Boven: Mozaïek van een Vandaalse grootgrondbezitter, die zich blijkbaar aan de Romeinse levenswijze gehaal had aangepast, gezien de manier waarop hij zich kleedde met Romeinse tunica, mantel en sandalen.
Nadat de Asding Vandalen onder Gunderic samen met de Suebi twee jaar lang het noorden van Spanje hadden geplunderd, vestigden zij zich in de noordwestelijke provincie Galicia. De Silingen Vandalen onder koning Fredbal bezetten het rijke gebied Baetica in het het zuiden (het huidige Andalusia). Daar stonden zij onder voortdurende druk van de Romeinen en de met hen verbonden Visigoten, die inmiddels in Zuid-Gallië waren neergestreken en hun macht daarna uitbreidden naar Spanje.
Na twee jaar strijd (415-417) wisten de Romeinen met hulp van de Visigoten als bondgenoten de Alanen en Siling Vandalen uit hun woongebieden in Zuid en Noord-Oost Spanje te verdrijven. Zij weken uit naar het noordwesten waar zij zich in Galicia aansloten bij de Asding Vandalen. Hun koning Gunderic had zich in 416 uitgeroepen tot koning van de Vandalen. De Vandalen zetten de strijd tegen Vallia en zijn Visigoten nog enige tijd voort, maar hadden daarbij weinig succes. In 418 trokken de Visigoten zich echter terug naar Zuid-Gallia, waar zij van Romeinen, die vreesden dat de Visigoten te machtig zouden worden, een eigen rijk mochten stichten.
De Sueben hadden in noordwest Spanje eveneens een eigen koninkrijk gesticht. In 419 sneuvelde de koning van de Alanen, Ataces, met een groot deel van zijn volk in de strijd tegen Vallia. Zij sloten zich aan bij de Vandalen in Baetica. Daardoor werd Gunderic koning van de Vandalen en de Alanen.
Omstreeks 421 behaalden de Vandalen (en Alanen) een grote overwinning tegen het Romeins-Visigotische leger onder Castinus. Daarna overvielen zij Mauretania en de Balearen en konden zij zich aanzienlijk verrijken. Vele Romeinse havensteden vielen in handen van de barbaren en vele galeischepen werden buitgemaakt, waardoor de Vandalen de beschikking kregen over een vloot op de Middellandse Zee.
In 422 trokken de Vandalen met hun bondgenoten, de Suebi, weg uit noordwest Spanje om zich te gaan vestigen in Vandalusia.
Na de dood van Gunderic in 428, kozen de Vandalen Gaiseric (Geiseric; Genseric), de halfbroer van Gunderic en de onwettige zoon van Godigisel (zijn moeder was een onbekende concubine van een vorige onbekende Vandalenleider) als zijn opvolger. Hij nam de titel Rex Vandalorum et Alanorum aan, ofwel Koning van de Vandalen en Alanen.
Vandalen (428-435)
laatst bijgewerkt: 14-08-07
colofon
|