2893

Trajanus Decius (249-251) - Trebonius Gallus (251-253) - 
Aemilianus (253)

Gordianus l en ll (238) – Gordinaus lll (238 -244) – Filippus Arabs (244-249 n. Chr.)

Trajanus Decius (249-251) was, evenals keizer Maximinus de Traciër, onder wie hij had gediend, een militair uit Pannonia, die kon rekenen op de loyale steun van zijn troepen dankzij zijn successen aan de Donaugrens. 
Ter wille van de eenheid van het rijk zette de energieke keizer ± 250 een algemene en systematische vervolging in van de Christenen.  
In 251 werd Decius in de strijd tegen de Goten aan de zuidkust van de Zwarte Zee vermoord - een dood die kennelijk was verhaast door het verraad van Trebonianus Gallus, zijn commandant in Beneden-Moesië, die nu de macht aan zich trok. 

De Romeinse keizers lieten de christenen gewoonlijk met rust. Keizer Philippus Arabs kon het zelfs zo goed vinden met paus Sixtus II, dat hij hem en zijn helper Laurentius de schatkist in bewaring gaf, terwijl hij ten strijde trok. Nadat Decius zichzelf tot keizer had verheven beval hij de paus en Laurentius, de staatskas aan hem ter beschikking te stellen en bovendien een offer te brengen aan de oorlogsgod Mars. Toen de paus dat weigerde en al biddend de tempel van Mars liet instorten, liet Decius hem onthoofden. Toen was het de beurt aan Laurentius. Ook Laurentius weigerde te onthullen waar de keizerlijke schat zich bevond. Die had hij namelijk verdeeld onder de armen, die steeds talrijker werden in het decadente Romeinse Rijk. De keizer droeg daarna zijn ambtenaren op hem dood te martelen, als hij bleef zwijgen. Ze bonden hem aan de martelpaal, geselden hem met schorpioenen en lieten gloeiende metalen staven sissend over zijn lichaam rollen. Zonder succes. Zodra Laurentius in de kerker herstellende was van zijn verwondingen, begon hij iedereen in de gevangenis te bekeren, tot zijn bewakers toe. Toen Decius dit ter ore kwam, liet hij Laurentius op een ijzeren rustbed leggen, waaronder tergend langzaam een vuurtje werd opgestookt. Na een uur braden riep hij de keizer onverschrokken toe: 'Aan de achterkant ben ik nu gaar, ellendeling, nu de voorkant nog dan kun je aan tafel'. Kort daarop stierf hij.

Tijdens het bewind van Trebonianus Gallus (251-253) trokken horden Ostrogoten de Donaugrens over. Trebonianus Gallus kon hen slechts een halt toeroepen door toe te zeggen hen jaarlijks een som geld te betalen. In 253 werd hij vermoord door Aemilianus, de gouverneur van Beneden-Moesië. 

rechts: Trebonianus Gallus

In 253 liet Marcus Aemilius Aemilianus, de gouverneur van Beneden-Moesia zich door zijn soldaten uitroepen tot keizer. Daarvoor had hij het geld, dat bedoeld was om de vrede met de Goten te bewerkstelligen, onder zijn soldaten had verdeeld. Aemilianus trok met zijn leger op naar Rome, waarop de senaat Aemilianus tot staatsvijand uitriep.  Valerius kreeg de opdracht een leger te vormen om hem tegen te houden. Voordat Valerianus voldoende troepen had kunnen mobiliseren, waren Aemilianus' troepen echter al zover opgerukt dat het te laat was om ze te stoppen. Het kleine leger van Trebonius Gallus zag geen heil in de ongelijke strijd, kwam in opstand en vermoordde Gallus en medekeizer Volusianus. Twee dagen later bereikte Aemilianus Rome en werd onmiddellijk door de senaat - die hem nota bene twee weken eerder tot staatsvijand had verklaard - uitgeroepen tot keizer.
Spijtig voor Aemilianus was Valerianus echter doorgegaan met het mobiliseren van troepen en tegen het eind van de zomer van 253 rukte hij op zijn beurt op naar Rome. Aemilianus rukte uit en beide legers ontmoetten elkaar bij een brug bij Spoleto in Umbria. Het moet tot een treffen zijn gekomen aangezien de brug daarna Pons Sanguinarius is gaan heten, maar al het bloed was zinloos aangezien Aemilianus door zijn eigen soldaten werd vermoord.

Publius Lucinus Valerianus (253 - 260 n. Chr.); Gallienus (253-268 n. Chr.) (mederegent)

laatst bijgewerkt: 15-06-07

colofon