2642 |
Visigoten (370 - 400) |
![]() |
Nadat de Ostrogoten door de Hunnen waren onderworpen (376), kwam de beurt aan de Visigoten. Zij konden evenmin weerstand bieden aan de vloedgolf uit het oosten. In korte tijd werden de Visigoten door de Hunnen overvleugeld, die bezit namen van een groot gebied dat zich uitstrekte van de Kaspische Zee tot aan de Hongaarse laagvlakte. |
Op dat moment (de winter van 375-376) had Grootscheeps wanbeheer van de Romeinen en de wens van de Visigoten om bij elkaar te blijven, leidden echter tot ernstige onlusten, waarbij horden Visigoten de Donau overstaken. De verwarring duurde twee jaar. De Visigoten waren in naam dan wel "bondgenoten", maar werden nooit als zodanig behandeld. Voor de Romeinen waren de Goten een barbaars volk, waarop zij neerkeken. Zij kregen nooit genoeg land toegewezen, hun wapens werden in besla genomen en velen van hen werden tot slaaf gemaakt. Spijkerharde Romeinse ambtenaren verkochten zelfs graan tegen buitensporige prijzen. Soms waren de Goten daardoor gedwongen hun vrouwen en kinderen als slaven te verkopen om niet de hongerdood te sterven. Razend geworden door door deze slechte behandeling vielen de Visigoten een Romeins leger bij Adrianopel aan en vernietigden dit nagenoeg. De Romeinse commandant Lupicinus nodigde de Gotische leiders Alavivus en Fritigern uit voor een feestelijke maaltijd, maar liet vervolgens een aantal van zijn gasten doden. Alavivus bleef waarschijnlijk achter als gijzelaar, maar Fritigern wist te ontsnappen en werd leider van de Visigoten die vanaf nu in openlijke oorlog met de Romeinen waren. In 377 werden Lupicinus en zijn troepen door de Visigoten verslagen. De Thracische provinciale verdediging was vernietigd. Al eerder waren ook andere groepen, die de Romeinen eerst niet hadden willen toelaten (Greutingi (Ostrogoten en de met de Goten verbonden Taifali) de Donau overgestoken, en ook zij hadden zich bij Fritigern aangesloten, evenals een deel van de reeds in Moesia gevestigde Goten (grotendeels vluchtelingen voor christenvervolgingen), barbaarse slaven, Romeinen uit de lagere klassen en zelfs een volledig door Goten bemand Romeins legeronderdeel. Maar er waren ook Goten die de Romeinen trouw bleven, waaronder Ulfilas. De Goten plunderden Thracië. Valens zond Trajanus en Profuturus uit om tegen de Goten strijd te leveren. Vanuit het westen boden Frigeridus en Gallische troepen onder Richomeres ondersteuning. Romeinen en Goten bestreden elkaar in de 'slag van de Wilgen', die aan beide zijden met grote verliezen gepaard ging en geen duidelijke winnaar kende. De Goten bleven hierna een week lang in hun omheining van wagens, de Romeinen trokken zich terug naar Marcianopolis, maar zorgden er wel voor dat de voedselvoorraden naar de (voor de Goten onbereikbare) steden werden verplaatst en de passen over het Balkangebergte werden afgesloten. Fritigern slaagde erin, waarschijnlijk door beloften van buit, Hunnen en Alanen aan zijn troepen toe te voegen, en de Romeinen moesten hun blokkade van de Balkanpassen opgeven. Hiermee mislukte hun strategie de Goten in de driehoek Donau-Balkan-Zwarte Zee uit te hongeren, en de Goten zwermden uit over geheel Thracia. Frigeridus trachtte ze tegen te houden, maar werd door de Goten omsingeld en trok terug naar het westen. Daar streed hij een slag tegen de Taifali, die daarna vreedzaam in Italië werden geplaatst. Het was nu wel duidelijk dat de Gotische dreiging niet was te onderschatten en keizer Valens besloot zelf met een grote legermacht naar Thracië te gaan om aan de dreiging van Goten een einde te maken. Onder: Niet de slag bij Adrianopel, maar wel een romantische voorstelling van een veldslag tussen Romeinen en Germanen (slag in het Teutoburgerwoud, in 9 n. Chr.), schilderij van de Duitse schilder Friedrich Tüshaus (1832 - 1885) |
![]() |
In mei 378 bereikte hij Constantinopel en vandaar rukte hij op naar Adrianapolis, waar de Visigoten hun kamp hadden opgeslagen. Daar deed Fritigern hem een vredesaanbod: De Visigoten waren bereid om als foederati Romeinse bondgenoten te worden als zij zich in Thracië mochten vestigen. Op 9 augustus 378, terwijl onderhandelingen nog in voorbereiding waren. Zonder te wachten op het leger van ![]() Ondanks deze nederlaag slaagden de Goten er niet in het Romeinse rijk verder binnen te dringen. De grenstroepen konden hen net lang genoeg tegenhouden tot het veldleger gearriveerd was. In 380 werd de vrede werd hersteld. De Visigoten mochten zich ten zuiden van de benedenloop van de Donau vestigen. |
In 388 vielen de Visigoten, onder hun nieuw gekozen aanvoerder ![]() ![]() ![]() ![]() |
![]()
|
In plaats van naar huis terug te keren, steken ze als dronken gespuis de draak met ons." Na het plunderen van Zuid-Griekenland en op een haar na aan gevangenneming ontkomen te zijn, werd laatst bijgewerkt: 24-06-04 |
![]() |