2641

Visigoten (300 - 370)

Goten (100-300)



Constantijn de Grote (305-337) slaagde erin de Goten op de Balkan te verslaan en sloot vervolgens een verdrag met hen. Als "bondgenoten" van de Romeinen mochten zij Dacië te behouden. Zij kregen een jaarlijks bedrag voor hun onderhoud, op voorwaarde dat zij de rijksgrenzen verdedigden en met een bepaald aantal soldaten aan de veldtochten van de keizer deelnamen. De toestand van rust aan de Donaugrens duurde meer dan dertig jaar. 

Terwijl de  Goten van Thervingi-groep hun koninkrijk tussen de Djnestr en de Donau vormgaven en door de Romeinen de naam "Visigoten" (= dappere Goten) kregen, stichtten de Goten van de Greutingi, de Ostrogoten een rijk ten oosten van de Zee van Azov. Hun leider Ermanaric (Erminarik) [ermina rikus = enorme rijkdom, groot leider], breidde de macht van de Ostrogoten uit over andere volkeren. Zijn rijk strekte zich tenslotte uit van de Djnestr tot de Don in het noorden en tot de Wolga in het oosten.

De val van het rijk van de Ostrogoten (376) veroorzaakte onder de Visigoten grote onrust. Zij besloten in te gaan op het aanbod van de Romeinen om binnen de grenzen van hun rijk toevlucht te zoeken. Zij kregen toestemming de Donaugrens over te steken. Maar in hun kielzog volgden ook andere Germaanse stammen, zoals (een deel van) de Gepiden, Rugiërs die eveneens door de Hunnen waren verslagen en onderworpen. Ook de Asding-Vandalen, die  in 330 door Constantijn de Grote een gebied toegewezen hadden gekregen in Pannonia aan de rechteroever van de Donau, kwamen - uit vrees dat zij de volgende stam waren die door de Hunnen zou worden onderworpen - in beweging.

Na 322 vestigden de Thervingi, zich als foederati tussen de Djenstr en de Donau. 

Athanarik (Athanaric) (Thervingorum judex, d.i. vorst van de Thervingers) (369 - 381)

Omdat Athanarik, Procopius, de mededinger van Valens had gesteund, viel Valens hem aan (367). In 369 moest Athanarik zich gewonnen geven. Athanarik streefde ernaar de Visigoten onder zijn gezag te verenigen, maar kwam daarbij in conflict met een andere stamleider: Frithigern, die verslagen werd, doch steun ging zoeken bij keizer Valens. Met steun van Oost-Romeinse keizer overwon Frithigern en als blijk van erkentelijkheid bekeerde hij zich tot het Arianisme, de godsdienst die keizer Valens beleed. 

Het vreedzame verkeer met de Romeinen had een beschavende invloed op de Visioten en het Christendom kreeg vaste voet onder hen. "De apostel der Goten" werd Wulfila (Ufilas), geboren in 307 van Capadocische ouders en in 341 in Constantinopel tot bisschop van de Gotische christenen gewijd. Hij heeft een groot gedeelte van de Bijbel in het Gotisch vertaald. Voor deze vertaling stelde hij een Gotisch alfabet op. De zg. Gotische Bijbel was echter niet compleet; voorzichtigheidshalve liet Wulfila het Oude Testament weg, daar hij bang was dat het de stammen in hun oorlogszuchtig optreden zou sterken. Zijn predikingen werden al spoedig via de Visigoten verspreid onder de Vandalen en Ostrogoten. Het Christendom dat door Wulfila gepredikt werd, heet het Arianisme. Deze leer was voor de kerk in Rome onaanvaardbaar, omdat zij de goddelijkheid van Christus bagatelliseerde. Hierdoor waren in de ogen van de kerk die Germanen die de meeste beschaving bezaten ketters.

Onder: Een bladzijde uit de Gotische Bijbel van Wulfila

De herhaaldelijke conflicten met de Oost-Romeinse keizer Valens, deden Athanarik haat opvatten tegen al wat Romeins was. Verwoede vervolgingen tegen de Christenen, vooral tegen de Arianen, kenmerken dan ook zijn regering van 369 af. Later volgde een toenadering tussen Athanarik en Frithigern. Athanarik slaagde erin zijn gezag opnieuw over de Visigoten uit te breiden. 

Visigoten (370 - 400)

laatst bijgewerkt: 21-07-02

colofon