2734

Vandalen (Vandilii) (428 - 435) : Gaiseric

Vandalen (408-428)

In 428, kozen de Vandalen Gaiseric (Geiseric; Genseric = Caesar King), halfbroer van  Gunderic en onwettige zoon van Godigiselus, als koning. Hij nam de titel Rex Vandalorum et Alanorum - Koning van de Vandalen en Alanen - aan. 

Gaiseric was een begaafd samenzweerder, een genie in het politieke schaakspel en een uitstekend militair leider. Vijftig jaar lang wist Gaiserics spinnenweb van ingewikkelde overeenkomsten de plannen van de Romeinse diplomaten en Germaanse vorsten te verwarren - steeds ten bate van de Vandalen. Hij voerde zijn volk aan tegen het keizerlijk tegenoffensief en gaf Attila de Hun geschenken in ruil voor een Hunnenaanval op de Romeinen en Visigoten (tussen ca. 440-450).

Omstreeks 428 controleerde de Romeinse gouverneur Boniface (Bonifatius) van Carthago zes hele provincies in Noord-Afrika. Hij ondervond als gouverneur serieuze problemen. Door een Ariaanse vrouw te trouwen stelde hij Augustinus zeer teleur.  De relaties met de Moorse stammen was slecht en bovenal was de Romeinse generaal Flavius Aëtius zijn grootste rivaal. Aetius wist keizerin Galla Placidia, die optrad als regent voor haar zoon, de toekomstige keizer Valentinianus III, er van te overtuigen dat Boniface haar niet loyaal was en tirannieke aspiraties voor zichzelf koesterde in Noord-Afrika. Verder adviseerde hij haar Boniface te dagvaarden om zich te kunnen verzekeren van zijn loyaliteit. Boniface werd ontboden aan het keizerlijke hof te Ravenna om zich te verantwoorden voor zijn politiek falen in Noord-Afrika. Aetius zond Boniface in het geheim een privé boodschap met de waarschuwing dat Placidia een complot tegen hem aan het smeden was. Verheugd vernam Aetius toen Boniface weigerde aan het hof te verschijnen en vervolgens van verraad werd beschuldigd en tot rebel werd verklaard.  Placidia stuurde het keizerlijke leger naar Noord-Afrika om Boniface gevangen te nemen, maar Boniface wist dit leger terug te slaan.

Rechts: Vandaalse slingeraars, afgebeeld op de zuil van Marcus Aurelius

In datzelfde jaar - 429 - staken 80.000 Vandalen, Alanen en Romeinse Spanjaarden, vroegere slaven en leden van andere Germaanse stammen met hun familieleden, die zich bij hen hadden aangesloten, waaronder naar schatting 30.000 strijders, onder aanvoering van hun koning Gaiseric de Straat van Gibraltar over naar de Romeinse provincie Mauretania in Noord-Afrika. Helemaal toevallig was dit waarschijnlijk niet. Er zijn twee theorieën. Volgens de eerste theorie heeft Boniface de Vandalen en Alanen ingehuurd om de strijd tegen Placidia te kunnen aanbinden in ruil voor land. Nadat de ontdekking van Aetius' gemene spel zou Boniface Gaiseric geprobeerd hebben hem over te halen Noord-Afrika niet binnen te vallen. Maar Boniface was te laat. Gaiseric wist dat de militaire kracht van Boniface aanzienlijk verzwakt was na de strijd tegen het keizerlijke leger en dus stak hij met zijn leger de Straat van Gibraltar over om tegen Boniface te strijden en de rijke gebieden in Noord-Afrika in bezit te nemen. Volgens de tweede theorie wilde Gaiseric, die met zijn sterke vloot het westelijke Middellandse zeegebied beheerste zich meester maken van de Romeinse provincies in Noord-Afrika, die de belangrijkste leveranciers waren van graan en olie.

Terwijl de Vandalen en Alanen de provincie Mauretanië veroverden en keizerin Galla Placidia opnieuw een nieuw leger stuurde om Boniface te arresteren, stuurde Boniface, die inmiddels achter Aetius’ gemene spel was gekomen, een gezant naar Ravenna om de keizerin daarvan in te lichten en vrede te sluiten. Daarna zou Boniface proberen te onderhandelen met Gaiseric.

De Vandalen en Alanen vonden in Mauretanië niet het land van melk en honing dat zij verwacht hadden en trokken nu oostwaarts langs de kust van Noord-Afrika. Stuk voor stuk vielen de blinkende Romeinse steden met hun volle graanschuren in handen van de hongerige Vandalen. Gaiseric was een van de meedogenlooste barbarenvorsten van zijn tijd. Moorse stammen sloten zich bij de Vandalen aan en in korte tijd was de Romeinse verdediging overwonnen. Nadat zij de stad Caesaria hadden ingenomen sloegen de Vandalen en Avaren het beleg voor de stad Hippo Regius

Alle vluchtelingen waren opeengepakt binnen de muren van de stad, toen de barbaren kwamen. Gaiseric zag in dat hij de stad niet kon innemen door een directe aanval, dus besloot hij tot een beleg. Boniface en zijn onderdanen zagen met angst en beven hoe de Vandalen hun belegeringswerktuigen in stelling brachten. Augustinus (354-430) en zijn priester baden samen voor een spoedige bevrijding. Drie maanden na het begin van het beleg stierf Augustinus op 28 augustus 430. Boniface, die voor zijn dood  verantwoordelijk werd gesteld, stuurde wanhopig boodschappers uit om hulp in te roepen bij de keizer in Constaninopel. Maanden lang hoorde men niets. Na14 maanden, terwijl zowel de belegeraars als de belegerde burgers in de stad getroffen werden door hongersnood en ziekten, bereikte het nieuws Gaiserics kapm dat Constaninopel had geantwoord en dat er een machtige vloot onder weg en een leger onder aanvoering van Aspar. Het leger werd aan land gebracht, waardoor Carthage in Romeinse handen bleef. Boniface voegde zich met zijn mannen bij dat van Aspar en trok tegen de Vandalen ten strijde. Het keizerlijke leger werd volkomen verslagen en Boniface bood aan te onderhandelen. Gaiseric was graag bereid het beleg te staken om zijn soldaten tot rust te laten komen en stemde er mee in. Gaiseric hield bij deze onderhandelingen de overhand en dicteerde zijn voorwaarden. Boniface kreeg een vrije aftocht met zijn lijfwacht en familie. Boniface droeg het bevel over aan Aspar en liet zich per zelilschip overvaren naar Italië. Keizerin Galla Placida benoemde hem tot Magister Militium. General Aetius was woedend. 

Aspar onderhield betere relaties met Gaiseric. Hij was van geboorte een Alaan en Gaiseric’s officiële titel was “Koning van de Vandalen en Alanen”. Zij wisselden geschenken uit en ambassadeurs. Hippo Regius bleef in handen van de Vandalen, terwijl Aspar het Romeinse gezag handhaafde in Carthago. De Vandalen behandelden de Katholieken slechter dan andere Germaanse stammen. Katholieke gemeenschappen werden ontbonden en katholieke priesters die geen Ariaanse erediensten wilden leiden, werden verbannen of als slaven verhandeld.  

Hij sloot met de Vandalen een vredesverdrag, waarbij deze de heerschappij in handen kregen over al het gebied ten westen van Carthago en de verdeling van de kustlijn officieel werd erkend (435). 

Maar Gaiseric was daarmee niet tevreden. drie jaar lang werkte hij aan de versterking van zijn leger. 
In 438 ging hij over tot het beleg van Carthago

Op 19 oktober 439 gaf de stad Carthago zich over en viel in barbaarse handen. Gaiseric maakte de stad onmiddellijk tot hoofdstad van zijn nieuwe Vandalenrijk. De Vandalen maakten zich meester van de grotendeels nog vrijwel in tact gebleven infrastructuur in Noord-Afrika. 

rechts: Augustinus (354-430)

Vandalen (435 - 454)

laatst bijgewerkt: 11-09-02

colofon