3025

Westelijke Provincies (421 - 451)

  Westelijke Provincies (411- 421 n. Chr.); zie ook: Oostelijke provincies (408-474)

Honorius Augustus v.h. Westen (395 - 423) (vervolg)

Johannes (421 - 425)

Na de dood van Constantius lll in 421, maakte Johannes, een hooggeplaatst ambtenaar, zich meester van de regering, maar vond slechts weinig aanhang. 

rechts: Johannes

Om de opstand die daarna uitbrak te onderdrukken zond Theodosius ll, de keizer van de oostelijke provincies, zijn opperbevelhebber Flavius Aëtius naar Hongarije om een Huns huurleger werven. Aëtius was in zijn kinderjaren diplomatiek gijzelaar van de Hunnen en leerde zo zijn latere vijanden goed kennen. Hij raakte bevriend met hun latere koning Roea. Onder diens koningschap was het Aëtius die een bondgenootschap met de Hunnen tot stand bracht. Hij gaf Pannonia aan de Hunnen en verleende hun een jaargeld in ruil voor vrede. In 425 kwam Aetius met 60.000 Hunnen aan in Ravenna, drie dagen nadat het oproer was onderdrukt en de tegenkeizer Johannes ter dood was gebracht. Na wat schermutselingen sloot Aëtius een overeenkomst met Galla Placidia, de moeder en regentes van keizer Valentinianus III: de Hunnen werden afbetaald en naar huis gestuurd. Aëtius werd magister militum van het westelijke rijk, een positie met veel macht.

Honorius'  halfzuster Galla Placidia was in 417 getrouwd met  Constantius lll.  

Na zijn dood in 421, werd Galla Placidia door Honorius uitgeroepen tot Augusta en werd zo mederegente. 

Honorius, die zich altijd sterk aangetrokken had gevoeld tot zijn halfzuster, zocht voortdurend toenadering tot haar en begon haar zelfs in het openbaar ter liefkozen, wat leidde tot grote verontwaardiging. Placidia was er niet van gediend en nam afstand van Honorius en vluchtte met haar twee kinderen Valentinianus en  Honoria naar Constantinopel (423). Hetzelfde jaar werd Honorius ernstig ziek en stierf. 

Flavius Placidius Valentianus lll (423 - 455)

Vervolgens werd de 6-jarige Flavius Placidius Valentinianus lll, de zoon van Constantius lll en Gallia Placidia, keizer van het West-Romeinse rijk. Galla Placidia nam zijn taken als keizer over en regeerde als regentes tot Valentinianus in 425 zelf de touwtjes in handen nam al had zij nog wel veel macht en invloed. Valentinianus lll benoemde Flavius Aëtius tot opperbevelhebber. Daarmee werd hij de feitelijk heerser van het West-Romeinse rijk. 

Men heeft Aëtius ook wel  "de laatste Romein" genoemd en niet geheel ten onrechte. Hij zag het als zijn levenstaak om de Romeinse gebieden die aan de Germaanse stammen ten onder waren gegaan, weer terug te veroveren. Om dat doel te bereiken deinsde hij er niet voor terug een verbond met de Hunnen te sluiten en in stand te houden. Een tijdlang kreeg hij ook uitstekende hulp van zijn gevreesde bondgenoten. ( Westelijke provincies (411- 423)), maar door hen tot een steunpilaar voor het rijk te maken, riep hij een veel groter gevaar op dan de Germanen betekenden. Dit bleek met afschrikwekkende duidelijkheid, toen de Hunnen in 434 in Attila een geniaal heerser kregen.

Tijdens de machteloze regering van Valentianus lll verwoestte de strijd tussen zijn generaals Aëtius en Boniface, de Romeinse gouverneur van Carthago. De provincies in Africa gingen verloren aan de Vandaal Gaiseric  ( Vandalen (428-435) en Brittannië werd veroverd door de Angelen en Saksen Brittannië (400-600).

Rechts: Flavius Aëtius

Valentinianus lll wordt beschreven als een verwend jochie dat onder invloed raakte van sterrenwichelaars en tovenaars en had waarschijnlijk weinig zin of kunde om te regeren. Wel zorgde hij, als fanatiek christen, ervoor dat de paus veel meer macht kreeg. Tijdens zijn regeerperiode (425 - 455) ging het Romeinse Rijk sterk achteruit; veel provincies werden door barbaren veroverd: Africa, belangrijk voor de graanvoorziening van het Romeinse kerngebied Italië, werd veroverd door de Vandalen, in Hispania werden veel gebieden door de Sueven ingenomen, en Gallië werd grotendeels verdeeld door Franken, Alanen, Visigoten en Bourgondiërs. Zo bleven alleen nog Italia en de provincia Dalmatia onder bewind van Valentinianus. 

Omstreeks 428 controleerde Boniface (Bonifatius) als gouverneur van Carthago zes provincies in Noord-Afrika. Flavius Aetius wist Galla Placidia er van te overtuigen dat Boniface haar niet loyaal was en tirannieke aspiraties koesterde. Boniface werd ontboden aan het keizerlijke hof om zich te verantwoorden en tegelijkertijd zond Aetius hem in het geheim een brief waarin hij hem waarschuwde dat Placidia een complot tegen hem smeedde. Boniface weigerde nu aan het hof te verschijnen, waarna hij van verraad werd beschuldigd en tot rebel werd verklaard. Vervolgens stuurde Galla Placidia een leger naar Noord-Afrika om Boniface in te rekenen, maar deze wist dit leger terug te slaan. Bonifatius riep vervolgens de hulp in van de Vandalen. Na de ontdekking van Aetius' gemene spel zou Boniface nog geprobeerd hebben Gaiseric over te halen Africa niet binnen te vallen, maar hij was te laat. Gaiseric had gehoord dat Boniface' leger aanzienlijk verzwakt was na de strijd tegen het keizerlijke leger. Van die gelegenheid wilde hij gebruik maken om de rijke gebieden in Noord-Afrika in bezit te nemen. In 429 staken de Vandalen samen met de Alanen de Straat van Gibraltar over en veroverden in tien jaar tijd de Romeinse provincies Mauretanië en Numidië. In één klap was Rome zijn melkkoe kwijt. en daardoor niet meer in staat een groot leger op de been te brengen. Wie veiligheid wilde kon zich voortaan maar beter verstaan met de koningen van de Goten, de Vandalen en de Franken.

Slag bij Arles (430)
Na de dood van keizer Honorius in 423 was er in Gallië een machtsvacuüm ontstaan. De Visigoten die zich als foederati van de Romeinen in Aquitanië hadden gevestigd, konden vrij ongehinderd hun invloed uitbreiden in Gallië en Spanje. Het Romeinse leger was onmachtig om tegen hen op te treden. Pas in 430 werd door het Romeinse Rijk een leger op de been gebracht dat zich met de Visigoten kon meten. In dit leger streed ook een groot contingent Hunnen en een contingent Rugiërs mee, die door Flavius Aetius met Romeins goud was ingehuurd. Bij Arles in het zuiden van Gallië botsten de legers op elkaar. Het leger van Aetius versloeg de Visigoten, die weer gedwongen werden de Romeinse suprematie te erkennen en terug te keren naar Aquitanië. Aëtius herstelde daarna de Rijngrens en verdedigde Noricum tegen Germaanse invallen. 

In 432 kwam Boniface weer in de gunst bij Placidia. Hij werd terug geroepen naar Rome en kreeg een hoge positie. Aëtius, geloofde dat Placidia van hem af wilde en marcheerde met zijn leger op tegen Bonifatius en bond met hem de strijd aan hem in de slag bij Rimini. Bonifatius won deze slag, maar raakte zwaar gewond en stierf een aantal maanden later. Aëtius ontsnapte na zijn nederlaag naar Dalmatië en keerde met de hulp van de Hunnen terug (in ruil hiervoor ontvingen deze de Romeinse provincie Pannonië) en herstelde in 433 zijn machtspositie.

Van 433 tot 450 was Aëtius de belangrijkste persoon van het West-Romeinse Rijk. Hij vervolgde zijn politiek van versterken van de Romeinse macht in Gallië en Spanje, waarbij hij diverse malen te maken kreeg met opstanden, o.a. van de Germaanse foederati binnen het rijk. In 435 verbraken de Bourgondiërs hun bondgenootschap met de Romeinen en vielen het aangrenzende gebied langs de westelijke oever van de Rijn binnen. Aëtius zond als reactie hierop een strafexpeditie, voornamelijk bestaande uit Hunnen. Bij Worms vernietigde dit leger in 436 de Bourgondiërs en werd een groot deel van dit volk uitgeroeid. In 443 bracht Aëtius het overgebleven deel van dit volk naar Sapaudie (Savoye). In Gallië en Spanje ondervond Aëtius veel problemen met de benden plunderaars, de zogenaamde Bagaudae. Bij Valence en Orléans plaatste hij mobiele legers.

In 434 zagen Gaiseric en de andere Germaanse vorsten een nieuwe, formidabele vijand tegenover zich. Aetius nam de teugels van het Imperium stevig in handen ten behoeve van de nietswaardige Valentianus lll. Meer dan twintig jaar lang wist hij met zijn opmerkelijke politiek de geleidelijk verzwakking van de keizerlijke macht wat te stuiten. Evenals zijn voorganger Stilicho werd Aetius uitbundig bewonderd, maar ook voortdurend gewantrouwd - en terecht. Autoritair en volslagen gewetenloos zag hij er geen bezwaar in om een hele provincie aan de Vandalen af te staan in ruil voor hun hulp. Daar hij grote bezittingen in Gallië had, waaronder een paar van de beste landgoederen die nog niet door de barbaren in beslag waren genomen, geloofden de Romeinen al gauw dat hij zijn eigen belangen beschermde ten koste van het Rijk.

In 435 overheersten de Vandalen nu het huidige Marokko en Algerije, maar zij rukten verder op. In 439 veroverden zij Carthaho. De verovering van Noord-Afrika door de Vandalen had nog een groot gevolg: zij konden nu naar goeddunken de graantoevoer naar Rome afsluiten, waardoor er in de stad een ernstig voedselgebrek ontstond, wat op zijn beurt de Romeinse tegenaanvallen belemmerde en de Germaanse foederati, speciaal de Visigoten gesteund werden in hun pogingen om vaste voet te houden in de Romeinse provincies. Bovendien kon Rome zijn evenwicht niet hervinden door Gaiserics  lastige piratenvloot en zijn verraderlijke diplomatie. 

Zo leidde de militaire ineenstorting in het westen ook tot een economische catastrofe. Veiligheid was de grootste economische stimulans die het rijk altijd had gegeven. Daardoor was een enorm economisch vrijhandelsgebied ontstaan, dat het mogelijk maakte om producten over lange afstand goedkoop te vervoeren. In het hele rijk waren producten van goede kwaliteit voor matige prijzen beschikbaar. Na 500 stortte dit complexe economische netwerk in elkaar met as gevolg: oplopende prijzen, dalende kwaliteit en terugval naar een primitieve ruileconomie. Huizen met dakpannen werden alleen nog maar gebouw voor de allerrijksten, de rest moest het doen met strooien hutten. De landbouwproductie daalde dramatisch, hongersnood en pest werden alledaagse verschijnselen. Er was alleen nog maar handel in luxegoederen, al het overige werd geproduceerd voor eigen gebruik. Eén misoogst leidde direct tot honger en ziekte. De stad Rome was nog maar een schaduw van haar vroegere glorie. De paleizen op de Palatijn stonden leeg. Op het Forum graasden koeien. Wat er nog aan leven was verplaatste zich naar de rand van de stad, naar het Vaticaan en het Lateraan.

In 437 trad keizer Valentinianus lll in het huwelijk met Licinia Eudoxia, de dochter van Theodosius ll, Augustus van de Oostelijke provincies van het Romeinse rijk (408-450) en tevens een verre bloedverwant: Zij was namelijk de achterkleindochter van keizer Theodosius l, (379-395) en Valentianus was zijn kleinzoon. Hoewel hij nu meerderjarig was had nog altijd weinig van doen met het rijk, 

In 439 overwon de Visigotische koning Theodorik l de Romeinse veldheer Litorius.

Rond 448 veroverden de Salische Franken de stad Arras (Atrecht). Aetius bond de strijd met hen aan op een plaats die Vicus Helena werd genoemd. Volgens de overlevering behaalden de Romeinen een grote zege. Ondanks de overwinning bleef het gebied van het huidige België en Noord-Frankrijk tot aan de Somme in bezit van Chlodio. Vermoedelijk lieten de Romeinen Chlodio deze gebieden behouden, in ruil voor een bondgenootschap.

In 450 overleed Galla Placidia. Vóór haar dood was in Ravenna al mausoleum gebouwd, dat bewaard is gebleven. Het is een gebouw van eenvoudig metselwerk, maar zeer degelijk gebouwd. Of zij echt begraven is in dit mausoleum, is onzeker. Het bouwwerk is van binnen gedecoreerd met fraaie mozaïekwerken. Er staan drie sarcofagen in.  

Galla Placidia heeft ook een kerk laten bouwen in Ravenna. De basiliek van Johannes de Evangelist zou in 424 gebouwd zijn. Zij had deze kerk laten bouwen nadat zij een storm op zee had overleefd en een eed had gezworen dat te zullen doen als zij behouden zou thuiskeren. Deze kerk oogt vrij nieuw nadat deze na een bombardement in 1944 weer geheel werd herbouwd. De oude basiliek heeft een klokkentoren die karakteristiek is voor kerken uit deze tijd.  

Lit. Peter Heather: The Fall of the Roman empire. A New History; Bryan Ward-Perkins: The Fall of Rome and the End of Civilization."

Westelijke provincies (451-453)

laatst bijgewerkt: 15-01-11

colofon