9031

De Spaanse Successieoorlog (1702 - 1713)

Ieder wist dat de koning van Spanje, Carlos ll (1665 - 1700), zwak en ziekelijk was. Wie zou hem na zijn dood opvolgen? Dat was een belangrijke vraag, want het Spaanse rijk omvatte heel wat: Spanje, Milaan, Sicilië, Sardinië, de Zuidelijke Nederlanden, Opper-Gelre (Spaanse Gelre) (d.i. Gelder, Venlo en Roermond met omgeving) en verder de Spaanse koloniën in Amerika en de Filippijnen. Het sprak haast vanzelf dat Louis XlV (1643 - 1715) zijn begerige oog op dit gebied sloeg. Maar het spreekt ook vanzelf dat de andere mogendheden duidelijk inzagen welk een grot gevaar het evenwicht van Europa zou lopen, wanneer de Zonnekoning dat rijk geheel of gedeeltelijk kreeg. Ook de handel zou dan ernstig bedreigd worden. Frankrijk de baas in Amerika en (door Gibraltar en andere steden) in de Middellandse Zee! Frankrijk in het bezit van de Zuidelijke Nederlanden, die grensden aan de Noordelijke! Waar zou het einde van Lodewijks veroveringszucht zijn? Evenals in de dagen van koningin Elizabeth begreep men in Engeland, wat het voor dat land betekenen zou, wanneer een machtige mogendheid de Nederlanden, "de beurs van de wereld", in handen kreeg. Als de Hollandse havens ooit in het bezit van Frankrijk zouden komen, dan zou het gemakkelijk zijn Engeland te overheersen.

Behalve Lodewijk liet de keizer van Duitsland, Leopold l, rechten op de Spaanse erfenis gelden. Hun rechten waren vrijwel gelijk. Beider moeders waren zusters van de vorige koning, beider echtegenoten waren dochters van die vorst. Lodewijk XlV zag wel in dat de verdeling van de erfenis niet zou kunnen geschieden zonder overleg met de andere grote mogendheden. Engeland en de Republiek op zijn minst, zouden hierin een woordje willen meespreken. En zo kwam Lodewijk ertoe zijn gezanten naar Het Loo te zenden om met Willem lll te onderhandelen. Men kwam overeen om het grootste deel van de erfenis aan een vorst te gunnen die niet gevaarlijk voor de vrede zou zijn. Deze vorst was de jonge Jozef Ferdinand van Beieren, die ook aan het Spaanse koningshuis verwant was. Zo kwam er in 1698 een verdelingsverdrag tot stand, waarbij de tweede kleinzoon van Lodewijk XlV Napels en Sicilië en keizer Leopold l Milaan zou krijgen. Het overige was dan voor Jozef Ferdinand. Maar dit hele verdrag werd scheurpapier toen het volgend jaar Jozef Ferdinand overleed.

I In 1700 kwam er een tweede verdrag tot stand met betrekking tot de verdeling van de erfenis na de dood van de Spaanse koning Karel ll.. Hierbij zou de Franse kroonprins Napels, Sicilië en Lotharingen krijgen. De hertog van laatstgenoemd land zou dan Milaan krijgen. Het overige deel van de erfenis zou voor de tweede zoon van keizer Leopold l zijn. Spoedig daarop, op 1 november 1700, stierf Karel ll van Spanje. Hij liet een testament na, waarin hij Filips van Anjou, de tweede zoon van de Franse kroonprins, als enige erfgenaam aanwees. De staatslieden in Madrid hadden de zieke koning met veel moeite overgehaald om deze kleinzoon van zijn aartsvijand Lodewijk XlV als zodanig aan te wijzen, omdat zij tot elke prijs een verdeling van het Spaanse wereldrijk wilden voorkomen. Europa hield de adem in. Want wat zou nu de Franse koning doen? Koos hij het verdrag, dan had hij dadelijk voordelen en wel met de steun van Engeland en de Republiek. Koos hij de erfenis, dan kreeg hij veel meer, maar stellig ook oorlog. Hij aarzelde niet en koos het laatste. Reeds het volgend jaar trok zijn kleinzoon als Filips V van Spanje onder het gejuich van de bevolking Madrid binnen.

Natuurlijk kende Leopold l hem niet. Maar wat zouden de zeemogendheden Engeland en Republiek, doen? Beiden waren aanvankelijk wel geneigd om Filips V te erkennen. Maar Willem lll begreep, dat het oorlog moest worden. Lodewijks optreden verwekte dan ook grote onrust. De Franse koning bleef uitdrukkelijk de rechten van zijn kleinzoon Filips op de Franse kroon erkennen en zo was er dus gevaar dat Frankrijk en Spanje eenmaal dezelfde koning zouden hebben. 

In februari1701 liet Lodewijk de Zuid-Nederlandse steden bezetten, zogenaamd in naam van zijn kleinzoon Filips V. Meer en meer raakten de Zuidelijke gewesten in de greep van het Franse hof. Overal in de steden namen Fransen de leiding over in het plaatselijk bestuur. Er werden fikse werden belastingen ingevoerd, want Versailles zat om geld te springen en jongens werden gedwongen in dienst te treden in het Franse leger. Natuurlijk groeide er ook verzet, maar ijzeren vuist werden de hervormingen doorgedrukt. De Fransen mengden zich zelfs in een kerkstrijd die in het Zuiden woedde over bepaalde geloofsopvattingen. Op bevel van Versailles belandden heel wat "foute"priesters in de cel.

Ondanks de bezetting van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk, erkenden Engeland en de Republiek de nieuwe koning Filips V. De Republiek vroeg ontruiming door de Franse troepen van de Zuidelijke Nederlanden, maar hieraan werd natuurlijk niet voldaan. Toen deed Lodewijk XlV iets, waardoor hij de zeemogendheden tot een beslissing dwong. In 1701 stierf in Frankrijk de verdreven Engelse koning Jacobus ll. Dadelijk erkende Lodewijk de zoon van Jacobus als koning van Groot-Brittannië en Ierland. Hiermee schond Lodewijk de Vrede van Rijswijk, waarbij hij immers Willem lll als koning erkend had. In Engeland wenste men geen terugkeer van de Stuarts. Nog in hetzelfde jaar kwam het Haagse Verbond tot stand, gesloten door de zeemogendheden en keizer Leopold l en diens bondgenoten, gericht tegen Frankrijk en Spanje.  Het volgend jaar (1702) brak de Spaanse Successieoorlog uit.

De Republiek bracht 100.000 man onder de wapenen, waarvan 42.000 in de garnizoenen, terwijl de Engelsen nog 40.000 man beschikbaar stelden voor de komende strijd. Na veel vijven en zessen werd John Churchill, de hertog van Marlborough met het opperbevel belast. Die keus had niet beter kunnen zijn. Fataal was echter dat Engeland opnieuw zijn vloot versterkte, terwijl de Republiek nu alles op het landleger zette.

Handel, cultuur, nijverheid, ja vrijwel alles ging in neergang, toen in 1702 de Spaanse Successieoorlog uitbrak. De Zuidelijke Nederlanden, bekneld tussen Frankrijk en de Republiek, waren opnieuw het kind van de rekening. Met hartverscheurende hevigheid werd deze oorlog ook gevoerd in Beieren, waar de kleinzoon van Lodewijk XlV, Maximiliaan Emanuel van Beieren openlijk had gekozen voor de Franse partij, Spanje, Italië, op Curaçao, in Suriname en in de Britse koloniën in Noord-Amerika.

"Voorwaarts soldaten!" De huursoldaten marcheren over de geduldige grond van Europa: voor koningskronen, handelsbelangen, politieke doelstellingen en duizend andere zaken, waaraan zij nooit een boodschap hebben gehad. "Voorwaarts soldaten!" Ze stromen op elkaar in, zonder te weten waar Beieren ligt, zonder te beseffen wat koningen wensen, of regenten bedoelen. ver boven hun hoofd wordt door slechts enkelen over hun stormloop beslist." (Geschiedenis van de Lage landen / Jaap ter Haar; dl. 3, p. 305) 

Voor goede subsidies waren de vorsten in Pruisen, Holstein, Hessen, Denemarken en Saksen bereid hun onderdanen te versjacheren aan Engeland en de Republiek. Zonder moeite veegden zij een aantal boerenjongens in regimenten bij elkaar. Voorwaarts gingen zijn, voor een oorlog die hen totaal niet raakte. Onder de uiterst bekwame veldheer Marlborough begonnen zij in 1702 de opmars door de Maasvallei. De Fransen verloren Venlo, Roermond, Stevensweert en Luik. In oktober van dat oorlogsjaar veroverden eskaders van Engeland en de Republiek rijk beladen Spaanse schepen die uit West-Indië naar de baai van Vigo waren teruggekeerd. De zilvervloot  werd gedeeltelijk genomen; het grootste deel brachten de Spanjaarden echter zelf tot zinken. Maar niet iedereen in de Republiek stond daarover te juichen: sommige kooplieden hadden een onderhands aandeel in de lading en waren hun geïnvesteerde geld kwijt. Als geldschieters van Europa hadden sommigen soms op het verkeerde paard gewed. 

In 1704 veroverden de verenigde vloten het belangrijke Gibraltar, dat sindsdien in handen van Engeland is gebleven. Een Frans-Spaanse armada van 88 oorlogsschepen probeerde dat belangrijke, strategische punt te heroveren, maar de Britten, gesteund door 12 schepen van de Republiek, sloegen de aanval af.

Ook te land bleef de oorlog voorspoedig verlopen, althans voor de Republiek.Met 30.000 man trok Marlborough naar Zuid-Duitsland, waar Maximiliaan Emanuel van Beieren Oostenrijk bedreigde. Bij Hochstädt en Blenheim bracht hij de Frans-Beierse legers een volledige nederlaag toe.

De grote klap voor Frankrijk viel in het jaar 1706, toen de Engelse, Staatse en Duitse contigenten, 60.000 man in totaal, zich met Pinksteren bij Ramillies op de Franse strijdmacht wierpen. De Fransen hielden het niet en sloegen op de vlucht. Tij om zich te hergroeperen haf Marlborough hen niet. Als schapen dreef hij de Fransen voor zich uit. Voor Lodewijk XlV was de uitslag verpletterend. Uit alle garnizoenen in Brabant en Vlaanderen trok hij nu zijn troepen terug. 

Door al die nederlagen was de toestand van Frankrijk bijna hopeloos. De oorlog had miljoenen aan geld verslonden en de schatkist was leeg. Handel en nijverheid lagen zo goed als geheel stil; door de lange en strenge winters leed ook de landbouw, waardoor hier en daar in Frankrijk, ook in Parijs, hongeroproeren uitbraken. Ondertussen voerden verbitterde hugenoten een guerrillaoorlog in de Cevennes. In die omstandigheden besloot Lodewijk XlV over vrede te onderhandelen. Hij deed dit - tot grote ontevredenheid van Engeland - het eerst met de Republiek, omdat hij wist hoe velen hier eveneens naar vrede snakten.

Lodewijk zond een van zijn ministers naar den Haag om de voorwaarden van de bondgenoten te vernemen. Frankrijk was bereid te capituleren en ging akkoord met 39 van de 40 artikelen van een voorlopig verdrag, waaronder de bepaling dat de Republiek een sterke barrière zou krijgen in de Zuidelijke Nederlanden en in feite de militaire, financiële en economische voogdij kreeg. Alleen één artikel leverde grote moeilijkheden op. De Republiek en Engeland eisten dat Karel van Habsburg koning van Spanje werd.

Lodewijk dacht er niet aan hiermee akkoord te gaan. In een manifest wendde hij zich tot zijn volk, waarin hij in krachtige taal de redenen noemde waarom hij de zware voorwaarden niet had aangenomen. Engeland en de Republiek konden toch niet van hem verlangen dat hij zijn eigen kleinzoon zou wegjagen uit Madrid? Zijn eer en die van Frankrijk stond op het spel! 

En de oorlog duurde voort, ter wille het eergevoel van de Franse koning. Nog eenmaal wilde Lodewijk álles op het spel zetten om de krijgskans te doen keren. "Lever uw goud en zilver in om de staatskas te steunen!" verzocht hij de hogere standen in het land. Opnieuw bracht het Franse volk zijn offers. Met de grootste moeite werd een leger gevormd. Maar de soldaten van dit nieuwe leger waren jong en slecht geoefend en niet opgewassen tegen het voortreffelijke leger van de bondgenoten, dat bovendien anderhalf maal zo groot was. 

In 1709 kwam het bij Malplaquet weer tot een slag. Het was de bloedigste van alle. Hij begon reeds voor het aanbreken van de dag. Eerst in de middag werden de Fransen genoodzaakt  voor de overmacht te wijken. 14.000 doden op het slagveld achter latend bliezen de Fransen de aftocht. In deze strijd heeft Johan Willem Friso, die reeds op twintig jarige leeftijd tot generaal benoemd was, zich uitstekend geweerd. De verliezen aan de kant van de geallieerden waren enorm: 24.000 man.

Weer begonnen de moeilijke onderhandelingen voor de vrede. ieder wenste het onderste uit de kan. Maandenlang debatteerden Engeland en de Republiek over de verdeling van de buit. Economische en politieke belangen vloeiden in de besprekingen over vrede volledig dor elkaar. Maanden geleden voorbij. Achter de rug van de republiek om, onderhandelden de Engelsen ondertussen rechtstreeks met het Franse en Spaanse hof. De Republiek bevond zich in een uiterst moeilijk parket. Engeland beheerste nu de zee. Voor de handel op Zuid-Amerika, op de Levant en Afrika was de republiek afhankelijk geworden van de Britten met hun sterke vloot. De regering had geen andere keus meer, dan krampachtig vast te houden aan het bondgenootschap met Engeland, dat zijn positie aan alle kanten uitbuitte. Dáárom vooral duurde de oorlog voort. Want niet alleen in Europa, maar ook in Amrika vochten Engelsen en Fransen om de macht. Kleine legers stonden daar tegenover elkaar. Fransen en Spanjaarden wierpen zich op de nog zwakke Britse kolonies in Noord- en Zuid-Carolina. 

Queen-Ann's War (1702 - 1713)

Ook in Noord-Amerika raakten de Engelsen en Fransen met elkaar slaags. In 1702 veroverden Engelse troepen de Spaanse nederzetting St. Augustine in Florida. Om het schiereiland en het gebied rond Charleston, South Carolina te verdedigen, waren er minder troepen beschikbaar om de grens tussen New England en Canada te beschermen. Hierop verwoestten Franse troepen samen met enkele stammen van de inheemse Amerikanen in 1704 Deerfield in Massachusetts (Deerfield massacre). Daarop richtten de Engelsen in Spaans Florida een slachting aan onder Apalachee-Indianen.

In 1710 veroverden de Britse soldaten Port Royal in de provincie Acadië op de Fransen, waarna het gebied werd hernoemd tot Nova Scotia. Vele van de Franse bewoners van het gebied werden verdreven; een aantal van hen vestigde zich in het een stuk zuidelijker gelegen Louisiana, dat toen het zuidelijkste deel van de Franse bezittingen in Noord-Amerika was. In 1712 werd een wapenstilstand getekend.

Strijd werd er ook geleverd in de West-Indische koloniën van de Republiek. Franse Boekaniers dreigden Fort Kijkoveral aan te vallen. Met geld van de Nederlandse planters en met slaven van de WIC werd de brandschatting afgekocht. Ook voor St. Eustacius verschenen de Fransen. Ook dáár werd alles leeggeroofd. Korte tijd later bracht een sterke Franse vloot onder kaperadmiraal Cassard - 38 schepen met 3000 man aan boord - een bezoek aan de Nederlandse koloniën in de West. Al lieten de Hollanders slaven voor zich vechten, een stevige vuist maken konden ze niet. Op Fort Nassau op Bernice haalden de Fransen een forse buit binnen. Op Curaçao wordt plundering door de Franse kapers voor een groot bedrag afgekocht.

In Engeland kregen de Tories de macht in handen en zij begonnen nu, achter de rug van de Republiek om, rechtstreeks te onderhandelen met Lodewijk XlV. Zij waren bereid Filips V als koning van Spanje te erkennen, maar dan zouden de Zuidelijke Nederlanden aan Oostenrijk moeten komen, als pleister op de wonde voor Karel van Habsburg, die Spanje aan zijn neus voorbij zag gaan. Voorts eisten de Britten Gibraltar, een vlootbasis op Menorca, Newfoundland én Nova Scotia (voor een toekomstige aanval op Frans-Canada), een handelsverdrag, de alleenhandel van slaven voor Spaans-Amerika en tenslotte de slechting van de bolwerken Duinkerken en Oostende, die zo dicht onder de Engelse kust lagen. Frankrijk nam de uitgestoken hand van Engeland met vreugde aan.

In april 1713 werd de vrede van Utrecht gesloten, waarmee er een eind kwam aan de Spaanse Successieoorlog en aan de Queen Anne's war in Noord-Amerika (beide 1702-1713). De spanningen in Europa waren echter nog niet voorbij. Na de oorlog werd de Grote Alliantie gesplitst. Engeland koos de kant van Pruisen, waarna Oostenrijk Frankrijk als nieuwe bondgenoot koos. Deze spanningen zouden leiden tot de Zevenjarige Oorlog (1756 - 1763) in Europa en de vierde Franse en Indiaanse oorlog in Amerika.

laatst aangepast: 21-08-10

colofon