2734 |
Vandalen (Vandilii) (428 - 435) : Gaiseric |
![]() |
In 428, kozen de Vandalen
Omstreeks 428 controleerde de Romeinse gouverneur Boniface (Bonifatius) van Carthago zes hele provincies in Noord-Afrika. Hij ondervond als gouverneur serieuze problemen. Door een Ariaanse vrouw te trouwen stelde hij Augustinus zeer teleur. De relaties met de Moorse stammen was slecht en bovenal was de Romeinse generaal Rechts: Vandaalse slingeraars, afgebeeld op de zuil van Marcus Aurelius |
![]() |
In datzelfde jaar - 429 - staken 80.000 Vandalen, Alanen en Romeinse Spanjaarden, vroegere slaven en leden van andere Germaanse stammen met hun familieleden, die zich bij hen hadden aangesloten, waaronder naar schatting 30.000 strijders, onder aanvoering van hun koning Terwijl de Vandalen en Alanen de provincie Mauretanië veroverden en keizerin De Vandalen en Alanen vonden in Mauretanië niet het land van melk en honing dat zij verwacht hadden en trokken nu oostwaarts langs de kust van Noord-Afrika. Stuk voor stuk vielen de blinkende Romeinse steden met hun volle graanschuren in handen van de hongerige Vandalen. Gaiseric was een van de meedogenlooste barbarenvorsten van zijn tijd. Moorse stammen sloten zich bij de Vandalen aan en in korte tijd was de Romeinse verdediging overwonnen. Nadat zij de stad Caesaria hadden ingenomen sloegen de Vandalen en Avaren het beleg voor de stad Hippo Regius. Alle vluchtelingen waren opeengepakt binnen de muren van de stad, toen de barbaren kwamen. Gaiseric zag in dat hij de stad niet kon innemen door een directe aanval, dus besloot hij tot een beleg. Boniface en zijn onderdanen zagen met angst en beven hoe de Vandalen hun belegeringswerktuigen in stelling brachten. Augustinus (354-430) en zijn priester baden samen voor een spoedige bevrijding. Drie maanden na het begin van het beleg stierf Augustinus op 28 augustus 430. Boniface, die voor zijn dood verantwoordelijk werd gesteld, stuurde wanhopig boodschappers uit om hulp in te roepen bij de keizer in Constaninopel. Maanden lang hoorde men niets. Na14 maanden, terwijl zowel de belegeraars als de belegerde burgers in de stad getroffen werden door hongersnood en ziekten, bereikte het nieuws Gaiserics kapm dat Constaninopel had geantwoord en dat er een machtige vloot onder weg en een leger onder aanvoering van Aspar onderhield betere relaties met Gaiseric. Hij was van geboorte een Alaan en Gaiseric’s officiële titel was “Koning van de Vandalen en Alanen”. Zij wisselden geschenken uit en ambassadeurs. Hippo Regius bleef in handen van de Vandalen, terwijl Aspar het Romeinse gezag handhaafde in Carthago. De Vandalen behandelden de Katholieken slechter dan andere Germaanse stammen. Katholieke gemeenschappen werden ontbonden en katholieke priesters die geen Ariaanse erediensten wilden leiden, werden verbannen of als slaven verhandeld. |
Hij sloot met de Vandalen een vredesverdrag, waarbij deze de heerschappij in handen kregen over al het gebied ten westen van Carthago en de verdeling van de kustlijn officieel werd erkend (435). Maar Gaiseric was daarmee niet tevreden. drie jaar lang werkte hij aan de versterking van zijn leger. Op 19 oktober 439 gaf de stad Carthago zich over en viel in barbaarse handen. Gaiseric maakte de stad onmiddellijk tot hoofdstad van zijn nieuwe Vandalenrijk. De Vandalen maakten zich meester van de grotendeels nog vrijwel in tact gebleven infrastructuur in Noord-Afrika. rechts: Augustinus (354-430) |
![]() |
laatst bijgewerkt: 11-09-02 |