2731 |
Vandalen (Vandilii) (ca. 50 - 400) |
Van de vroegste geschiedenis van de Vandalen is zeer weinig bekend. Waarschijnlijk waren oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Scandinavië (Jutland) en waren zij taalkundig nauw verwant met de Goten (Gauti), de Bourgondiërs (Burgundi) en de Longobarden en worden zij gerekend tot tot de Oost-Germanen. In de vijfde eeuw v.o.j. trokken zij naar het dal van de Oder. | ![]() |
Voor het eerst wordt van hen melding gemaakt door de Romeinse geschiedschrijver In de 2e eeuw na. Chr. (omstreeks 150 n. Chr.) migreerden zij met de Goten en de Gepiden zuidwaarts van het Baltische gebied via het Polen en het oosten van Duitsland naar het midden van Europa. Ten tijde van de Marcomannenoorlog (166-181) bewoonden zij het gebied in het huidige Silezië (de ca. 140 km brede strook aan weerszijden van de boven- en middenloop van de Oder, dat nu voor drie kwart op Pools grondgebied ligt en voor bijna een kwart op (Oost-) Duits grondgebied ligt). |
![]() |
Omstreeks 230 splitsten de Vandalen zich in twee volkeren: de Siling Vandalen en de Asding Vandalen.
De Siling Vandalen bleven wonen in Silezië. De Asding Vandalen vestigden zich in de Theiss-vlakte en het huidige Slowakije. De Sueven (latere Alamannen) verdreven zij toen naar het Zuidwest-Duitsland, naar het gebied tussen de Rijn en de Donau. |
Tijdens de opstand van generaal In 330 kregen de Vandalen door keizer laatst bijgewerkt: 09-09-02 |