2896

Claudius ll Gothicus, Quintillianus (268-270)

  Gallienus (253-268 n. Chr.)

In 268 beraamde een stafofficier uit het keizerlijke leger: Claudius, samen met de latere keizer Aurelianus een samenzwering om de keizer uit de weg te ruimen. Na de moord op Gallienus liet Claudius zich tot nieuwe keizer Claudius ll Gothicus uitroepen. Al gauw moest hij onderhandelen met de Alamannen die op het punt stonden Italië (opnieuw) binnen te vallen. 

Claudius bracht de langverbeide vrede voor de Donau-provincies door in 269 bij Naissus (het tegenwoordige Nisj in Servië) de Goten een verpletterende nederlaag toe te brengen. Het was een van de bloedigste slagen die door de Romeinen ooit werd geleverd. 

50.000 Germanen sneuvelden. Ook ter zee werden de vijanden vrijwel vernietigd. Het zou 110 jaar duren voordat de Goten zich weer zouden hebben hersteld.  Aan zijn overwinning op de Goten dankte hij zijn bijnaam Gothicus. Een jaar na zijn grote overwinning werd Claudius Gothicus weggerukt door de pest, die als altijd op de invasie van de barbaren volgde. 

Na de dood van Claudius Gothicus riep de Senaat zijn jongere broer Quintillius uit tot keizer. Daarvoor was deze commandant geweest van een cavaliereenheid, die was belast met de verdediging van Noord-Italië tegen de Goten. Quintillius hield zijn hoofdkwartier in Aquileia en vereerde zijn broer door hem tot god te verklaren. Intussen eiste de populaire generaal, Aurelianus de keizerstroon op en rukte met zij manschappen op naar Aquileia om Quitillius af te zetten. Quintillius verweerde zich dapper, maar kon niet tegen zijn overmacht op. In plaats van zich over te geven, koos hij ervoor de hand aan zichzelf te slaan. Tijdens deze opstand zagen de Vandalen kans om samen met hun bondgenoten de Sarmaten het Boven-Rijn gebied binnen te vallen.
Aurelianus (270-275)

laatst bijgewerkt: 01-11-05

colofon