8071 Spanje (1598 - 1700)
Iberisch schiereiland (1555 - 1598)

De politieke macht van Spanje in Europa had een geduchte knauw gekregen tijdens de regering van Filips II. Hij had Portugal nog wel veroverd, maar verloor de strijd tegen de Nederlanden, Engeland en Turkije. In Spanje zelf werden aanhangers van andere dan het katholieke geloof met harde hand uitgeroeid en vervolgd. Met name Marranen, bekeerde Joden, en Morisco's, christelijke moslims, hadden hieronder vreselijk te lijden. Zo werden bijvoorbeeld in 1609, tijdens de regering van Filips III, ongeveer 800.000 Morisco's het land uitgejaagd. Dit was echter niet zo'n slimme zet van Filips want hierdoor, samen met de geldverslindende oorlogen, werd Spanje aan de rand van een faillissement gebracht.

Filips III (1598 – 1621) volgde zijn vader Filips II op na diens overlijden.  Hij was koning van Spanje, Napels, Sicilië en (als Filips II) van Portugal. Omdat hij meer interesse had in dans, dichtkunst en jacht dan in politiek, liet Filips III, bijgenaamd "el piadazo" (de vrome), het regeren in de dagelijkse praktijk over aan de hertog van Lerma.

Kort voor zijn dood had zijn vader Filips ll hij de Nederlanden, tegen wie Spanje de Tachtigjarige Oorlog vocht, aan zijn dochter aartshertogin Isabella van Spanje, als bruidsschat cadeau gegeven. 

Van 1598 tot 1621 regeerde Isabella van Spanje als vorstin over de Nederlanden, waar enkele jaren eerder een een opstand was uitgebroken en was uitgelopen op een strijd tussen de vooral protestante Noordelijke gewesten en de voornamelijk katholieke gewesten in het zuiden die gesteund werd door Spanje. De Noordelijke Nederlanden erkenden het bewind van Isabella en haar echtgenoot niet. Isabelle en Albrecht namen hun intrek in Brussel. In de Zuidelijke Nederlanden raakten Albrecht en Isabella geliefd bij de bevolking, ondanks dat ze godsdienstvrijheid en vrijhandel verboden. Ook slaagen Albrecht en Isabella erin met de Noordelijke opstandelingen in 1609 een bestand te sluiten, waardoor de vijandigheden 12 jaar gestaakt werden. Toen in 1621 Albrecht van Oostenrijk overleed, kwamen de Zuidelijke Nederlanden weer onder direct Spaans bestuur. Filips III werd de nieuwe vorst. Vrijwel direct na zijn troonsbestijging vaardigde Filips III een verbod uit op alle handel met de opstandelingen in de Noordelijke Nederlanden en liet alle in Spaanse en Portugese havens aanwezige schepen met hun lading in beslag nemen en nam de bemanning gevangen.

Tegen haar zin in, werd Isabella, die liever terug had willen keren naar Spanje, om zich terug te trekken in een klooster,  aangesteld als landvoogdes. In die functie probeerde ze in 1633 buiten de vorst om vredesbesprekingen met de Noordelijke opstandelingen in gang te zetten, wat echter mislukte. Kort daarna overleed zij.

Filips IV (1621 - 1665) koning van Spanje en van 1621 tot 1640 als Filips III van Portugal. Onder zijn bewind raakte Spanje behalve de oorlog in de Nederlanden ook verwikkeld in oorlogen in Frankrijk, Italië en Duitsland. Om deze oorlogen te kunnen betalen, moest hij extreem hoge belastingen heffen, wat leidde tot uitbuiting van de eigen bevolking en een aantal opstanden in o.a. Catalonië, Napels en Andalusië. 

In 1640 moest hij de onafhankelijkheid van Portugal toestaan. In 1648 erkende hij bij de Vrede van Münster de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als onafhankelijke staat en moest Roussillion aan Frankrijk en Franche-Comté aan de Zuidelijke Nederlanden worden afgestaan. Op dat moment stelde Spanje als wereldmacht niet veel meer voor. 

Karel II (1665 – 1700), de zoon van Filips lV en Maria Anna van Oostenrijk was de laatste koning van de Spaanse Habsburgers. Karel was zowel geestelijk als lichamelijk gehandicapt. Alle uiterlijke kenmerken die typisch waren voor de leden van de familie Habsburg waren in hem zeer overdreven vertegenwoordigd. Zijn hoofd was buitenproportioneel groot en misvormd en zijn onderkaak stak zover uit dat hij zijn tanden niet op elkaar kon krijgen. Zijn tong was zo groot dat hij nauwelijks kon spreken. Lopen kon hij ook maar met moeite. Op 35-jarige leeftijd was hij verlamd, epileptisch, kaal, vrijwel tandeloos en slechtziend, en in 1698 werd hij ook nog eens doof. Karels geestelijke toestand was al niet veel beter. Hij bleef erg lang kinderlijk en werd vervolgens al snel seniel. Hij kon nauwelijks lezen en schrijven. Zijn moeder trad als regent voor hem op.

Hoewel Karel niet tot geslachtsgemeenschap in staat was trouwde hij tweemaal. De eerste keer in 1679 met Marie Louise van Orléans (1662-1689), een nicht van Lodewijk XIV. Na haar dood hertrouwde hij met Maria Anna van Beieren, prinses van Neuborg. Zij was een schoonzus van keizer Leopold I. Beide huwelijken bleven kinderloos en Karel wees een kleinzoon van Lodewijk, de latere Filips V, aan als zijn opvolger. Hij stief op 1 november 1700 in Madrid. 

Iberisch schiereiland (1700 - 1793)

Gemaakt: 12-10-05

colofon