9708

De Vrede van Utrecht (11 april 1713)

Spaanse Successieoorlog (1702-1713)

 

Terwijl de afgezanten van de Republiek tijdens de vredesbesprekingen te Geertruidenberg het hoogste woord voerden en stevige eisen stelden, voerden de Engelsen achter de rug van de Republiek om, rechtstreeks onderhandelingen met Lodewijk XlV. De Engelsen waren bereid Filips V van Anjou als koning van Spanje te erkennen, maar dan zouden de Zuidelijke Nederlanden aan Oostenrijk moeten worden toegewezen, als pleister op de wonde voor Karel Vl van Habsburg, die Spanje aan zijn neus voorbij zag gaan. Bovendien kreeg hij Sardinië, Napels en Milaan. Frankrijk kwam er bij de vrede redelijk goed af. Lodewijk XlV behield Artois, Waals-Vlaanderen, Kamerijk en de helft van het gewest Henegouwen. Bovendien mocht hij beslag leggen op het Prinsdom Orange. Savoye kreeg Sicilië en werd een koninkrijk.

Verder eisten de Engelsen Gibraltar, een vlootbasis op Menorca en in Noord-Amerika een aantal Franse koloniën in Noord-Amerika, waaronder Newfoundland, de eilanden Saint Kitts en Nevis, het gebied van de Hudsonbaai én Nova Scotia, de vroegere provincie Arcadië (voor een toekomstige aanval op Frans-Canada), een handelsverdrag, de alleenhandel van Afrikaanse slaven aan de Spaanse gebieden in Amerika en tenslotte slechting van de bolwerken Duinkerken en Oostende, die zo dicht onder de Engelse kust lagen. De vrede in Noord-Amerika duurde tot 1744, toen de Oorlog van koning George uitbrak (de derde Franse en Indiaanse oorlog)

De Republiek van de Verenigde Provinciën, alhoewel aan de kant van de overwinnaars, verloren hun overwicht op zee en mochten de Zuidelijke Nederlanden niet behouden. Ze kregen wel veiligheid: garnizoenen (legers in versterkte plaatsen) in acht steden van de Zuidelijke Nederlanden als bescherming tegen de Fransen. Deze zgn. barrièresteden waren Veurne, Ieper, Menen, Doornik, Bergen, Charleroi, Namen en Gent. De voorwaarden werden geregeld in het barrièretractaat, dat later getekend werd op 15 november 1715. De Zuidelijke Nederlanden werden militair gezien in zekere zin een condominium (een staatsvorm waarbij de soevereiniteit tussen twee staten verdeeld werd) tussen de Habsburgse keizer en de Republiek. De Republiek kreeg wel beperkte gebiedsuitbreiding doordat haar de stad Venlo werd toegewezen. Ook bekrachtigde de vrede van Utrecht de soevereiniteit van Frankrijk over het prinsdom Orange en wees wapen en titel van Oranje toe aan Pruisen. De Zuidelijke Nederlanden waren weer de grote verliezers. De Schelde bleef afgesloten. Dat in een aantal steden Hollandse regimenten werden gelegerd, werd gevoeld als een diepe vernedering. Maar ook de Republiek had haar grootste glorietijd gehad. Groot was de woede én de ontsteltenis in de Republiek, toen de heimelijk gemaakte afspraken uitlekten.  De onder handelingen duurden voort, maar uiteindelijk had de Republiek geen andere keus dan akkoord te gaan met de vredesvoorwaarden. 

Bij de vrede van Utrecht kwam Engeland als de grote overwinnar uit de strijd: met Gibraltar beheerser van de Middellandse Zee: met de handel op Zuid-Amerika stevig in handen: met een versterkte positie in Noord-Amerika. Engeland beheerste nu de wereldzeeën en voor de handel op Zuid-Amerika, op de Levant en Afrika was de Republiek afhankelijk van de Britten met hun sterke vloot. 

laatst aangepast: 21-08-10

colofon