3027

Westelijke Provincies (453 - 455)
Valentianus lll (423-455)

Westelijke provincies (451-453)

In 453 lag Attila in dronken toestand uit zijn neus te bloeden. Het bloed druppelde naar de achterkant van zijn keel en hij stikte. Voor een man die opschepte dat 'waar zijn paard heeft getreden, geen gras meer zou groeien', was het een roemloze dood. Het rijk dat hij had gesticht, heeft hem niet overleefd.

 

Met de dood van Attila vormden de Hunnen geen gevaar meer voor het Romeinse rijk. Enkele Hunnenstammen hergroepeerden zich in Zuidoost-Europa in de Donauvallei en Pannonië (Hongarije) en heersten over de Slaven van die streek. In 454 beëindigden de Ostrogoten (onder hun leider Wandalar ?), de Gepiden onder hun leider Ardaric) en de Rugiërs de heerschappij van de Hunnen in de slag aan de Nedao

 

Het 'Hunse' teken bleef nog zo lang in het geheugen van elke westerling gegrift, dat zij iedere latere Aziatische invaller zijn blijven vereenzelvigen met de Hunnen. Zo hebben bijvoorbeeld enkele eeuwen later de Aziatische Magyaren zich in het gebied hadden gevestigd dat vandaag de naam Hongarije draagt. 

Tweede Hunneninvasie (452)

Gedeeltelijk hersteld van hun nederlaag zwermden de Hunnen in 452 plotseling over de noordoostelijke grens de Po-vlakte binnen. In sommige opzichten was deze tweede Hunneninvasie nog gewelddadiger dan de eerste. De stad Aquileia aan de Adriatische Zee werd van de aardbodem weggeveegd. De bevolking (Veneti) die de stad was ontvlucht zocht een veilig heenkomen op de eilanden in de lagune en moerassen en stichtten een staat die later zou uitgroeien tot de republiek Venetië. Vrijwel de gehele Po-vlakte, met de steden Milaan (Mediolanum), de West-Romeinse hoofdstad, Verona en Padua werden verwoest en raakten ontvolkt. Na de plunderingen en verwoestingen in Noord-Italië lag de weg voor de Hunnen naar Rome open en geen macht ter wereld scheen de stad nog van de verwoestende ruiterbenden kunnen redden. Aëtius had nu veel meer moeite de Visigoten en Alanen  te overreden Italië te verdedigen tegen de Hunnen dan een jaar eerder in Gallië. Even zag het er naar uit dat Italië verloren zou gaan aan de invallers.

Op weg naar Rome blufte hij dat de verovering van Italië de kroon zou zijn van zijn vernietigend werk. Rome zou de bruidsschat zijn, die hij wilde schenken aan zijn aanstaande bruid Honoria, de kleindochter van keizer Theodosius de Grote. De stad wachtte angstig de komst van de Mongoolse koning af. Maar Attila trok niet naar Rome, zoals men verwachtte. Volkomen onverwachts maakte hij rechtsomkeert en ging dezelfde weg terug als hij was gekomen. Was dit omdat zijn leger uitgeput was en Marcianus hem vanuit het Oosten bedreigde? Of was het dankzij de onderhandelingen van paus Leo l de Grote, die Attila tegemoet was gegaan en ontmoette op het punt waar de rivier Mincio uitkwam op de Po, even ten noorden van de stad Mantua. De waarheid was dat Attila had gehoord van een bedreiging door het Oost-Romeinse rijk en daarom keerde hij terug om te gaan meedoen. Zijn plan was Constantinopel te vernietigen en hij zwoer dat de Romeinen voor altijd zijn slaven zouden blijven. 
Boven: Fresco van Raffaël waarop de ontmoeting tussen paus Leo l en Attila is weergegeven. Boven de paus zweven de apostelen Petrus en Paulus. 

De Hunnen stonden klaar om de Po over te steken toen paus  Leo l  in zijn pauselijke gewaad het wanordelijke legerkamp binnenreed. De paus dreigde Attila met de macht van Petrus, de prins der apostelen als hij niet rechtsomkeert zou maken en Italië zou verlaten. Attila gaf hem gehoor en zag van zijn veroveringsplan af. Attila's mannen, zo gaat het verhaal, vroegen hun leider waarom hij zich zo gemakkelijk had laten ompraten door de bisschop van Rome. De leider antwoordde dat, terwijl de paus aan het woord was, zich boven het hoofd van de paus een figuur in priestergewaad was verschenen, met in zijn hand een getrokken zwaard, waaruit hij opmaakte dat - als hij geen gehoor zou geven aan wat de paus hem vroeg, dit zijn dood zou betekenen. Deze figuur was niet minder dat Petrus.

Een andere verklaring is dat Attila door een tekort aan voorraden was gedwongen het Appenijnse schiereiland te verlaten. In 450-451 heerste er hongersnood in Italië en de bevoorrading van zijn troepen was nooit Attila's sterkste kant geweest. Bovendien werden zijn soldaten getroffen door de pest en was er een leger van keizer Marcianus van de oostelijke provincies van het Romeinse Rijk de Donau gepasseerd om een inval te doen in het hart van het Hunnenrijk. Wanneer men daarbij de verliezen optelt die de Hunnen en hun bondgenoten hadden geleden in de slag bij Troyes in 451, dan is dat een veel aannemelijker verklaring dan het verhaal over paus Leo l. 

In juli 452 werd te Mantua vrede gesloten, waarbij Attila zich verbond Italië te verlaten tegen ontvangst van een jaarlijkse schatting. Na deze veldtocht keerde hij terug naar Pannonia om zich voor te bereiden op een nieuwe inval in het Romeinse Rijk. Hij huwde - hoewel hij al een hele schare vrouwen om zich heen had verzameld - met de Bourgondische koningsdochter Ildico (Ildicho) of Hildegonde (de Kriemhild uit de Nibelungen), die hij met geweld had gedwongen zijn bruid te worden. Tijdens de huwelijksnacht stierf hij in zwaar beschonken toestand (453). Zijn nieuwe bruid trof men de volgende dag trillend van angst aan in zijn slaapvertrek. Hij liet een menigte zoons na, zodat de opvolgingsregeling onmogelijk was. 

In 454 beëindigden de Ostrogoten en Gepiden onder Ardaric de heerschappij van de Hunnen, nu geregeerd door de zoon van Attila Ellac in de slag aan de Nedao in Pannonia. Dankzij deze overwinning kregen de Gepiden een thuisland in de Oost-Karpaten en werden zij bondgenoten van Rome. 

De man die de stormloop van de Hunnen had gestuit, Aëtius, overleefde zijn geduchte tegenstander niet langer dan een jaar. Hem trof hetzelfde lot als zijn beroemde voorganger Stilicho. Afgunst en laster zetten kwaad bloed bij keizer Valentianus lll. Mogelijk om wat meer echte macht naar zich toe te trekken, maar in ieder geval na sterk aandringen van Petronius Maximus, een bekend en gerespecteerd burger van Rome. Ondanks zijn niet erg aanzienlijke afkomst was hij al op 38-jarige leeftijd consul geworden en zes jaar later later had hij het gebracht tot opperbevelhebber van de Pretoriaanse Garde in Italië. Petronius was lang niet zo populair en geliefd als Aetius, die Attila verslagen. Daarom probeerde hij (met succes) keizer Valentinianus III zover te krijgen dat hij Aetius uit de weg ruimde. Tijdens een heftige scène doorstak de keizer de grote staatsman, die daarop werd afgemaakt door een sinistere eunuch (454).

Na de dood van Aëtius begon de Romeinse macht in Gallië af te nemen. De Romeinse generaal Aegidius kreeg de laatste resten Romeins gebied in Gallië onder zijn gezag . In de provincie Gallia Lugdunensis stichtte hij een zelfstandig Gallo-Romeinse Rijk, dat tot 486 zou bestaan.

De verzwakking van het West-Romeinse Rijk, na op de moord op  Aetius, had tot gevolg dat meerdere Germaanse volken hun macht in Gallië probeerden te vergroten. Het antwoord van de Romeinen hierop was een veldtocht in de zomer van 457, onder leiding van Aegidius, tegen de Ripuarische Franken (Rijnfranken) aan de Rijn, waarbij Keulen ontruimt moest worden. 

Ook Gundioc, de leider van de Bourgondiërs, probeerde zijn macht te vergroten. Hij kwam in opstand en benoemde zich in 456 tot koning. 

Nu Aetius weg was wilde Petronius Maximus graag nog wat hoger op de maatschappelijke ladder stijgen. Valentinianus weigerde echter zijn verzoeken. Maximus was hier erg kwaad over, en men zegt dan ook dat hij opdracht gegeven had tot de moord op Valantinianus op 16 maart 455 tijdens een troepenparade. De volgende dag greep hij de macht en werd keizer. 

Westelijke provincies (455-467 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 20-09-10

colofon