2710 |
Goten (Gauti) (100 - 300 n. Chr.) |
![]() Toen aan het eind van de 1e eeuw na Chr. ![]() ![]() |
Volgens de legende verhuisden ze massaal, ten gevolge van overbevolking naar het huidige Polen tussen de oder en de Weichsel. Dit was lang hun thuisland. Helaas bestaat er geen archeologisch bewijs voor deze legende. Het Gotisch behoort nu tot de nu uitgestorven Oost-Germaanse taalgroep, die nauw aan de Scandinavische talen verwant is. In het begin van de derde eeuw trokken de Goten dwars door Oost-Europa om zich aan de noordkant van de Zwarte Zee (in de tegenwoordige Oekraïne) te vestigen, het land dat in de Oudheid gekend was als Scythia. | ![]() |
Hierdoor kwamen hun buren, de Sarmaten, in de verdrukking. In het nieuwe woongebied van de Goten woonde reeds een zeer heterogene bevolking. De Goten hebben zich zeker vermengd met deze mensen om een volk voort te brengen dat verre van heterogeen was. In het midden van de derde eeuw waren zij uitgegroeid tot een formidabele machtseenheid, wat blijkt uit de Romeinse berichten uit die tijd. In 238 overschreden horden Goten de Donaugrens en brandschatten Thracië en Macedonië. Het duurde niet lang of de Goten vonden hun weg in de rangen van het keizerlijke leger. Er zou zelfs een officieel contract hebben bestaan met keizer Kniva leidde zijn leger naar Philippopolis (Plovdiv in Bulgarije). De stad werd geplunderd en naar men zei, werden 100.000 van haar inwoners door de Goten afgeslacht. Daarna overwonnen de Goten bij Abrittus aan de zuidkust van de Zwarte Zee een Romeins leger. Keizer Verdere invallen, ook van op zee, volgden. Deze bereikten hun hoogtepunt met de inname van Trebizonde. Een massale invasie van de Romeinse provincie Asia Minor volgde en dat leidde tot de aankoop van een grote buit en vele slaven, die bijgedragen zouden hebben tot de bekering van de Goten tot het Ariaanse Christendom. Het probleem met de Goten was nu zo groot dat er voor keizer |
![]() |
Tijdens het bewind van keizer In 262 drongen de Goten onder hun koning In de nu volgende jaren kwam er een ware volksverhuizing van Germanen uit de Donaulanden het Romeinse gebied binnen. Meer dan 300.000 strijdbare mannen trokken met hun vrouwen en kinderen, huisraad en vee de rivier over. Daarop splitsten zij zich in twee groepen, waarvan de een naar Macedonië en Griekenland trok, en de andere, de grootste, door Maesië (het tegenwoordige Servië en Bulgarije). Het was niet meer alleen een plundertocht; een heel volk zocht nieuwe woonplaatsen. In 269 bracht keizer De nederlaag van de Goten bracht een grote verandering teweeg in het machtsevenwicht in Oost-Europa. De verschijning van de Gepiden om om het vacuüm op te vullen, maakte een ware scheiding tussen de Tervingi-groep van de Goten ten westen van de Dnjestr en de Greutingi-groep ten oosten van de Zee van Azov. De voortdurende moeilijkheden met de Germanen deden keizer
laatst bijgewerkt: 15-04-06 |