2652

Vandalen (Vandalii) (400 - 408 n. Chr.)

Vandalen (50-400 n. Chr.)

In het begin van de vijfde eeuw begonnen - achtervolgd door de Hunnen - de Asding en Siling Vandalen en andere Germaanse stammen als de Suebi, Alamannen en Bourgondiërs en de niet-Germaanse Alanen uit het Kaukasusgebied in beweging te komen. In 401 staken de Vandalen, gebruikmakend van de onenigheid tussen beide helften van het Romeinse Rijk, met de Alanen en de Sueben over naar Noricum, de provincie ten zuiden van de Donau (Oostenrijk) en Raetia (Zuid-Beieren; Tirol en Zuid-Oost Zwitserland, maar hun aanval werd afgeslagen door de Romeinse opperbevelhebber Stilicho

Godegisel (* 359 - 406)

Godegisel was koning van de Vandaalse Asdingen vanaf ongeveer 400. Tijdens zijn bewind verbleven de Asdingen in Pannonia als fouderati (hulptroepen) van de Romeinen. In 400 of 401, vermoedelijk als gevolg van invallen door de Hunnen, besloot Godigisel het zestig jaar daarvoor gesloten verdrag met de Romeinen op te zeggen en met zijn volk naar het westen te trekken. Met de Asdingen verlieten ook de Alanen hun woongebieden. 

De Romeinse Generaal Stilicho voerde uitgebreid campagne tegen de opstandelingen en versloeg Godigisel in Raetië in 401, waarna deze met zijn volk en de Alanen verder noordwaarts trok. In het gebied van wat nu Zuid-Duitsland is, aangekomen troffen zij hun stamverwanten de Silingen die zich bij het volk van Godigisel aansloten.

Sinds 401 werd de Rijngrens nauwelijks meer verdedigd. De Romeinse opperbevelhebber (magister militium)  Stilicho was in 402 namelijk gedwongen zijn legioenen aan de Rijn terug te roepen om Rome te verdedigen tegen de Visigoten onder Alaric in Italië en de Ostrogoten, die in 405 onder Radagaisus aan het hoofd van een gezamenlijk leger, bestaande uit Vandalen, Ostrogoten, Suebi en Bourgondiërs de Alpen over waren getrokken en Noord-Italië waren binnen getrokken. Honorius zocht haastig een veilig heenkomen binnen de muren van Ravenna, dat temidden van de moerassen tamelijk veilig was. Dankzij de ijlings opgeroepen Germaanse bondgenoten en de steun van Hunnenkoning  Uldin en de Alanen slaagde Silicho erin de indringers in de bergen bij Faesulae (Fiesole) bij Florence een beslissende nederlaag toe te brengen (406). 12.000 Germanen werden gevangen genomen en als slaven te werk gesteld.  Radagaisus werd in de strijd gedood.

In hetzelfde jaar, tijdens de strenge winter van 406-407 stond Godigisel klaar om de onder hem verenigde stammen van Asdingen, Silingen, Sueven (Suebi) en Alanen de bevroren Rijn over te steken. Voorafgaand aan de oversteek vond bij Mainz een veldslag plaats waarin Godegisel sneuvelde. Hij werd opgevolgd door zijn oudste zoon, Gunderic, die het volk door Gallië naar Spanje zou leidden.

Gunderic (Gonderic), koning van de Asdingen en de Alanen (406 - 428)

Nadat de Vandalen, Alanen en Sueven door de verdediging waren heen gebroken, trokken honderdduizenden barbaren Gallië binnen op zoek naar nieuwe akkers, verse weiden en goede jachtgebieden. Ze plunderden de stad Trier en namen vervolgens de stad Boulogne in. Daarna bonden de Vandalen de strijd aan met de Franken. Vervolgens baanden de Vandalen, Alanen en Sueben zich al plunderend een weg door Gallië. De Romeinen waren door de opstand van Constantijn lll in Brittannië en uit angst voor nieuwe Germaanse invasies in Italië niet in staat de barbaarse invallers uit Gallië te verdrijven. Het enige wat zij konden doen was de Siling Vandalen de status aan te bieden van "hospitalitas" als "gasten" van de Gallo-Romeinse landeigenaren in Noord-West Gallië, die gedwongen werden 2/3 van hun graanoogst aan de Vandalen af te staan.

Vandalen (408-428)

Laatst bijgewerkt: 09-09-03

colofon