, die de grond omkeerde - konden de zware kleigronden bij de IJssel en de grote rivieren in bewerking worden genomen. Het drieslagstelsel werd pas voor het eerst toegepast in de Karolingische tijd en alleen in het tegenwoordige Nederlands Limburg en in België. 

Sinds de nederlaag van Redbad (± 690) waren de zuidelijke zeelanden, het land ten zuiden van de (Oude) Rijn, Dorestad, Utrecht en de oude Romeinse forten in Frankische handen. Redbad mocht het gebied langs de Vecht behouden en had zich teruggetrokken naar de binnenlanden van zijn rijk (Medemblik ?) en wachtte grimmig af. De Angelsaksische zendelingen Bonifatius en Willibrord hadden onder het bewind van Redbad in Friesland maar weinig gehoor gekregen. Redbad, een oprecht heiden, verleende hen geen enkele steun.

In 704 bezocht de oude Wilfrid Redbad. Deze ontving de oude bekende vriendelijk. Maar toen Redbad begreep dat het de oude man te doen was om de positie van het missiewerk te herstellen, weigerde hij hem daarvoor toestemming te geven. Willibrord zien we daarna nauwelijks meer in onze streken. In 710 doopte hij de bastaardzoon van Pippijn ll en zijn minnares Apheida. Het kind heette Karel. Karel Martèl. Redbad haalde ongetwijfeld de banden met de Saksen nog eens aan. Overal waar zijn handelsvloot kwam, werd overlegd. Met de Vikingen lukte het overleg echter niet. Wat zou de geschiedenis anders zijn verlopen als Redbad, er in was geslaagd de aanvallen van de Vikingen in die periode te laten beginnen! Het is duidelijk dat de tijden veranderden. Weer kocht Redbad overal wapens, werden er schepen gebouwd en oefenden overal zijn legers. Het wachten was op het juiste moment.

Van de binnenlandse strijd die in Frankische rijk uitbrak na de dood van Pippijn ll in 714 ( Frankische rijk 711 - 737), maakte Redbad gebruik om opnieuw naar de wapenen te grijpen en het Friese gebied ten zuiden van de Rijn te heroveren. Het hele gebied tot aan de Schelde viel in handen van Redbad. In het centrale rivierengebied werden de kerken verbrand en de priesters verjaagd. Het gebied dat rond 693 verloren moet zijn gegaan werd weer terugveroverd. Zelfs de oude Friese gebieden ten zuiden van de Schelde werden weer bij Friesland ingelijfd. Maar wederom vermoeide Redbad zijn leger niet door verder door te stoten in Frankenland. Het Christendom werd weer grondig aan de kant gezet. Weer werden overal kerken aangestoken en werd er afgerekend met verraders. Willibrord moest hals over kop vluchten uit Trecht. Het verbaasde missionaris Wynfrith (Bonifatius), die in 716 voet aan land zette, hoe grondig dit was gebeurd. Het onderhoud met Redbad leverde niets op. Ontmoedigd keerde hij om en week uit naar het door hem gestichte klooster Echternach (Luxemburg).  En terwijl Redbad regeerde als bevrijder van het land van zijn voorvaderen, bracht Wybfrith uitgebreid verslag uit bij de Paus. Intussen was in Austrasië Karel Martel (Karel de Hamer) aan de macht gekomen. Redbad sloot een verbond met diens tegenstander Raganfred (Raganfried) van Neustrië, waarna hij met zijn vloot optrok naar de stad Keulen in het hart van Austrasië (716). Met moeite kon Karel een aanval op deze stad afslaan. Toen keerde het tij: In 717 versloeg Karel Martel de Neustriërs op 28 mei 717 te Vinchy (bij Kamerijk)in een beslissende slag. Plectrude verdween in een klooster en een jaar later (718) verdreef Karel de Saksen en hield hij strafexpedities in hun gebied tot aan de Weser. Toen Theudobald, de hofmeier van Austrasië, kwam te overlijden, verzoende Karel zich met zijn stiefmoeder en samen wisten zij een leger op de been te brengen dat in staat was de Friese aanvallen tot staan te brengen.

In 719 stierf Redbad na een slepende ziekte van 6 jaar. Karel Martel veroverde het Friese gebied in Holland tot aan de Vlie, de huidige provincie Utrecht en wellicht de Veluwe tot aan de IJssel. Redbad liet zijn opvolger, Hrodbad (Rodbad, Buba, Bubo) een vrij heidens Friesland na. Het is niet bekend of hertog Bubo (ook wel Poppo genoemd) verwant is aan Redbad. 

Nazaten van koning Redbad 

Er wordt van nogal wat personen vermoedt dat zij afstammen van Redbad. Van de heidense Deense koning Godfried wordt vermeld dat hij een kleinzoon van Radbod is. Deze deed in 810 aanspraken op Friesland en Saksen. Friese overlevering schrijven Redbad zelf ook een Deense herkomst toe. De naam Redbad (Radboud) komt voor bij de graven van Holland. De zoon van Redbad, Aldgillus (Aldgillis) ll (geboren ca. 675 - 734) werd opgevolgd door Radboud ll (ca. 700 - ?), die zou regeren tot 754. Zijn nakomelingen waren achtereenvolgens Aldgillis lll (Gundebold) (725 - 777); Radbod lll (806 - 810), Radboud lV (ca. 798 - ?). Waldrada, de maîtresse van koning Lothar ll van Lotharingen (855 - 869) was mogelijk een dochter van deze Radboud lV. Zijn zoon Radboud V (ca. 848-874), heer van Neder-Friesland, sneuvelde in 874 in de strijd tegen de Noormannen. Hij was de vader van Dirk l (ca. 896 - ca. 937), die het grafelijke gezag over Kennemerland, Rijnland en mogelijk nog andere delen van het latere graafschap Holland ca. 896 erfde van zijn stiefvader Gerulf ll) een zwager van Radboud V, waarschijnlijk omdat Gerulf kinderloos was gestorven. Sommige auteurs achtten al deze verwantschappen erg dubieus. Volgens Russchen is de naam Radboud te algemeen voorkomend, om te kunnen concluderen dat het allemaal directe nazaten van koning Redbad l zijn. Anderen beweren dat twee bisschoppen van Utrecht, Frederik van Adelen en Redbad, nazaten zijn van Koning Redbad, maar dat  is allerminst zeker. Gerulf ll zou afstammen van een hele andere adellijke tak en afstammen van Hrodbad. Deze lijn loopt via Poppo (overleden na 734), Alfbad (777 - 786), Nordolah (786 - 806 of 810) [opgevolgd door de Deense koningen Godfrid (810 - 839) en Rorik (839 - 875)], Gerulf l (875 - 883) naar Gerulf ll (883 - 916) Maar misschien is dit allemaal wel fantasie van enkele stamboomonderzoekers.

Na de onderwerping van de Friezen door de Franken keerde rust in de lage landen weer en nam het handelsverkeer toe. Toen Karel Martel in 719 het Frankische gezag weer had hersteld, kon Willibrord terugkeren. Nadat in 722 Winfried door de Paus tot missiebisschop was gewijd, begonnen zij samen vanuit Trecht het Friese bisdom op te bouwen en kon Eindelijk het Christendom er voet aan de grond krijgen. 

Na zijn overwinning op de Arabieren (732) voer Karel Martel in 734 met een vloot de Middelzee op en versloeg de Friese hertog Hrodbad bij de Boorne, een riviertje dat destijds in de Middelzee uitkwam. De Friese heiligdommen werden in brand gestoken en met rijke buit keerde Karel Martel naar huis terug. Het rivierengebied, de Vechtstreek, het Zuiderzeegebied, de streek van het tegenwoordige Velsen en tenslotte ook het verdere Friese gebied tot aan de IJsel en de Lauwers kwamen nu in zijn macht. Friesland verloor zijn onafhankelijkheid en werd Friesland als nieuw hertogdom (tot 885) bij het Frankische rijk ingelijfd. 

Lage landen (734 - 768)

laatst bijgewerkt: 11-07-04

colofon