2921

Westelijke Provincies (455 - 467)

  Westelijke Provincies (407 - 451)

Petronius Maximus (455)

Na de moord op Valentianus lll (455) was de bestaande lijn van keizers uitgestorven, daar Valentianus lll geen mannelijke nakomelingen had. Rome, was nu beroofd van zijn leider en generaal en lag open voor de Vandalen. Van het eens zo machtige Romeinse rijk was rond het midden van de vijfde eeuw niet meer dan kleine Europese staat overgebleven en omvatte alleen nog maar Italië en een klein deel van Gallië.

Petronius Maximus, de nieuwe keizer van het westen,  was al op 38-jarige leeftijd consul geworden en het zes jaar later had hij het gebracht tot opperbevelhebber van de Pretoriaanse Garde in Italië. Volgens velen had wel iets te maken gehad met de moord op de vorige keizer, maar hij was feitelijk niet meer dan een welgestelde en machtige senator.
Na zijn aantreding tot keizer van het westelijke deel van het Romeinse rijk, zette hij haast achter een huwelijk met Valentianus' weduwe Licinia Eudocia (Eudoxia) en tussen Licinia's oudste dochter, die haar zelfde naam droeg en zijn zoon, hoewel zij eigelijk al was uitgehuwelijkt aan Huneric, de zoon van Gaiseric. 

rechts: Petronius Maximus

De ex-keizerin voelde er echter niets voor om onder dwang in het huwelijk te treden met de nieuwe keizer en zocht naar een manier daar onderuit te komen. Een beroep op Constantinopel had volgens haar weinig kans van slagen. Daarom besloot zij de leider van de Vandalen, Gaiseric, voor te stellen Rome in bezit te nemen. Die uitnodiging was echter niet nodig. Gaiseric’s had vrede gesloten met Aetius en Valentianus en omdat beiden dood waren, was, aldus Gaiseric, ook het destijds met hen gesloten vredesverdrag beëindigd. Met begerige ogen keek hij naar de rijke buit die er in Rome te behalen viel en gokte erop dat keizer van het oosten, Theodosius ll niet wilde en niet bij machte was het westen te hulp te komen. Terwijl Gaiserics vloot de stad naderde werd de weinig heldhaftige keizer Petronius Maximus tijdens een poging de stad uit te vluchten door een woedende en panische volksmenigte vermoord. Gaiseric ondervond nauwelijks enige weerstand bij het innemen van de stad. (z. Vandalen) 

Drie kostbare schatten vielen in zijn handen: de keizerin Licinia Eudoxia en haar twee dochters. Haar oudste dochter, Eudocia, werd gedwongen in het huwelijk te treden met Gaiserics oudste zoon Huneric. De drie keizerlijke dames zouden Gaiserics gevangen blijven totdat de Byzantijnse keizer Leo l de Vandaalse koning dwong hen vrij te laten (468). 

links: Eudocia, de oudste dochter van keizerin Eudoxia

De plundering van Rome door de Vandalen in 455

Begin juni 455 veroverden de Vandalen onder leiding van Genserik (Gaiseric), versterkt met Bedoeïenen en Moren, de Eeuwige Stad. Twee weken lang plunderden ze naar hartelust en zeer methodisch. Alle buit werd op schepen geladen die aangemeerd lagen langs de Tiberkade.

Het keizerlijk paleis op de Palatijn, dat door Valentinianus III (423-455) in orde was gebracht, werd compleet leeggehaald: er bleef geen stoel meer staan. De tempel van Jupiter Optimus Maximus op de Capitolijn werd beroofd van beelden en offergaven die meegenomen werden om er de Afrikaanse residentie van Genserik mee te versieren. Het dak van de tempel werd van de helft van zijn vergulde bronzen dakpannen beroofd; voor de andere helft was er geen plaats meer op de schepen... Al de trofeeën van de verovering van Jeruzalem, door keizer Titus (79-81) na de verwoesting van Jeruzalem in de tempel van de Vrede opgeborgen en afgebeeld op een bas-reliëf aan de binnenzijde van zijn boog op het Forum Romanum, werden eveneens meegenomen. Ongeveer 75 jaar later werden ze op de Vandalen heroverd en naar Constantinopel overgebracht.

De plundering van Rome door de Vandalen, tekening van Heinrich Leutemann (1824-1904) (Wikipedia)

Kort na de plundering van Rome door de Vandalen werd een kerk gebouwd op initiatief van Eudoxia (de weduwe van Valentinianus III, 423-455), de Basilica Eudoxiana, thans San Pietro in Vincoli. De zestien gelijke zuilen van Grieks marmer, die het middenschip van de kerk schragen, werden gewoon weggenomen uit een gebouw in de buurt (de thermen van Titus? de thermen van Trajanus? de porticus Tellurensis?). Keizer Maiorianus (457-461) decreteerde in 458 dat geen bestaande gebouwen meer mochten beschadigd of gesloopt worden om er nieuwe mee op te richten. Deze maatregel op zich bewijst al dat de antieke gebouwen beschouwd werden als steengroeven...
De kerk van San Pietro in Vincoli of Sint-Pieters-Banden is gebouwd in de 5e eeuw om er de toen in Jeruzalem teruggevonden boeien van Petrus te bewaren. De ketens in het reliekschrijn zijn zeker Oud-Romeins, maar of ze iets met Petrus te maken hebben, is een andere vraag. De kerk werd herbouwd in de 8e eeuw, maar in de 18e eeeuw aangekleed in de smaak van die tijd, zozeer dat het oude aspect (buiten de zuilen en de algemene lijn van de basilica) verdwenen is. Na twee weken van plunderen, drinken en verkrachten (455) viel het Italiaanse schiereiland in handen van Saksische huurlingen. In de hoop hun heerschappij meer verteerbaar te maken voor de Romeinen, installeerde en handhaafden zij een reeks van nieuwe Romeinse keizers, die niets te betekenen hadden. De macht was geheel in handen van de aanvoerders van de Saksische huursoldaten. 
Eparchius Avitus (455- 457)

In hetzelfde jaar liet Eparchius Avitus, afkomstig uit senatorengeslacht in Auvergne, zich met steun van de Visigoten in Gallië, uitroepen tot keizer. Ook in Italië en Pannononia werd hij hij als keizer erkend. Ruim een jaar later bracht de keizerlijke veldheer   Ricimer, hem ten val. Avitus moest zich tot bisschop van Placentia laten wijden, maar overleed weldra. Ricimer, de "sterke man" in die tijd, was een Romeins opperbevelhebber, afkomstig uit de Germaanse stam der Sueven. Hij was aan het hof van keizer Valentianus lll opgevoed. 

rechts: Avitus

In 457 wist de Romeinse legerbevelhebber Julius Majorianus (z. afb. links) de Alamannen te verslaan. In Ravenna werd hij door Ricimer als opvolger van Avitus tot keizer over het West-Romeinse Rijk aangesteld. 

Julius Majorianus (457 - 461)

Julius Majoranus trad energiek op tegen allerlei misstanden. Nadat hij de Visigoten in Gallië gedwongen had hem als keizer te erkennen, ondernam hij in 460 een expeditie tegen Gaiseric, koning van de Vandalen in Africa. Toen deze echter zijn vloot vernietigd had, keerde hij naar Italië terug. Hier werd hij door het ontevreden leger, tot muiterij aangezet door Ricimer, tot afstand gedwongen en vermoord (461). 

Na de dood van Aëtius in 454 begon de Romeinse macht in Gallië begon af te nemen. De Romeinse generaal Aegidius kreeg de laatste resten Romeins gebied in Gallië onder zijn gezag . In de provincie Gallia Lugdunensis stichtte hij een zelfstandig Gallo-Romeinse Rijk, dat tot 486 zou bestaan.

De verzwakking van het West-Romeinse Rijk, na op de moord op  Aetius, had tot gevolg dat meerdere Germaanse volken hun macht in Gallië probeerden te vergroten. Het antwoord van de Romeinen hierop was een veldtocht in de zomer van 457, onder leiding van Aegidius, tegen de ripuarische Franken (Rijnfranken) aan de Rijn, waarbij Keulen ontruimt moest worden. 

Ook Gundioc, de leider van de Bourgondiërs, probeerde zijn macht te vergroten. Hij kwam in opstand en benoemde zich in 456 tot koning. 

Majorianus slaagde erin deze opstand in 458 te bedwingen. Aegidius heroverde de door de Bourgondiërs bezette stad Lyon en de Bourgondiërs keerden terug binnen de aangewezen grenzen. Met succes verdedigde Aegidius ook de stad Arles, de hoofdplaats van het Gallische Prefectuur, tegen de Visigoten. Ondanks deze successen sloot de keizer kort daarop een nieuw fouderati-verdrag met de Bourgondiërs, dat hen een groter vestigingsgebied garandeerde en werd het oude verdrag met Visigoten hernieuwd.

In augustus 461 werd keizer Majorianus door de Germaanse generaal Ricimer ten val gebracht. Hij was van Suebische afkomst en opgevoed aan het hof van keizer Valentianus lll. Mede door diens steun was Ricimer aangesteld als magister militum (opperbevelhebber) van het Romeinse leger. Ricimer was al snel de machtigste man achter de troon in Ravenna. 

Libius Severus (461 - 465)

Tot opvolger van Majorianus benoemde Ricimer Libius Severus, maar feitelijk was het Ricimer zelf die de macht in handen had. Aegidius weigerde met hem samen te werken en erkende Libius Severus niet als keizer. Ricimer ontnam Aegidius daarop het commando over het Romeinse leger in Gallië en benoemde Gundioc in zijn plaats. Aegidius kwam in opstand maar slaagde er evenwel niet in om met zijn leger vanuit Gallie tegen Ricimer op te trekken, daar  Gundioc hem de pas afsneed naar Italië. Toen vervolgens de Visigoten in opdracht van Ricimer tegen Aegidius optrokken was deze gedwongen zich terug te trekken naar het gebied rond Parijs. In Gallia Lugdunensis, het Gallische gebied ten noorden van de Loire en ten zuiden van de Somme stichtte hij een zelfstandig Gallo-Romeinse rijk met Soissons als hoofdstad, waar zich enkele belangrijke wapenfabrieken bevonden. Dit gebied werd omringd door Germaanse volken.

In 463 voorzag Aegidius zich van steun van de Frankische foederati onder aanvoering van Childerik. Met hulp van deze bondgenoten slaagde hij erin de Visigoten bij Orléans te verslaan, waarmee hij zijn machtsbasis in Gallië versterkte. In 464 werd Aegidius echter vermoord door vergiftiging. Het door hem gestichte rijk werd overgenomen door de Gallo-Romein Paulus. Hij heeft het Gallo-Romeinse rijk slechts kort bestuurd. In 464 voerde hij een veldtocht tegen de Visigoten, die daarvoor Bourges hadden veroverd en daarna trok hij op tegen de Angelsaksen. Bij Angers sneuvelde hij tijdens de veldslag. Zijn opvolger was Syagrius, de zoon van Aegidius. Hij stond bekend als de rex romanorum ('koning der Romeinen'), wat aangeeft dat hij ondanks zijn Gallo-Romeinse achtergrond een positie had vergelijkbaar met Odoaker en de Visigotische, Bourgondische en Frankische koningen. Evenals voorheen bij de Romeinen bestond zijn leger overwegend uit Frankische huurlingen.  

Tijdens de regeerperiode van Libius Severus gebeurde er weinig en voor de meeste van de weinige gebeurtenissen wordt Ricimer verantwoordelijk gehouden. Over de persoon Libius Severus weten we zo goed als niets, behalve dat hij waarschijnlijk geboren is in Lucianië (Zuid-Italië). Theophanes meldt dat hij de bijnaam (cognomen) "Serpentius" had. Libius Severus stierf in 465 aan onbekende oorzaken, zowel moord als een natuurlijke doodsoorzaak is mogelijk. Na zijn dood volgde een interregnum van 18 maanden waarin ook weinig gebeurde.

Westelijke provincies (467- 476)

laatst bijgewerkt: 07-08-07

colofon