2737

Vandalen (Vandalii) (457 - 468) : Gaiseric

Vandalen (454 - 457)

Julius Majorianus (457-461) was in het begin van de vijfde eeuw geboren. Zijn grootvader had gediend onder keizer Theodosius I als 'Meester van de Soldaten’ en zijn vader was schatbewaarder geweest van Aetius. Hij was officier in dienst van Aetius, maar had ontslag gekregen, omdat zijn vrouw hem niet mocht. Hij werd keizer van het westelijke rijk in april 457. Eerst kreeg hij te maken met rivalen in Rome en de Goten in Gallië.  Nadat hij de situatie onder controle had,  voelde hij zich in staat een eind te maken aan de rooftochten van de Vandalen. Eerst verdreef hij de Vandalen uit Campania in Italië. Omstreeks 459 bouwde hij een grote vloot op en rekruteerde hij een machtig leger. In Gallië verwierf hij erkenning bij de Visigoten en Bourgondiërs, Velen van hen sloten zich aan de bij Sueben, Hunnen, Alanen en andere barbaren die zijn leger vormden. In 460, trok hij met dit leger op naar Carthago Nova (Cartagena) aan de Spaanse kust. Gaiseric stelde voor vrede te sluiten, maar keizer Majorianus weigerde op dit aanbod in te gaan.

Gaiseric gaf zijn Moorse strijders opdracht Mauretanië te verwoesten en de bronnen de vergiftigen om de Romeinse opmars te stuiten. Majorianus was klaar voor een offensief, maar de vandalen overmeesterden de schepen die in de haven voor anker lagen bij verassing. Majorianus was nu wel gedwongen tot vredesonderhandelingen en Gaiseric te erkennen als koning van Noord-Afrika en zijn heerschappij over de westelijke Middellandse Zee. Ricimer was woedend over de mislukking van militaire operatie en zag de onderhandelingen met Gaiseric als een grote schandeloze vertoning. Ricimer, die de keizer van het westen had gesteund, keerde zich nu tegen hem. Tijdens de muiterij die - waarschijnlijk onder aanstichting stond van Ricimer, werd Marjorianus gevangen genomen. Hij eindigde zijn regering in 461, mogelijk als gevolg van ziekte of moord.

De aantreding van een nieuwe keizer van het westen, was voor Gaiseric een excuus om alle vorige verdragen te breken en zijn overvallen op Sicilië en Italië voort te zetten. De Vandalen breidden hun aanvallen zorgvuldig voor. Zij waren er zeker van dat geen Romeins leger of Romeinse vloot hen kon tegenhouden. Bovendien konden de Romeinen niet overal tegelijk aanwezig zijn. De Vandalen waren nergens meer bang voor en hun roofzucht kende geen grenzen. Sardinië, Corsica en de Balearen eilanden vielen in Gaiserics handen.

Daarna leidde Gaiseric zijn legers naar Griekenland en Dalmatië en bedreigde ook de stad Constantinopel. De West-Romeinse keizer Julius Majorianus (457-461) poogde in 460 de Vandalen een nederlaag toe te brengen. Zijn vloot werd echter door de Vandalen verslagen en Julius keerde naar Italië terug, waar hij door het ontevreden leger, door Ricimer tot muiterij aangezet, gedwongen werd afstand te doen en werd vermoord (461).Ook de Oost-Romeinse keizer 

In 468 besloot keizer Leo een eind te maken aan de rooftochten van de Vandalen en beraamde een nieuwe veldtocht , de duurste die ooit in de geschiedenis was gehouden. 
En dat terwijl Leo niet ruim bij kas zat. 65.000 pond goud en 700 pond zilver spendeerde hij aan de bouw van de oorlogsvloot, die uit 1100 schepen bestond en 100.000 mariniers en soldaten telde. Als expeditie stond onder leiding van generaal Basiliscus, de broer van Leo's echtgenote.  In 468 zeilde de vloot uit de haven van Constantinopel. Op de Middellandse Zee verenigde zij zich met de Italiaanse onder Marcellinus. Ricimer was het niet eens geweest met de benoeming door keizer Anthemius van Marcellinus, zijn grootste vijand, als commandant van de westelijke vloot. Generaal Heracleius van het oostelijke leger wierf huurlingen in Egypte en zeilde op naar Tripoli, waar hij zijn troepen aan land wilde  zetten en van daaruit over land wilde opmarcheren naar Carthago.

Maar de Vandalen waren bijtijds gealarmeerd omtrent deze militaire bewegingen door verkenners. Gaiseric besloot zijn vloot in te zetten om de aanval te keren. Marcellinus’ westelijke vloot behaalde bij Sardinië een overwinning op de Vandalenvloot en het eiland in bezit. In de Siciliaanse wateren stonden meer dan 500 Vandaalse galeien tegenover de vloot van Basiliscus. De strijd eindigde in een grote overwinning voor  Basiliscus en Gaiseric verloor 340 galeien.

Zeeslagen waren zeldzaam in de vijfde eeuw en de Vandalen probeerden een treffen op zee ook veelal te vermijden als dat mogelijk was. Het klassieke rammen en enteren van schepen bleef gehandhaafd. Maar vuurkracht werd wel steeds belangrijker. Een regen van pijlen ging aan iedere confrontatie vooraf. Daarna volgde een salvo stenen en ijzeren kogels, afgeschoten door katapulten en ballistae, bedoeld om grote gaten te slaan in de vijandelijke galeien. Niet zeker is er in die veel gebruik werd gemaakt van het zgn. Griekse vuur, dat een gevreesd Byzantijns wapen was. Ook potten van klei, gevuld met ongebluste kalk, slangen en schorpioenen werden afgevuurd om paniek te zaaien onder de bemanning van het vijandelijke schip. 

Heracleius landde met een aanzienlijke troepenmacht in Tripoli en bond daar de strijd aan met een Vandaals leger dat gelegerd was aan de Lybische kust. De soldaten in Gaiserics leger waren allen uitstekende ruiters, die vochten met zwaard en speer. Hun Moorse bondgenoten bereden kamelen en in de strijd bleven zij gemakkelijk in het zadel. Zij waren bewapend met speer en schild. Zij marcheerden op tegen Heracleius, maar zijn leger, waarin ook Hunnen te paard, bewapend met pijl en boog meestreden leden weinig verliezen. De sperenregens, afgeschoten door de Moren en machtige Vandalen strijders te paard konden niet doorbreken. Daardoor slaagde Heracleius erin verschillende steden in te nemen en vol vertrouwen op te marcheren naar Carthago. 

Desniettemin faalde ook deze veldtocht  en zou acht jaar later een einde maken aan het West-Romeinse rijk.  

In 467 gingen Gaiseric en zijn Vandalen te ver. Een hebzuchtige Vandaalse piraat overviel een streek in Zuidelijk Griekenland en schond daarmee het gebied van de keizer van het Oosten. Keizer Leo was woedend en besloot de krachten van het oostelijke en westelijke deel van het rijk te verenigen, door Anthemius voor te dragen als keizer van het westen. Maar eerst moest Anthemius een  verbintenis aangaan met Ricimer door te huwen met zijn dochter Alypia. Door een eind te maken aan de vijandelijkheden tussen het oostelijke en westelijke deel van het rijk, maakte hij zich populair in Rome.

Gaiseric verbleef in zijn paleis en vreesde zowel voor zijn eigen leven als dat van zijn koninkrijk, toen de drie legers hem langzaam insloten. Maar zijn verkenners brachten hem het nieuws dat Basiliscus met zijn vloot voor anker was gegaan bij Promontorium Mercurii, (nu Cape Bon), niet ver van Carthago. Het is nog steeds een mysterie, waarom de vloot niet was doorgevaren naar Carthago en de stad bij verrassing had ingenomen. Gaiseric stuurde een afgezant naar Basiliscus met het verzoek om een wapenstilstand en stelde Basilicus daarvoor een aanzienlijke beloning in het vooruitzicht. Baslicus en zijn generaals gingen er graag mee akkoord, daar zij een overwinning zonder bloedvergieten boven alles prefereerden. 

Gaiseric gebruikte de vijf dagen durende wapenstilstand om zijn oude schepen voor te bereiden door ze te vullen met kreupelhout en potten met olie. Op de vijfde dagwaren zij klaar en wachtten op de komende duisternis. Toen de wind aanwakkerde en de maan schuil ging achter een wolkendek, voeren de oude galeien uit. Tegen de zwarte avondhemel bereikten de Vandalen Kaap Bon en staken zij de galeien in brand. Romeinse wachtposten zagen het vuur, maar sloegen te laat alarm. De in brand gestoken galeien zeilden in op de dicht bij elkaar liggen schepen van de keizerlijke vloot, zodat er voor geen enkel schip ruimte was om te manoeuvreren. Alleen het vlaggenschip van de vloot, met Basilsicus aan boord was buiten gevaar. Toen vuurschepen, voortgedreven door de aanwakkerende wind, de Romeinse schepen bereikten. ontstond er grote verwarring. Het geluid van de wind en de uitslaande vlammen vermengden zich met het geschreeuw van de soldaten en matrozen, die trachten met alle middelen het vuur te doven. de vloot van de Vandalen lag achter de vuurschepen. Zij ramden de keizerlijke galeien en brachten ze tot zinken. 

De volgende ochtend zag Basiliscus dat hij meer dan de helft van zijn vloot, die bij Kaap Bon voor anker had gelegen, had verloren. De overgebleven galeien zeilden naar Sicilië, achtervolgd door Moorse piraten. De keizerlijke vloot onder Marcellinus, die bij Sardinië was gelegen had de situatie nog kunnen redden, maar Marcellinus werd vermoord door een Vandaal of als gevolg van een complot, opgezet door Ricimer. Van verdere expedities tegen de Vandalen werd afgezien. Het leger van Heracleius hoorde het slechte nieuws en besloot zich terug te trekken. De keizerlijke veldtocht was een complete ramp en Gaiseric was de sterke man van de Middellandse Zee.

Vandalen (468 - 477)

laatst bijgewerkt: 22-07-02

colofon